Daniël - Geen eindeloze macht van het kwaad

“Daniël nam het woord en zei: ’s Nachts in mijn visioen keek ik toe, en zie, de vier winden van de hemel zweepten de grote zee op, en de vier grote dieren stegen op uit de zee, die van elkaar verschilden.” (Daniël 7:2 en 3) 

Het visioen dat Daniël krijgt begint met een onstuimige zee en uit die zee komen vier dieren. Die zee, waar het mee begint die voorspelt niet veel goed. De zee staat in de Bijbel heel vaak voor het kwaad of voor de kwade machten. Je zou hier ook kunnen zeggen dat deze zee symbool staat voor het wereldtoneel in de tijd die nog volgt. En dat wereldtoneel wordt opgezweept als een woeste zee. Dan heeft dat woeste en onstuimige alles te maken met de onrust die op het wereldtoneel te zien zal zijn.

 

Daniël heeft misschien wel gedacht dat hij al in een van deze heftige koninkrijken leefde. Of dat zo is, wordt niet duidelijk. Het wordt al helemaal niet duidelijk hoe dat met die koninkrijken zit. De eerste drie koninkrijken lijken rijken lijken anders dan de laatste. Bij het laatste koninkrijk lijkt het ook om meer te gaan dan een koningschap. Het laatste beest dat in agressie veruit meer is dan de andere drie bij elkaar heeft tien hoornen op zijn kop. En die hoornen staan elk voor een koning. Maar het zijn wel koningen van hetzelfde koninkrijk, of misschien van hetzelfde kwaad. En het gaat dan om zoveel kwaad dat deze dat de grootspraak uit zijn mond niet alleen grootspraak is, maar hij blijkt het zelfs tegen God op te durven nemen. 

Nu zullen we nooit precies begrijpen over welke koningen of koninkrijken het dan zal gaan. Ook de theologen denken hier allemaal anders over en niemand komt op hetzelfde uit, en daarmee zal er ook veel onduidelijk blijven. Maar wat wel blijkt is dat op het moment dat het laatste koninkrijk met tien koningen, de laatste zal opstaan ten koste van drie andere koningen en dat dit verschrikkelijk is in de manier hoe het zich manifesteert op aarde. Alles verbrijzelt en vertrapt dit koninkrijk. 

Het is natuurlijk de vraag of het een fysiek koninkrijk is. In de context van Daniël zou dat wel begrijpelijk zijn geweest, maar het zouden ook machten kunnen zijn die niet per definitie een fysiek koninkrijk hoeven te zijn. Maar als je dit alles tot je hebt laten doordringen en je misschien denkt: Wat staat ons dan allemaal nog te wachten? Dan worden er plotseling tronen geplaatst op aarde. En op die tronen, zette Zich de Oude van Dagen. 

Die term is best wat bijzonder te noemen. In de context van die tijd wilde dat zeggen dat dit een Godheid is die heel veel gezag had. In het meergodendom was dit een god waar je echt rekening mee moest houden, maar in onze context zegt dit dat God de Oude van dagen is. Dat is niet zomaar een term, het is God, Die er altijd al was. Hij is de God van voor de tijd, Hij is de Oudste van dagen. God, Die is en Die was en Die dus ook komen zal, Hij zal zich straks op de troon zetten en al al het gezag van deze koninkrijken wegnemen. Elke demonische macht, die nu de aarde nog regeert en straks misschien nog veel extremer zal regeren, zal straks verdwenen zijn, omdat ze van hun troon worden gezet. 

Gebed: Heer, wij wachten op het moment dat U definitief ingrijpt. Het kwaad is een tijd gesteld en U hebt macht, ook over dat gezag en tot die tijd zullen wij in de autoriteit van Jezus doen wat Hij ons heeft geleerd.

 

 

 

 

 

 Bijbelgedeelte bij de laatste
'Tijd met God'

 



1 Petrus 4:1-7

1  Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met de zonde,
2  om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.
3  Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke afgoderij.
4  Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u.
5  Maar zij zullen rekenschap moeten afleggen aan Hem Die gereedstaat om de levenden en de doden te oordelen.
6  Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God in de geest.
7  En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden.
8  Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.
9  Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren.
10  Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.
11  Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt;als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu