Leven in de tussentijd als pelgrim

 

"Een pelgrimslied. Ik riep tot de HEERE in mijn benauwdheid en Hij verhoorde mij." (Psalm 120:1)

 

We leven in de tussentijd tussen hemelvaart in wederkomst. We leven ook in de tijd waarin het volmaakte nog niet is gekomen, verre van dat. Als het goed is, ervaren we ook dat we wel op aarde leven, maar eigenlijk onderweg zijn. We zijn niet thuis op deze aarde als gelovige. We zijn onderweg naar Huis. En hier onderweg leven we als een pelgrim die zijn aanbiddende blik heeft gericht op zijn God en Koning. Pelgrim-zijn, opgaan naar de God van ons verlangen, opgaan naar de God, Die op ons wacht.

 

 

 

De komende tijd gaan we nadenken over de pelgrimspsalmen 120 tot en met 134. Psalmen die geschreven zijn voor pelgrims die op weg waren naar het heiligdom in Jeruzalem, maar ook psalmen die geschreven zijn voor pelgrims op weg naar de hemelse heerlijkheid. En probeer maar om deze psalmen tot je te laten doordringen als pelgrim. Bedenk bij elk woord in deze momenten van overdenken dat je die pelgrim bent, die onderweg is en nog niet Thuis is. Het gevoel misschien wel van de woestijn, of het gevoel van onveiligheid waarin we leven op aarde. MAar ook die momenten van onbegrip van medebewoners op deze aarde die zich hier wellicht wel echt thuisvoelen.

 

Ben jij thuis op deze aarde, of ben je onderweg? Die vraag wil ik je, aan het begin van deze serie, meegeven. Waar is jouw thuis en ben je daar dan ook op gericht? Dit is een wezenlijke vraag die er echt toe doet! En midden in deze wereld kost het mij wel vaak moeite om mijn focus te houden op Jezus, waarnaar ik onderweg ben. Het kost mij soms echt moeite om niet alle omstandigheden van deze wereld op mij te af te laten komen en mij er door te laten overspoelen. Maar hier is mijn thuis ook niet. En een pelgrim heeft zijn focus gericht op het doel van zijn aanbidding. Een pelgrim die op weg ging naar Jeruzalem was gericht op de HEERE en was er op gericht om Hem alles te gaan geven als de Allerhoogste.

 

Laten we op die manier eens ons leven richten op het doel van onze aanbidding, laten we zo eens leven met het uitzicht op de eeuwige heerlijkheid met Jezus. Jezus is ons doel en de zaligheid ontvangen we erbij, maar hoe doe je dat op een aarde die totaal niet gericht is op Jezus? Dat begint, zoals psalm 120 begint met roepen. Niet altijd met een noodgeroep, maar het begint met uitspreken wat je verlangen is. Het begint met uitspreken tegen Jezus, dat je onderweg bent en verlangt om aan te komen, maar ook om onderweg te mogen zijn als een verlangende pelgrim, maar niet als een vlucht uit deze werkelijkheid. Want dat gevaar is er ook. Het gevaar dat je maar verlangt om bij Jezus te mogen zijn en de wereld maar aan zijn lot over laat. Dat is niet de bedoeling van een pelgrim, want hij leeft wel in deze tussentijd met een roeping voor deze wereld. We gaan op weg, als pelgrim gericht op Jezus, dienend in deze wereld.

 

Gebed: HEERE, U bent mijn einddoel, U bent mijn aanbiddingsdoel en ik richt mijn focus op U alleen en ga als pelgrim onderweg naar U, maar onderweg wil ik zo graag dat deze tussentijd Uw glorie gaat zien.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom