Pinksteren in Israël!

 

"Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen en Ik zal u in uw land zetten. Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE." (Ezechiël 37:14)

 

Het is opmerkelijk wat er in het visioen van Ezechiël al is gebeurd. De beenderen uit die vallei kwamen bij elkaar. Maar daarmee is er nog geen leven te bespeuren. Je kunt geestelijk vlees op je botten hebben, je kunt zelfs de hele Bijbel uit je hoofd kennen, maar daarmee is er nog geen leven. Als we dit betrekken op Israël dan is het lastig om elk stukje toe te passen op Israël. Want hebben die pezen en dat vlees op de botten wat met kennis te maken? Ten diepste maakt dat niet eens uit. En lichaam zonder leven, is dood en iemand die geestelijk niet door de Geest van God ademt is geestelijk dood.

 

 

Zo is het met Israël. Dat was ook al in de ballingschap, dat is geestelijk op dit moment nog steeds zo. Toch zegt God dat Ezechiël moet profeteren tegen deze beenderen en over hen uitroepen dat God hen uit de graven zal laten opstaan. God gaat Israël niet alleen bij elkaar brengen, maar God wil door Zijn Geest ook in Israël een stroom van leven laten ontstaan. Het is overigens opmerkelijk dat Ezechiël telkens moet zeggen: "Zo zegt de HEERE". Want in de Naam HEERE zit levendmakende kracht. Hij gaat het doen, Hij zal vasthouden aan Zijn beloften, ook voor Israël. Dit zal straks gebeuren. De profetie tegen het volk Israël zal straks wat gaan uitwerken dat geen oog ooit heeft gezien en wat geen oor ooit heeft gehoord! Zo is onze God, de HEERE!

 

Hij zal straks Zijn Geest ook in Israël geven. Nu moeten ze nog wel wachten en dat is een onbegrijpelijke weg. Dat merkten we ook al toen we nadachten over Romeinen 9-11, maar het zal gebeuren dat er voor Israël een Pinksterdag gaat aanbreken dat zo groot zal zijn, dat de heidenvolken er stil van worden en uiteindelijk naar Israël zullen gaan om daar te zien wat God doet. Israël zal tot leven komen en in hun land gezet worden. Pinksteren in Israël. En op dat moment zal Israël weten dat de HEERE dit heeft gesproken en dit ook doet.

 

Wij zijn vaak gericht op onze vervulling met de Geest en ik geloof dat de kerk van nu dit ook zeker nodig heeft, maar laten we ook de komende dagen Israël niet vergeten. Israël zal straks op een grootste wijze tot geloof gaan komen en wij zullen delen in de vruchten van dat wonder. De wereld zal weten dat de HEERE God is en ook Israël de Pinksterzegen zal geven, zodat het straks zal zijn één Herder en één kudde. En wij zien uit naar dat moment in Israël en wij vieren morgen Pinksteren voor de wereld en voor Israël.

 

Gebed: Heilige Geest, U bent de Geest van deze wereld en de Geest van Israël. Wij richten ons tot U om de Pinksterzegen voor Israël, zodat ook Israël in dezelfde zegen zal delen omdat U altijd trouw bent aan Uw beloften.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom