"En ook bij Seth werd een zoon geboren, en hij gaf hem de naam Enos. Toen begon men de Naam van de HEERE aan te roepen." (Genesis 4:26)

Kaïn is ondertussen de woestijn ingetrokken. God vervloekte hem en Kaïn besefte dat wat hij gedaan had echt gevolgen had. En het is moeilijk om te begrijpen hoe dat voor Kaïn met vergeving zit. Hij zegt nog dat zijn zonden te groot zijn om vergeven te worden, maar beter vertaald zouden we moeten zeggen dat zijn schuld te zwaar is om te dragen. En dat heeft dan betrekking op de vloek die op hem rust dat hij dwalend en dolend over de aarde zal gaan. Dat is niet te dragen, dat is niet leefbaar. Daar heeft zijn uitspraak dan ook mee te maken. Maar dan komt er na een geslachtsregister een vreemde tekst.

Er komt een tekst die voor je gevoel gewoon er niet hoort te staan. Nadat Kaïn uit beeld is geraakt krijgt Eva opnieuw een zoon. Seth is zijn naam en ook Seth krijgt later een zoon. Dan zijn we dus eigenlijk al twee generaties verder in ons denkkader. Kaïn was immers al een volwassen man op het moment dat Seth wordt geboren. En Adam en Eva leefden toch gewoon met God en dus zal Seth dat ook meegemaakt hebben. En toch, nadat Enos, de zoon van Seth wordt geboren, begint men de Naam van de HEER aan te roepen.

Was dat dan eerder niet? Kennelijk was er in ieder geval een verschil. Het is ook wel opmerkelijk dat de naam van Seths zoon Enos wordt. Dat betekent 'mens', maar dan in een kwetsbare, afhankelijke vorm. Dat kan te maken hebben gehad met de omstandigheden van Seth waarin hij het merkte hoe hij de HEER nodig had. Maar er is nog iets dat opvalt.

Tot op dit moment was het altijd God Die het initiatief nam om contact te leggen. God kwam naar Adam toe, Hij kwam ook naar Kaïn toe. Kaïn en Abel offerden wel, maar dat ze God aanspraken komen we niet tegen. Maar op dit moment beginnen mensen, God aan te roepen. Tot op dit moment sprak de mens wel met God, maar alleen als God Zich werkelijk liet 'zien' of ontmoeten.

Vreemd hè, dat wij nog steeds op deze manier in elkaar lijken te zitten. We willen wel spreken met God, maar dan moet Hij Zich wel laten zien. En als dat ontbreekt, dan denken wij heel makkelijk dat God afwezig is. Maar wanneer beginnen wij God dan aan te roepen? Als wij geloven dat God alomtegenwoordig is, waarom zouden we dan God niet altijd aanroepen, juist omdat Hij altijd er is, altijd tegenwoordig is. Ook als God er niet lijkt te zijn voor onze beleving leren we hier dat we God moeten aanroepen. Dat is niet onlogisch, maar dat is geloof dat God er altijd is. Als dat toen al zo was, hoeveel te meer nu de Heilige Geest in ons woont. De uitspraak dat je gebed niet verder dan het plafond komt, is echt niet Bijbels. Als God door Zijn Geest in je woont, hoeft je gebed niet eens door het plafond. Roep Hem aan, want Hij is altijd nabij!

Gebed: HEER, ik roep U aan, ook als ik U niet voel of ervaar. U bent altijd bij mij en als ik U aanroep, hoort U mij altijd.

 

 

 

 

 

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu