Wie zeg jij dat Jezus is

 

"Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? Petrus antwoordde en zei: De Christus van God." (Lukas 9:20)

 

Voordat we dit jaar aan een nieuw thema beginnen wil ik graag even aandacht geven aan de vraag van Jezus aan jou: "Wie zeg jij dat Ik ben?" Natuurlijk, het was de vraag die Jezus aan Zijn discipelen stelde, maar daarmee stelt Hij deze ook aan jou en mij. Wie zeg jij dat Jezus is? En misschien heb je zoiets van: Dat is toch geen vraag, dat weet ik toch wel? Ja, ik geloof vast dat je dit weet, sterker nog, ik ga er vanuit dat je zonder enige hapering zomaar kunt zeggen Wie Jezus is. Maar ik wil deze vraag graag even op scherp zetten omdat we leven in een tijd waarin zoveel meningen zijn.

We hebben het net gehad over dat Jezus niet kwam om vrede te brengen maar het zwaard. We weten nu wat dit betekent. Dat betekent dat Jezus met Zijn boodschap het zwaard niet bracht, maar dat het de reactie van mensen was op Zijn boodschap. Maar dat betekent dat wij in onze tijd, de vraag over wie jij en ik zeggen dat Jezus is, misschien even op ons netvlies moeten zetten.

 

Het moment dat Jezus vraagt aan Zijn discipelen wie zij denken dat Hij is, is het moment net na de vijf broden en de twee vissen. Kort daarna was Jezus in gebed gegaan en Hij had de menigte achtergelaten in verwarring over Wie Hij eigenlijk was. Want die vraag was op dat moment natuurlijk aan de orde van de dag. Iemand die van vijf broden en twee vissen duizenden mensen kan voeden is toch minimaal wel erg bijzonder. En het antwoord is heel divers. Maar blijkbaar zegt niemand dat Hij de Zoon van God is, of dat Hij de Gezalfde van God is. 

 

En weet je, wij leven in een zelfde soort tijd. God doet soms grote wonderen en als je vervolgens aan een arts in het ziekenhuis vraagt wat er is gebeurd, dan zegt een arts doodleuk: "We kunnen het niet verklaren, maar een wonder kunnen we het niet noemen." Of er gebeurt onder jongeren heel veel en men zegt: "Het zal allemaal in zo'n vaart niet lopen." Het aantal voorbeelden waarin Jezus en Zijn macht, ook in onze tijd, wordt weggeredeneerd zijn talrijk. Maar wat zeg jij nu van Jezus en Wie Hij is?

 

Onze tijd wil eigenlijk niets van Jezus weten, maar tegelijk willen ze wel wonderen. Net als in de tijd van Jezus. En waar is de kerk in Nederland gebleven die de wonderen van God groot maakt en het uitroept: "Kijk, dit heeft mijn God, mijn Jezus gedaan!" Waar is onze stem, als velen ons in twijfel trekken, zelfs tot in de kerken toe? Zwijgen wij of spreken wij?

 

Daarom stelt Jezus jou vandaag de vraag: "Wie zeg jij dat Ik ben?" Ik zou graag dit willen zeggen: "Jezus, U bent mijn Verlosser en Redder, maar U bent ook mijn Jezus bij Wie alle, maar dan ook alle dingen mogelijk zijn en U laat Zichzelf ook in onze tijd zien en de wonderen die gebeuren, dat doet mijn Jezus!

 

Gebed: Jezus, U bent alles! U ben mijn Redder, maar ook Degene waarvan ik weet dat U werkt in onmogelijke situaties. En ik maak nu een besluit om daar niet van te zwijgen!

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom