Zaad langs de weg

 

"Als iemand het Woord van het Koninkrijk hoort en het niet begrijpt, dan komt de boze en rukt het weg wat in zijn hart gezaaid was; dat is hij bij wie langs de weg gezaaid is." (Mattheüs 13:19)

 

Jezus zaait het Woord van het Koninkrijk en dan gebeurt er nogal wat. De zaaier zaait en eigenlijk loopt de zaaier over de hele akker. Misschien is de akker niet van te voren geploegd, want er blijkt ook rotsachtige grond te zijn waarop gezaaid wordt. En ook langs de weg werd gezaaid. Waarschijnlijk is dit de weg die begonnen is op de dag dat de zaaier begon te zaaien. Het is het pad dat hij plat trapte toen hij ging zaaien. En wat gebeurde er met dat pad? Daar ging vanzelf iedereen overheen lopen die door de akker moest.

En zo zaait Jezus het Woord van het Koninkrijk. De woorden van het Koninkrijk die beschrijven hoe het Koninkrijk is en hoe wij als kinderen van het Koninkrijk die Koninkrijk tot hondervoudig meer zichtbaar kunnen maken. Maar niet alle woorden blijken op de goede plaats terecht te komen. En ik denk dat we moeten uitkijken om van elke persoon waar een vergelijking mee gemaakt wordt, dat we daar een bepaalde groep gelovigen of ongelovigen van maken. Het zou wel eens beter kunnen zijn om te bedenken dat wij allemaal, ook als kinderen van het Koninkrijk niet altijd doen met de Woorden van het Koninkrijk, zoals Jezus dat bedoelde.

 

En dan komen er woorden langs de weg terecht. En daar zegt Jezus van dat dit gaat om woorden die niet begrepen worden door degene die deze hoort. Jezus zegt heel vaak dingen die wij niet gelijk begrijpen. Soms trappen we ze gelijk plat omdat wij liefst in het spoor blijven gaan waar iedereen al liep. Dan hoef je niet eens na te denken, dan hebben anderen al nagedacht. Dan begrijp je niet hoe Jezus iets bedoelt of wat Hij bedoelt, maar doe je er niets mee om dit te begrijpen.

 

En dit gaat niet alleen om vergeving van zonden, maar om het hele Koninkrijk. Over die vergeving van zonden denken we vaak nog wel na, maar al die andere dingen die wij niet begrijpen. Soms zeggen we gewoon dat iets nu niet bij het Koninkrijk hoort, dat was van vroeger. Alsof Gods Koninkrijk zou veranderen. En op deze manier begrijpen we het niet, denken we er niet over na, want wij zijn niet gewend om met heel veel dingen van het Koninkrijk iets te doen. En wat gebeurt er? De duivel komt, rooft het woord weg en we dragen niet de vrucht die God wilde. Ik heb zelf heel lang geworsteld met genezing. En altijd heb ik gezegd dat dit niet voor ons nu zou zijn, ik had er aversie tegen en het paste niet binnen mijn idee van de Bijbel. Jarenlang heb ik de duivel kans gegeven om dit zaad niet te laten kiemen. En zo kun je meer bedenken. Het gaat om het Koninkrijk en misschien denkt de ene nooit na over zonden en gerechtigheid en heiligheid. Er is toch vergeving... En satan neemt op die manier de woorden weg. Het gaat om de woorden van het Koninkrijk, daar is elk woord belangrijk van om te begrijpen.

 

Gebed: Vader, heel veel lastige woorden over het Koninkrijk en vooral waar ik heel ver buiten mijn confortzone moet gaan, neem ik niet te tijd om U te begrijpen. Leer mij echt te luisteren en te begrijpen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom