Zaad van het Koninkrijk

 

"En Hij sprak tot hen in veel dingen door gelijkenissen. Hij zei: Zie, een zaaier ging eropuit om zaaien." (Mattheüs 13:1)

 

Sommige stukken uit de Bijbel heb je al zo vaak gehoord, dan weet je gewoon al wat er staat en je weet ook al wat het betekent. Neem nu de gelijkenissen uit Mattheüs 13. Voor iedereen zijn ze overbekend. Het begint met de gelijkenis van het zaad, het onkruid tussen de tarwe, de schat in de akker, de parel van grote waarde en zo nog een aantal. En die gelijkenis van het zaad is natuurlijk heel eenvoudig. Er is maar ene plaats waar het zaad goed kiemt en jij moet een akker zijn vol met goede grond, zodat het zaad veel vrucht zal dragen, maar als het zaad niet goed kiemt, ontstaat er geen waar geloof en bij diegenen zal het slecht aflopen. Tenminste dat is in een grote lijn de uitleg die ik al heel vaak hebt gehoord. Maar klopt dit eigenlijk wel?

Het valt namelijk op dat Jezus helemaal niet spreekt over verwerpen en redden. Jezus heeft het over vruchtdragen. En nog opmerkelijker is dat Jezus zegt dat het zaad dat gezaaid wordt, niet het Woord van redding is, maar het gaat om het Woord van het Koninkrijk. En al deze gelijkenissen in dit hoofdstuk hebben betrekking op het Koninkrijk. Het Koninkrijk van de hemelen is gelijk aan...

 

Opmerkelijk is dat Jezus het ook niet heeft over meerdere akkers en Hij ook niet uitlegt wat de akker precies is en ook zegt Jezus niet dat wij maar op ene manier bezaaid kunnen worden. En wat gebeurt er als we deze gelijkenis bekijken vanuit het Koninkrijk? Als we beseffen dat in deze gelijkenis het Woord van het Koninkrijk wordt gezaaid, dan wordt er wat anders gezaaid dan geloof. Want velen stellen dat het zaad, het geloof is. Maar Jezus spreekt over het Woord van het Koninkrijk dat gezaaid wordt.

 

En wat gaat er gebeuren als het zaad van het Koninkrijk wordt gezaaid? Als dat zaad goed gezaaid wordt, dan worden die woorden vol van vrucht. Ik weet niet of je wel eens gekeken hebt naar een graankorrel. Waar komt een graankorrel vandaan? Een graankorrel komt uit een korenhalm. En zodra je een graankorrel zaait, sterft deze en uit de graankorrel ontstaat een nieuwe korenhalm, met weer nieuwe graankorrels. Dat is dus de bedoeling van het zaad. En nu zegt Jezus dat de zaaier uitgaat om te zaaien. Met welk doel? Nou, dat is nogal logisch. De zaaier gaat uit om te zaaien zodat de graankorrels vermenigvuldigd worden. 

 

Jezus gaat als de Zaaier dus over de akker van ons hart en Hij zaait het Woord van het Koninkrijk, zodat Zijn Woorden, Zijn Waarheid over het Koninkrijk vermenigvuldigd wordt. Hij legt het in ons hart, zodat het zou groeien en veelvuldig vrucht zou dragen. Het gaat dus niet over woorden die ons tot geloof moeten brengen, maar het gaat om woorden die het Koninkrijk door ons heen zichtbaar moeten maken. Maar zodra de graankorrels niet opgroeien, zal dus ook door ons heen het Koninkrijk niet zichtbaar worden. En Jezus zaait het Woord van het Koninkrijk. En wat doet dat als we zo doordenken over deze woorden van Jezus?

 

Gebed: Vader, Uw Koninkrijk, door één woord wilt U het hondervoudig vrucht laten dragen in mijn leven. Laat mij zo vol zijn van Uw Koninkrijk dat het ook echt in vruchten zichtbaar is in mijn leven.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom