Simson - Gods tijd

“Nu wisten zijn vader en zijn moeder niet dat dit van de HEERE was, dat Hij een aanleiding zocht tegen de Filistijnen. Want de Filistijnen heersten in die tijd over Israël.” (Richteren 14:4) 

Hoe Simson als kind is geweest weten wij niet. Hoe dat is geweest om iemand als Simson op te voeden als een Nazireeër is ook nog wel een uitdaging geweest. Als je leest hoe Simson zich gedroeg, als je ziet hoe Simson keer op keer zichzelf in de lastigste posities bracht, dan zal hij als puber ook niet de makkelijkste jongen zijn geweest. En wat is nu eigenlijk de boodschap van het leven van Simson?

 

Is er één moment geweest dat Simson vanuit zichzelf een keus maakte om voor Gods volk op te komen, of moeten we zeggen dat het vaker God was die iets in beweging zette en daar Simson vaak voor gebruikte? Dat is nog niet de meest vreemde gedachte. Dat begint namelijk al aan het begin van het verhaal. Het eerst dat we namelijk van Simson lezen is dat hij raadselachtige keuzes maakt. Keuzes die ook gewoon tegen Gods geboden ingaan. Hij gaat notabene naar Timna, een Filistijnse stad, en daar zoekt hij een vrouw. Waarom doe je dit, Simson? Waarom breng je je op deze manier in de problemen? 

Als hij dan een vrouw heeft gevonden gaat hij doodleuk naar huis, vertelt zijn ouders van die vrouw en dat hij haar als vrouw wil. Zijn ouders slaan zo ongeveer van schrik achterover, maar Simson houdt voet bij stuk. En dan komt het vierde vers. Zijn ouders wisten niet dat dit van de HEERE was. Er gebeurt dus iets, waar God de hand in heeft. Het bijzondere is dat de meeste vertalingen het woordje ‘hij’ met een kleine letter hebben vertaald en laten slaan op Simson. Dan lijkt het erop dat Simson, in opdracht van de HEER, een aanleiding zoekt om de Filistijnen iets aan te doen. Toch is dat wel een heel vreemde benadering. 

Het is helemaal namelijk niet aannemelijk dat Simson hier bewust met God een keus maakt. Dat lijkt er zelfs helemaal niet op. Alles wat Simson daarna doet, heeft namelijk helemaal niets te maken met zijn eventuele wandel met God. Hij is bezig om zijn eigen plezier te maken en wil gewoon deze vrouw hebben. Niets lijkt erop dat Simson dit wil gebruiken om de Filistijnen een slag toe te brengen. Dat gebeurt pas op het moment dat hij flink in de maling wordt genomen en Simson wraak wil nemen. 

Dat Simson naar Timna gaat en daar een vrouw vindt, is wel Gods bedoeling, maar niet Simsons bedoeling om daarin naar God te luisteren. God zocht een aanleiding tegen de Filistijnen, Simson liep namelijk helemaal niet in zijn bestemming. Israël liet de Filistijnen hun gang gaan en Simson doet daar aan mee. Hij gedraagt zich juist niet als verlosser, maar is alleen bezig om de Filistijnen en de Israëlieten nog verder met elkaar te vermengen. Maar God is nu opgestaan en God gaat ingrijpen. Daar zet Hij Simson voor in, maar niet omdat Simson zo goed afgestemd is op God, maar omdat het nu Gods tijd is om Israël te verlossen. 

Gebed: Heer, wat een apart verhaal van Simson, onbegrijpelijk hoe Simson leeft. Wat een wonder dat U niet afhankelijk bent van mensen, als gebruikt U mensen maar wat graag. Leert U mij om altijd afgestemd te zijn op Uw plan met mijn leven.

 

 

 

 

 

 Bijbelgedeelte bij de laatste
'Tijd met God'

 



1 Petrus 4:1-7

1  Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met de zonde,
2  om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.
3  Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke afgoderij.
4  Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u.
5  Maar zij zullen rekenschap moeten afleggen aan Hem Die gereedstaat om de levenden en de doden te oordelen.
6  Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God in de geest.
7  En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden.
8  Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.
9  Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren.
10  Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.
11  Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt;als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu