Man of vrouw naar Gods hart - Gods als eerste

 

"En nu, wat hebt u voorhanden? Geef mij vijf broden mee in mijn hand, of wat er maar te vinden is." (1 Samuël 21:3)

"Die raadpleegde vervolgens de HEERE voor hem en gaf hem proviand. Hij gaf hem ook het zwaard van Goliath, de Filistijn." (1 Samuël 22:10)

 

Er zijn gedeelten van het leven van de man naar Gods hart, van het leven van David waar je gewoon niet goed uit komt. Horen bepaalde dingen uit het leven van David nu echt bij een man naar Gods hart? Ergens begrijp je het gewoon niet. Natuurlijk, straks met Bathseba, dat is wel duidelijk en later bij de volkstelling ook. Maar er zijn nog een paar van die geschiedenissen waarvan je niet weet wat je er nu eigenlijk van moet denken. De geschiedenis in Nob is er ook zo één.

 

 

 

David heeft afscheid genomen van Jonathan en gaat op de vlucht voor Saul. En eigenlijk het hele hoofdstuk dat volgt zet ons voor vragen waar we niet uitkomen. Hij gaat dan naar Nob en zoekt daar de priester op. Waarom doet David dit? Want David komt met een leugen binnen. Hij vertelt doodleuk dat hij door de koning op een geheime missie is gestuurd met zijn mannen. Waarom doet David dit? Is dit uit angst? Is dit omdat hij Achimelech, de priester niet wil belasten met de echte reden? Hoe zou de priester gereageerd hebben als hij echt vertelde hoe het zat?

 

In Nob was de door Saul ingestelde centrale plaats van heiliging en aanbidding. En daar ga je toch ook niet zomaar naartoe? Het lijkt, later als Doëg, die daar ook rondhing, tegen Saul gaat vertellen wat er is gebeurd in Nob, dat David vooral naar de priester ging om God te raadplegen. En tegelijk had David ook voedsel nodig en een wapen. Hij had op dit moment niets.

 

Wat nog opmerkelijker is, is dat Jezus later in het Nieuwe Testament op deze situatie terugkomt en er geen negatief woord over zegt. Zelfs niet over het feit dat David de toonbroden, die heilig waren en nadat ze een dag op de tafel hadden gelegen alleen door de priesters gegeten mochten worden, meenam als proviand voor onderweg. Is dat niet heel opmerkelijk? Toch is er iets wat dan wel opvalt. Jezus blijkt duidelijk te zeggen dat barmhartigheid voor de wet gaat. Dit is dus geen overtreden van de wet, maar wat de priester hier doet is barmhartigheid bewijzen aan iemand die in nood is. En wat doet deze man naar Gods hart, David als hij in nood is?

 

Hij gaat dus naar de priester om hem te vragen naar wat God wil en wat God zegt. Hij heeft Achimelech gevraagd om God te vragen hoe het dus verder moet. Die leugen, moeten we maar even laten rusten, elke speculatie daarover kan een verkeerde zijn, maar gaan wij, als we in nood zijn in de eerste plaats naar God toe? Laat dit niet heel duidelijk zien hoe David denkt en handelt? En zelfs neemt hij de heilige broden aan, omdat hij geen religie volgt, maar relatie heeft met God. Dit is hoe we naar Gods hart mogen en horen te handelen, misschien zelfs als het soms over de grens heengaat.

 

Gebed: Vader, wat een lastige dingen in het leven van David, maar tegelijk ook wat een les om U eerst te raadplegen voordat ik een volgende stap zet en vanuit de relatie met U te leven.

Tijd met God

Met Jezus opgestaan

 

"Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God,  Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven." (Galaten 2:20)

Met de Heer begraven en weer opgestaan. De zin van die lied zullen velen lezers herkennen. En juist nu het weer Pasen is geworden, ligt voor ons gevoel natuurlijk de nadruk op ‘opgestaan’. En tegelijk, is het de vraag in hoeverre wij dit ook echt ervaren, beleven en vooral hoe wij dit leven. Klopt het dat ons leven een opstandingsleven is? Of leven wij nog meer bij Golgotha, dan bij het open graf? Want dat is wel een groot verschil.
Lees meer...

Aanmelden 'Tijd met God'

Meld je aan voor het gratis mailabonnement 'Tijd met God'. 
Aanmelden mailabonnement

Bijbelgedeelte

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij 'Tijd met God' van dit moment.

 

Galaten 2:15-21

 15 Wij, die van nature Joden zijn, en geen zondaars uit de heidenen,
 16  weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof in Jezus Christus. En ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden uit het geloof van Christus en niet uit werken van de wet.  Immers, uit werken van de wet wordt geen vlees gerechtvaardigd. 
 17 Maar als wij, die in Christus verlangen gerechtvaardigd te worden, ook zelf zondaars blijken te zijn, is Christus dan een dienaar van de zonde? Volstrekt niet!

Lees meer...

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Aanbevolen

Youtube-kanaal

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom