Veertigdagentijd - Dag 10 - Onze spiegel

“En de overpriesters en de Schriftgeleerden probeerden op datzelfde moment de hand aan Hem te slaan. Zij waren echter bevreesd voor het volk, want zij begrepen dat Hij deze gelijkenis met het oog op hen gesproken had.” (Lukas 20:19) 

Als je de gelijkenis van de slechte landbouwers even op je laat inwerken, dan bedenk je natuurlijk al snel hetzelfde als wat de Schriftgeleerden bedachten: “Dit gaat over ons”. De Schriftgeleerden waren degenen die als arbeiders over Gods wijngaard waren aangesteld, en zodra ze werden aangesproken op hun wanbeleid en op hun eigenzinnige godsdienst, dan rekenden ze met de profeten af en uiteindelijk zouden ze ook met Jezus afrekenen, want tot Zijn dood hadden ze al lang besloten. En dan is het nu heel erg makkelijk om te denken: Die vuile Schriftgeleerden. 

Mag ik het vandaag eens op een andere manier doen? Stel je voor dat Jezus, zo midden in de lijdenstijd, even bij jou langs komt en een gelijkenis vertelt over hoe jij en ik het doen, wat zou Hij dan vertellen? Even gewoon eerlijk. Want laten we eerlijk zijn, nu ben jij misschien niet zo’n Schriftgeleerde of overpriester, maar er is in ieder geval wel ene grote overeenkomst: Jezus roept ook jou op om de wijngaard te onderhouden. Ook jij bent geroepen om mee te werken aan Zijn Koninkrijk. 

Zoals de Schriftgeleerden waren aangesteld om zorg te dragen voor de wijngaard, zo ook wij. Het is heel simpel, maar de gelijkenis van de 10 ponden heeft Jezus nog maar net verteld en die gaat ook gewoon over jou en mij. Hoe staat het onderhoud van de wijngaard van God er voor onder ons beheer? Kijk, het is heel makkelijk om te wijzen naar die Schriftgeleerden en Farizeeën. Natuurlijk is het terecht om de conclusie te trekken dat er niets van deugde. Alleen, zou Jezus alleen daarom dit in de Bijbel hebben laten opschrijven? Of is het ook gewoon een waarschuwing? Zouden we soms niet ons ook mogen spiegelen aan die Schriftgeleerden om niet in dezelfde fouten te vallen? 

Je beseft, als je eerlijk nadenkt, dat de valkuil soms heel groot is. Want stel je nu voor dat Jezus tegen ons zegt dat wij dingen echt fout doen, maar dat het dan wel over dingen gaat in Gods wijngaard wat echt ons ‘ding’ is geworden, hoe gaan we dan reageren? Staan wij dan heel blij vooraan om ons terecht te laten wijzen? Hoeveel regels bedenken wij er soms bij, waardoor Gods Koninkrijk niet zo kan groeien zoals Jezus zou willen? 

Als je zo deze gelijkenis gaat lezen, dan krijgt hij een soort kriebeleffect. Een soort gevoel van dat het liever maar even niet over ons moet gaan. Dat kan alleen maar voorkomen worden als we telkens kijken naar hoe Jezus handelde, wat Jezus zei en we dus heel dichtbij Gods Woord blijven leven. Niets anders als toetssteen gebruiken dan Gods Woord. Niet of het goed voelt, want dan kan het wel eens heel snel in de sfeer komen waar het niet meer om de Heer gaat, maar om onze wijngaarden. Zullen we, beseffend wat het Jezus kostte, zo deze spiegel met ons meenemen? 

Gebed: Heer, deze gelijkenis is ook voor mij een spiegel. Het is zo makkelijk om te oordelen, maar leer mij telkens heel zuiver naar Uw woorden te leven en dat als maatstaf te hebben in ons leven.

 

 

 

 

 

 Bijbelgedeelte bij de laatste
'Tijd met God'

 



1 Petrus 4:1-7

1  Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met de zonde,
2  om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.
3  Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke afgoderij.
4  Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u.
5  Maar zij zullen rekenschap moeten afleggen aan Hem Die gereedstaat om de levenden en de doden te oordelen.
6  Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God in de geest.
7  En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden.
8  Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.
9  Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren.
10  Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.
11  Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt;als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu