Jezus loopt over het water - Mattheüs 14

 

Heb je wel eens in een heel erge storm gezeten? Dat je ergens liep en ineens begon het heel hard te waaien en te regenen. Wat doe je dan?

 

Op het meer van Galilea vaart een bootje met twaalf mannen erin. Het zijn de discipelen. En de discipelen kijken niet blij. Ze zijn ook niet blij. Alles zit tegen. Ze hadden zulke mooie plannen, en vanmiddag was het bijna gelukt. Want Jezus had vanmiddag aan 5000 man en dan ook nog vrouwen en kinderen eten gegeven. Iemand die dat doet, is goed voor de mensen. En iemand die goed is voor de mensen, die moet Koning worden. En dat kon Jezus best worden! Dus stiekem hadden ze gehoopt dat Jezus koning zou worden. Maar Jezus wist dat de mensen dat wilde, maar Hij wilde dat niet. Hij had alle mensen naar huis gestuurd en de discipelen de boot in, en ze gezegd dat ze naar de overkant moesten varen. ‘En u dan?’ hadden ze gevraagd? ‘Ik wil even alleen zijn, ik kom later wel, ga nu!’ En met tegenzin waren ze gegaan.

 

En daar zitten ze nu, op het meer, in een bootje, een beetje sacherijnig te zijn. Maar dat vergeten ze al snel, want er zijn andere dingen waar ze zich druk om moeten maken. Het begint namelijk steeds harder te waaien. Een aantal discipelen waren vroeger vissers geweest, dus die waren heus wel wat gewend en konden goed roeien, maar nu waaide het wel heel erg hard! Ze roeide uit alle macht, maar kwamen eigenlijk niets voor uit. En het werd steeds donkerder om hen heen, wat nu? Jezus was er niet. En vissers zijn niet zomaar bang, ook niet van storm, maar waar ze nu heen moesten wisten ze niet.

 

Een van de discipelen kijkt eens rond, zijn er nog meer boten in de buurt, en dan ziet hij iets bewegen. ‘Kijk daar eens! Daar… Daar loopt iets!’ roept hij verschrikt. De andere discipelen kijken ook. ‘Wat is dat?’ ‘Een lopend iemand… een spook!’ ‘Er loopt een spook over het water! En het komt naar ons toe!’ Van die stoere vissers is niets meer over! Ze beven als een rietje, en gillen het uit. ‘Een spook!’ Maar dan horen ze een stem. “Wees niet bang! Ik ben het.” Hee, die stem kennen ze. Wie is dat? “Maar, dat is Jezus!” En Petrus, hij was zo bang, en is nu zo blij dat hij ziet dat hij nu naar Jezus toe wil. Hij roept: “Meester, mag ik naar U toe komen?” “Ja hoor, kom maar!” En zonder er verder over na te denken stapt Petrus de boot uit en loopt over het water naar Jezus toe. Zomaar. Misschien heb jij het wel eens geprobeerd, maar je zakt altijd door het water heen. Maar Petrus kon op het water lopen. Hij keek goed naar Jezus, en stap voor stap kwam hij dichterbij. Tot hij ineens bedacht: Ho even, wat gebeurt er nu? Ik loop op het water. Het stormt, het waait, de golven zijn eigenlijk best wel hoog, straks zink ik! En met dat Petrus dat denkt, voelt hij dat hij weg zakt in het water. “Jezus, help mij! Ik zink!” En Jezus is er al. Hij pakt snel Petrus zijn hand en trekt Hem omhoog. “Wat doe je Petrus? Waarom bleef je niet naar mij kijken? Waarom werd je bang? Als je naar mij keek en geloofde ging het toch goed. Je moet niet bang zijn, als ik wil dat jij op het water loopt, dan kunnen de golven nog zo hoog zijn, maar dan loop je op het water.” Petrus weet het, ja dat is zo. Ik had niet naar de golven moeten kijken, maar ik had naar Jezus moeten blijven kijken.

 

Samen lopen ze terug naar de boot, waar de andere 11 discipelen alles hebben gebeuren. Ze zijn de schrik van ‘het spook’ nog steeds niet echt te boven. Maar ze hebben ook gezien wat er met Petrus is gebeurt. En zodra Jezus en Petrus aan boord stappen, gaat de wind liggen, zijn de golven weg en is alles weer rustig. En dan weten de discipelen het zeker, dit was geen spook, maar dit was Jezus, de Zoon van God, die alles kan!

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom