Veertigdagentijd - Dag 21 - Gevaar van satan

“Toen voer de satan in Judas, die de bijnaam Iskariot had, die bij het getal van de twaalf behoorde.” (Lukas 22:3) 

Hoe veilig ben je als je in de kring van Jezus thuishoort? Daar ben je helemaal niet veilig, dat blijkt wel bij Judas. Het is echt niet zo dat als je voor de vorm een christen bent, dat dit veiligheid geeft. Overigens, zei Jezus zelfs tegen Petrus: “Ga achter mij, satan.” Dus als het over satan en zijn invloed gaat, is er heel veel gevaar, ook als je echt een gelovige van Jezus bent. Ook echte discipelen zijn het doelwit van satan. Maar hier, bij Judas, ligt het wel anders. Judas was uiterlijk een discipel, maar vanbinnen niet.

 

Wij hoeven niet te oordelen over Judas, maar de woorden van Jezus, in het Hogepriesterlijk gebed, zijn wel veelzeggend: Niemand van de discipelen is verloren gegaan, behalve de zoon van de verderfenis. Waar het verschil zat tussen Petrus en Judas? De ene komt met berouw terug en de ander kiest om te vluchten in de dood. Laat wel overeind staan dat satan erop uit is om ons allemaal te pakken te nemen, ook als je dichtbij Jezus leeft en Hem echt liefhebt. 

Bij Judas blijkt er iets anders te gebeuren. Op het moment dat de schriftgeleerden het besluit namen dat Jezus gedood moest worden, toen was het moment bij Judas. Op dat moment voer satan in Judas. Hij nam bezit van Judas. Het is de tweede keer in het hele evangelie dat satan actief in actie komt. Heel actief zelfs! Eerst bij de verzoeking in de woestijn en nu bij Judas. Je kunt je wel afvragen of dit onomkeerbaar was? Omdat de profetie in vervulling moest gaan, lijkt dit wel zo bedoelt te zijn, maar tegelijk is ook Judas een man geweest die het Evangelie heeft gehoord en onder dezelfde bescherming van Jezus had kunnen vallen, maar hij koos ervoor om onder de zegen vandaan te gaan en zich te richten op zijn geld. 

Daarnaast zou de naam van Judas, Iskarioth, te maken kunnen hebben met zijn familielijn. Hij zou wellicht behoord hebben bij een groep Joden die fanatieke socialisten waren die met het zwaard onder hun mantel liep en vijanden onverwachts om het leven brachten. Het waren sluipmoordenaars. Gezien zijn manier van handelen zou de mogelijke uitleg van zijn naam niet vreemd zijn. In ieder geval is duidelijk dat satan komt, intrek neemt en Judas dit toelaat. 

De macht van geld is tot alles in staat. Geld is iets levensgevaarlijks, omdat je altijd meer wil en er steeds meer voor nodig is. Grenzen vervagen, wetteloosheid slaat toe en als dan straks een kus zoveel zilverstukken oplevert, dan heeft satan het voor elkaar. En nog had dit niet het einde van Judas hoeven te zijn. Er had ook voor hem een weg terug geweest. Het laat ons wel zien hoe slinks satan zijn werk doet, zelfs in de kring rondom Jezus. Zo dichtbij kan hij komen, op het moment dat er eentje niet echt zuiver voor God leeft en dan slaat hij toe. En leven in zonden, zet de deur open, zelfs in de nabije kring rond Jezus. 

Gebed: Heer, laat mij niet alleen dichtbij U leven, maar laat mijn leven een zuiver leven zijn voor U, zodat satan geen poot heeft om op te staan!

 

 

 

 

 

 Bijbelgedeelte bij de laatste
'Tijd met God'

 



1 Petrus 4:1-7

1  Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met de zonde,
2  om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.
3  Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke afgoderij.
4  Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u.
5  Maar zij zullen rekenschap moeten afleggen aan Hem Die gereedstaat om de levenden en de doden te oordelen.
6  Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God in de geest.
7  En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden.
8  Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.
9  Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren.
10  Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.
11  Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt;als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu