Verwachting - Jozef

 

"Door het geloof heeft Jozef bij zijn sterven melding gemaakt van de uittocht van de Israëlieten en heeft hij een opdracht gegeven in verband met zijn gebeente." (Hebreeën 11:22)

 

Verwachting hebben van wat er met je nageslacht gaat gebeuren zagen we al bij Izak. Maar ook Jakob heeft de zonen van Jozef gezegend. Daar kunnen we niet zo heel veel meer aan toevoegen na de zegening van Izak, behalve dat Jakob heel bewust de verkeerde volgorde koos om de zoons van Jozef te zegenen omdat hij ongetwijfeld dat opdracht van God toe kreeg. Maar nu Jozef nog even. Wat hij geloofde, daar zou hij zelf niets meer van meemaken. Zijn nageslacht zou uiteindelijk weer terugkomen in het beloofde land. Dat waren de woorden die hij bij zijn sterven nog sprak.

Maar wat heeft Jozef aan deze woorden gehad? Niet meer dan dat ook hij het geloof had dat uiteindelijk de Messias in Israël geboren zou worden. Toch zijn de woorden van Jozef, woorden van hoop midden in een vreemd land. Jozef was wel een vreemdeling in een vreemd land geworden. Abraham was als vreemdeling komen wonen in het land dat wel zijn eigen land zou worden, maar Jozef heeft vooral vreemdelingschap gekend. 

 

Nadat Jozef was verkocht door zijn broers en in Egypte was gekomen is het allemaal wel heel goed gegaan en Jozef heeft er niets van geweten dat zijn nageslacht zo erg verdrukt zou worden. Maar toch sprak hij op zijn sterfbed wel uit dat de Israëlieten op een bepaald moment terug zouden gaan naar hun eigen land en op dat moment moesten ze de beenderen van Jozef meenemen naar het land waar zijn thuis eigenlijk was.

 

Wat heeft Jozef nu aan deze woorden gehad en wat had hij aan de gedachte dat het uiteindelijk zover zou komen dat zijn nageslacht terug zou keren? Voor zijn leven niet zo veel. Behalve dat hij er rust over had dat God voor de toekomst zou zorgen. Hij wist daarmee dat God ook Zijn beloften zou vervullen voor Israël. Dus in dat opzicht was hij vol verwachting. Maar niet alle woorden die God ons geeft hebben te maken met wat wij meemaken. Als God profetische woorden geeft, kan dat naast persoonlijke bemoediging, ook te maken hebben met je nageslacht.

 

Zal Israël, toen de verdrukking niet uit te houden was, nog wel eens hebben nagedacht over de woorden van Jozef op zijn sterfbed? God heeft deze woorden ook gegeven als hoop voor Jozefs nageslacht. Het roepen dat Israël uiteindelijk tot God doet in Egypte zou wel eens veel te maken kunnen hebben gehad met de woorden van Jozef die van generatie op generatie doorgegeven waren.

 

Ook wij hebben woorden van hoop meegekregen door ons voorgeslacht. Woorden dat dit aardse leven niet het enige is. God spreekt door de generaties heen en laten ook wij beseffen dat wij woorden van hoop hebben door te geven. Als ik de lauwheid zie onder de oudere generaties en ik jongere generaties zie opstaan met passie, dan ben ik wel eens bang dat wij Gods woorden van hoop vergeten door te geven. Geef door, wat God in je hart legt en zorg voor hoop, ook als je nageslacht straks misschien andere tijden krijgt mee te maken, zodat ze dan onze woorden hebben die God ons gaf waar ze zich aan mogen vasthouden.

 

Gebed: Heer, U geeft ons woorden van hoop, woorden die mogen blijven klinken, zelfs als de kerk steeds meer in de marge terecht komt. Laat mijn mond nooit zwijgen tegen de opkomende generatie van de hoop die U geeft.

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 14

 

​1 Simson ging naar Timna. En toen hij in Timna een vrouw uit de dochters van de Filistijnen had gezien,
2 ging hij weer terug om het zijn vader en zijn moeder te vertellen. Hij zei: Ik heb in Timna een vrouw gezien uit de dochters van de Filistijnen. Welnu, neem haar voor mij tot vrouw.
3 Maar zijn vader zei tegen hem, evenals zijn moeder: Is er onder de dochters van je broeders en onder heel mijn volk geen vrouw, dat je weggaat om een vrouw te nemen van die onbesneden Filistijnen? Maar Simson zei tegen zijn vader: Neem háár voor mij, want zij is in mijn ogen de juiste.
4 Nu wisten zijn vader en zijn moeder niet dat dit van de HEERE was, dat hij een aanleiding zocht tegen de Filistijnen. Want de Filistijnen heersten in die tijd over Israël.
5 Zo ging Simson met zijn vader en zijn moeder naar Timna. En toen zij bij de wijngaarden van Timna kwamen, zie, een jonge leeuw kwam hem brullend tegemoet.
6 Toen werd de Geest van de HEERE vaardig over hem, zodat hij hem uiteenscheurde, zoals men een bokje uiteenscheurt, zonder dat hij iets in zijn hand had. Maar hij vertelde zijn vader en moeder niet wat hij gedaan had.
7 Hij ging verder en sprak met de vrouw. En zij was in Simsons ogen de juiste.
8 Toen hij na enkele dagen terugkeerde om haar tot vrouw te nemen, week hij van de weg af om het kadaver van de leeuw te zien. En zie, er zat een bijenzwerm in het lichaam van de leeuw, met honing.
9 Hij nam die honing in zijn handen en liep al etend verder. Hij liep naar zijn vader en zijn moeder en gaf hun er wat van, en zij aten ook. Hij vertelde hun echter niet dat hij de honing uit het lichaam van de leeuw genomen had.
10 Toen ook zijn vader bij de vrouw aangekomen was, richtte Simson daar een maaltijd aan, want zo deden de jongemannen.
11 En het gebeurde, zodra zij hem zagen, dat zij dertig metgezellen uitkozen,  die bij hem zouden blijven.
12 En Simson zei tegen hen: Laat mij u toch een raadsel opgeven. Als u mij dat binnen de zeven dagen van deze bruiloft goed kunt uitleggen en kunt ontdekken wat het betekent, zal ik u dertig stel onderkleren geven, en dertig stel bovenkleren.
13 Maar als u het mij niet kunt uitleggen, dan moet u míj dertig stel onderkleren en dertig stel bovenkleren geven. Daarop zeiden zij tegen hem: Geef uw raadsel op en laat het ons horen.
14 Hij zei tegen hen: Eten kwam uit de eter, en zoetigheid kwam uit de sterke. En drie dagen lang konden zij het raadsel niet uitleggen.
15 Toen gebeurde het op de zevende dag dat zij tegen de vrouw van Simson zeiden: Haal uw man over om ons het raadsel uit te leggen. Anders zullen wij u en het huis van uw vader met vuur verbranden. Hebt u ons uitgenodigd om ons ons bezit te ontnemen of zo?
16 Toen ging de vrouw van Simson bij hem zitten huilen en zei: Je haat mij alleen maar en houdt niet van mij. Je hebt mijn volksgenoten een raadsel opgegeven en het mij niet uitgelegd. En hij zei tegen haar: Zie, ik heb het mijn vader en mijn moeder niet eens uitgelegd, zou ik het jou dan wel uitleggen?
17 En zij huilde bij hem op de zevende dag dat zij deze maaltijd hadden. Zo gebeurde het op de zevende dag dat hij het haar uitlegde, want zij bleef bij hem aandringen. Vervolgens legde zij het raadsel uit aan haar volksgenoten.
18 Toen zeiden de mannen van de stad tegen hem, op de zevende dag, voordat de zon onderging: Wat is zoeter dan honing? En wat is sterker dan een leeuw? En hij zei tegen hen: Als u niet met mijn kalf had geploegd, zou u de betekenis van mijn raadsel niet hebben ontdekt.
19 Toen werd de Geest van de HEERE vaardig over hem: hij ging naar de Askelonieten en sloeg dertig man van hen dood. Hij nam hun kleren en gaf een stel daarvan aan elk van hen die het raadsel hadden uitgelegd. Hij was echter in woede ontstoken en keerde weer terug naar het huis van zijn vader.
20 En de vrouw van Simson werd de vrouw van zijn metgezel, die hem vergezeld had.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom