Veertigdagentijd - Dag 40 - Stille zaterdag

“Deze ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus.” (Lukas 23:52) 

Het kan toch niet waar zijn dat Jezus daar aan het kruis zou blijven hangen, terwijl de sabbat bijna zou aanbreken. Overigens is dat best wel iets heel bijzonders. De Joden die op een ergeniswekkende wijze met de wetten omgingen, zelfs het paleis van Pilatus niet binnen wilden gaan, vlak voor het Pascha, laten wel Jezus op de sabbat aan het kruis hangen. Kon dat dan wel? Kennelijk was dat toch minder belangrijk voor hen. In het Johannesevangelie wordt nog wel gezegd dat de Joden de lichamen van de kruisen afgehaald wilde hebben, maar ook daar lezen we over de begrafenis hetzelfde verhaal.

 

Maar er was nog een belangrijke raadsheer, die Jezus volgde. Jozef van Arimathea heette hij. Er staat dat ook hij het Koninkrijk van God verwachtte. Hoe dat geloof van hem er precies uitziet weten we niet, maar hij hoorde niet bij het volk dat Jezus verachtte en gedood had. Als raadsheer zal hij ook wel gedachten gehad hebben over het strafproces. Wellicht heeft deze Jozef een goede ingang gehad in het paleis bij Pilatus. Hij zou zelfs een goede bekende geweest kunnen zijn en behoorlijk aanzien gehad kunnen hebben bij Pilatus. 

Hij staat op en vraagt om het lichaam van Jezus om dat te mogen begraven. En hij krijgt van Pilatus het lichaam van Jezus. Jozef van Arimathea, die in het geheim Jezus dus volgde, laat hier zijn liefde voor Jezus zien. En zo begraaft hij, samen met de vrouwen Jezus in een nieuw graf. En toen werd het stil. 

De gedachten die je dan vervolgens naar boven voelt komen, zijn gedachten waar we moeilijk een antwoord op kunnen krijgen. Want wat is er in dat graf gebeurd? Er vanuit gaande dat de dood nog niet overwonnen was, zou dat betekent hebben dat zowel het lichaam van Jezus, als Zijn ziel naar het dodenrijk zijn gegaan. De dood had zijn sleutels immers nog niet afgegeven. En wat de zielen in het Oude Testament deden in het dodenrijk is niet echt duidelijk. Wel is duidelijk dat als Jezus de dood heeft overwonnen, de zielen van de gelovigen gelijk naar de hemel gaan. Jezus was de laatste van de oude bedeling. 

Is daar de strijd geweest over de dood? Of mocht Jezus daar in alle rust liggen, beschermd door engelen? Niemand die dat kan vertellen, maar dit is wel duidelijk: Jezus moest uiteindelijk het graf in om de dood op zijn eigen terrein te gaan verslaan. Ook de dood, zowel de letterlijke dood, als ook de engel van de dood, moesten overwonnen worden. Elk terrein van verlies, heeft Jezus omgezet in winst. Stille zaterdag was geestelijk misschien weleens minder stil dan dat wij vaak denken. Stilte, van ontzetting, dat was er wel bij Zijn discipelen. 

Stilte, maar in de geestelijke wereld heeft de duisternis feestgevierd. Satan moet gedacht hebben dat Jezus overwonnen was. Misschien wel betalend, maar een dode kan uiteindelijk niet betalen en satan zal vals gelachen hebben, niet wetend dat zijn lachen snel zou vergaan. Maar voor ons is Stille Zaterdag een dag van aanbidding, omdat Jezus niet stopte na Zijn dood, maar ook de strijd om de dood en het graf voor ons aan het winnen was. 

Gebed: Heer, dank U wel dat de dood ook niet langer meer het laatste woord heeft. Het is stil in de wereld na Uw begrafenis, maar de glorieuze dag van overwinning staat op doorbreken.

 

 

 

 

 

 Bijbelgedeelte bij de laatste
'Tijd met God'

 



1 Petrus 4:1-7

1  Welnu, omdat Christus voor ons in het vlees geleden heeft, moet ook u zich wapenen met dezelfde gedachte: wie in het vlees geleden heeft, is opgehouden met de zonde,
2  om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.
3  Want wij hebben de voorgaande tijd van ons leven lang genoeg de wil van de heidenen gedaan en gewandeld in uitingen van losbandigheid, begeerten, dronkenschap, zwelgpartijen, drinkgelagen en allerlei walgelijke afgoderij.
4  Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u.
5  Maar zij zullen rekenschap moeten afleggen aan Hem Die gereedstaat om de levenden en de doden te oordelen.
6  Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God in de geest.
7  En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden.
8  Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.
9  Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren.
10  Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.
11  Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt;als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu