Handoplegging

“Laten wij daarom het eerste onderwijs met betrekking tot Christus laten rusten, en doorgaan tot de volmaaktheid, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van de leer van de dopen, van de handoplegging, van de opstanding van de doden en van het eeuwig oordeel.” (Hebreeën 6:1 en 2) 

Heeft iemand jou weleens de handen opgelegd? En dan bedoel ik niet als een soort bemoediging, maar op een geestelijke manier, zodat er een geestelijke overdracht was van de zalving van de Heilige Geest. Als je deze vraag stelt krijg je over het algemeen al snel een soort reactie van: dat is nergens voor nodig dat iemand, die dan blijkbaar geestelijk meer is, mij de handen oplegt. Of de andere kant dat iedereen, iedereen de handen oplegt. Is dit nu echt een thema? Of is het dat niet? Als we de Hebreeënbrief erbij nemen, dan blijkt iets opmerkelijks.

 

De schrijver heeft het, na een stevig onderwijzend gedeelte, over geestelijke volwassenheid. En volgens de schrijver had het al lang tijd geweest voor vast voedsel en hadden zijn lezers al lang volwassen moeten zijn. En op dat punt stapt hij over naar het ‘volwassenonderwijs’. En dat doet hij met een opmerkelijke opmerking. Hij zegt dat hij het eerste onderwijs zal laten rusten. Dat is het ‘babyonderwijs’ en hij zal verdergaan naar de volmaaktheid van het onderwijs. Je zou ook kunnen zeggen: de volmaaktheid van het geloof, of de volwassenheid van het geloof. En wat is dan het onderwijs dat hij laat rusten omdat dit nu niet meer aan de orde zou hoeven te komen? 

Wat niet behoort bij het ‘volwassenonderwijs’ is het eerste onderwijs met betrekking tot Christus, het fundament van bekering van dode werken, van het geloof in God, van de doop, van de opstanding van de doden èn van de handoplegging. Deze thema’s zouden niet meer uitgelegd hoeven te worden aan christenen die volwassen in het geloof zijn geworden. Het is opmerkelijk hoeveel preken er dus toch nog over deze thema’s gaan. Hoeveel preken in ons land blijven draaien om bekering van dode werken, hoe vaak blijkt het van belang te zijn om over de opstanding van de doden te preken, hoeveel onderwijs wordt er nog steeds gegeven over de doop? Wat maakt dat de kerk deze thema’s nog steeds nodig heeft? Waarom zijn er nog zoveel baby’s onder de gelovigen. Maar het meest opmerkelijke is een thema, waar je bijna niets over hoort: Handoplegging! 

Handoplegging is volgens de schrijver van de brief iets dat gewoon bij de beginnende gelovigen een bekend thema moet zijn. En vandaar de vraag waar we net mee begonnen: Heeft iemand jou weleens de handen opgelegd? Want blijkbaar behoort dit bij de basis van het geloof en misschien nog wel sterker: Elke jonge gelovige behoort de handen opgelegd te krijgen. Dat is in ieder geval de indruk die je krijgt bij deze woorden. 

Hoe zit dat nu eigenlijk met handoplegging en hoe belangrijk is dit? Als je het boek Handelingen gaat lezen blijkt telkens dat de handoplegging door de apostelen ervoor zorgt dat nieuwe gelovigen vervuld worden met de Heilige Geest. Het blijkt dus ook alles te maken te hebben met Pinksteren. We zullen de komende dagen een aantal teksten bekijken rond dit thema, zodat ook dit stukje basisonderwijs voor ons bekend zal zijn. 

Gebed: Heer, ik verlang om al het basisonderwijs in ieder geval te kennen en eigen te maken, zodat ik in volwassenheid ook steeds meer en meer kan toenemen.

 

 

 

 

 

 Bijbelgedeelte bij de laatste
'Tijd met God'

 



1 Petrus 4:1-7

1  Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met de zonde,
2  om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.
3  Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke afgoderij.
4  Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u.
5  Maar zij zullen rekenschap moeten afleggen aan Hem Die gereedstaat om de levenden en de doden te oordelen.
6  Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God in de geest.
7  En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden.
8  Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.
9  Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren.
10  Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.
11  Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt;als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu