"Toen begonnen zij opnieuw luid te huilen. En Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth klampte zich aan haar vast." (Ruth 1:14)

Naomi is op te terugweg, samen met Orpa en Ruth. Ze zijn er allebei nog bij. Allebei hebben ze aangegeven dat ze hun schoonmoeder niet zomaar zullen loslaten. En wat hen heeft geraakt in Naomi moet iets zijn van de God van Naomi, want anders laat je niet zomaar je hele land achter met de goden die daarbij behoorden. Want ook het geloof van de heidense volken in hun goden was een serieus geloof, waarvan ze echt geloofden dat deze goden een realiteit waren. 

En misschien zou ik heel blij zijn dat Orpa en Ruth mee zouden gaan. Dat is toch prachtig, dat deze twee heidense vrouwen mee gaan en uiteindelijk zich zullen voegen onder een volk dat het volk van de levende God is. Je kunt toch niet mooier voorstellen. En toch geloof ik dat Naomi op zichzelf niet vreemd doet als ze blijft aanhouden dat de twee vrouwen moeten teruggaan. Hoe eerlijk durven we te zijn als het gaat om mensen die zeggen iets met onze God te willen hebben? Ik denk dat wij soms mensen willen gunnen dat het wel goed met hen is, terwijl ze ten diepste geen echte keus hebben gemaakt in hun leven.

Er wordt in sommige kringen wel eens gezegd dat iets eerst maar eens moet overwinteren, maar dat is niet wat ik hier bedoel. Zeker niet! Maar we mogen wel de vraag stellen als wij mensen zien aansluiten, of ze echt een keus gemaakt hebben voor Jezus! Daarom is Naomi zeker niet bezig om de twee vrouwen te ontmoedigen, maar op deze manier wordt wel duidelijk waar het de vrouwen echt om gaat. Bij Orpa krijg je een gevoel van: wat moet ik anders nog, ook in mijn eigen land heb ik niet veel meer over. Maar bij Ruth gebeurt er echt wat anders. Ruth maakt een keus voor haar leven. Leven met de God van Israël moet een keus van je leven zijn. Dat doe je niet af en toe en daar mogen ook wij mensen op wijzen.

Uiteindelijk gaat Ruth mee, maakt God Zijn plan met Ruth ook af. Uit de lijn van Elimelech moest immers Jezus geboren worden. Daarmee gaat de keus van Ruth, en Gods verlangen in haar hart, gelijk op. Ruth maakt een keus en God legt een verlangen in haar hart. Maar dat laatste mag nooit dat zijn wat wij proberen te meten, wij zien aan wat voor ogen is. En Ruth maakt dan de keus om met Naomi mee te gaan. Misschien dat achteraf dingen duidelijk zijn geworden, maar op dit moment is Naomi's houding voor Ruth uiteindelijk doorslaggevend. En let op, zowel Orpa als Ruth huilen, dat maakt niet het verschil. En overigens, zelfs van Orpa mogen we niet zeggen dat ze niet in God zou geloven, maar uiteindelijk kiest Ruth voor een radicaal leven met de God van Israël. En misschien dat jij nu wel denkt: Ruth is radicaler dan ik. Misschien is het goed om dan op dit moment nog een keer je geloof in Jezus uit te spreken en je opnieuw toe te weiden van Jezus!

Gebed: Jezus, vandaag kies ik opnieuw om mijn toewijding aan U, in geloof, te vernieuwen. Ik vernieuw mijn besluit om U te volgen, heel mijn leven, in U te geloven, tot in eeuwigheid.

 

 

 

 

 

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu