Daniël - Afvalligheid

“En het leger werd overgegeven vanwege de afvalligheid tegen het steeds terugkerende offer, en hij wierp de waarheid ter aarde. Hij deed het en het gelukte.” (Daniël 8:12) 

Er zit nog een andere kant aan het tweede visioen van Daniël. Dat is de kant die we zeker niet moeten vergeten. Het lijkt namelijk, als je dit visioen leest dat er eerst een koninkrijk van de Meden en Perzen is, dat wordt door een andere koninkrijk verslagen en dat koninkrijk bestaat eerst uit vier koningen en later komt er daar één voor in de plaats en dat is een verschrikkelijke koning die zelf zover komt dat hij tot God nadert en ervoor zorgt dat God het steeds terugkerende offer niet kan ontvangen. Dat is wat er in eerste instantie lijkt te staan.

 

De tekst uit vers 12 is erg moeilijk te begrijpen, omdat er gesproken wordt over een leger dat wordt overgegeven vanwege de afvalligheid. Er worden verschillende vertaalkeuzes gemaakt en in de HSV lijkt het dat er staat dat het leger van de sterren zal vallen. Vervolgens is dat eigenlijk niet uit te leggen. Kijk je verder in vers 21, waar de uitleg gegeven wordt van dit visioen, dan lijkt de uitleg dat het leger, uit vers 12, het leger is van die verschrikkelijke koning die zal opstaan. Dan staat er in vers 12 dus eigenlijk dat het leger van de Vorst van de hemel, Israël is en dat die verschrikkelijke koning, met zijn leger ervoor zal zorgen dat Israël aan hem wordt overgegeven. 

Op het moment dat we daar zijn met de uitleg, wordt het ineens veel duidelijker dat die verschillende koningen en uiteindelijk die verschrikkelijke koning er niet zomaar zijn. Dat er straks, na de herbouw van de tempel een periode zal komen dat God Zijn dagelijks terugkerende offer niet meer zal krijgen, heeft alles te maken met de afvalligheid van Israël. Het achterna gaan van de afgoden, wat Israël van keer op keer deed, heeft dus het gevolg dat God een koning laat opstaan, die de aanbidding richting God zal laten stoppen. 

De vraag die ergens wel blijft hangen is de vraag naar het nut van de tempel, na de opstanding van Jezus. Dat nut is er niet meer en dat de tempel in het jaar 70 na Christus definitief is verwoest is, is voor Israël verschrikkelijk omdat ze niet geloven in de Messias en dus geloven dat hun dienst aan God onmogelijk is geworden, maar uiteindelijk is dit juist de straf voor hun ongelof dat ze Jezus hebben afgewezen en God uiteindelijk ook geen tempel meer wil hebben om Hem te aanbidden, Hij wil in Geest en in waarheid aanbeden worden. 

En waar zoregt die koning dan ook nog voor? Hij zorgt er ook nog voor dat de waarheid ter aarde valt. Dus niet alleen het dagelijkse offer, maar ook de absolute waarheid van God zal hij geweld aandoen en Israël zal de waarheid niet horen. Als je dit tot je laat doordringen is het een verschrikkelijk visioen dat alles te maken heeft met hoe Israël met Jezus omgaat. En dan doorgetrokken naar onze tijd, waarin God Dezelfde is, betekent afgoderij dus wel dat God ook in onze tijd afgoderij en het afvallen van Hem, echt wel serieus neemt. Dat gaat dus ook ons aan, al zijn wij niet Gods Eigen volk Israël, dit raakt ook onze tijd, want God verdient alle eer en aanbidding, ook vanuit ons land. God zal altijd jaloers zijn op Zijn eer! 

Gebed: Heer, afgoderij is iets verschrikkelijks voor U en U laat dit ook niet eindeloos toe. Laat Israël weer iets zien van U en vergeef ook al onze afgoderij en laat ons alleen U aanbidden!

 

 

 

 

 

 Bijbelgedeelte bij de laatste
'Tijd met God'

 



1 Petrus 4:1-7

1  Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met de zonde,
2  om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.
3  Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke afgoderij.
4  Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u.
5  Maar zij zullen rekenschap moeten afleggen aan Hem Die gereedstaat om de levenden en de doden te oordelen.
6  Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God in de geest.
7  En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden.
8  Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.
9  Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren.
10  Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.
11  Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt;als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu