Sterk en moedig zijn omdat God erbij is

 

"Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat." (Jozua 1:9)

 

Hoeveel leeuwen en beren zie jij regelmatig op de weg? Ik kan er nog wel eens behoorlijk last van hebben. En natuurlijk kunnen we allemaal Bijbelteksten bedenken waaruit blijkt dat we onze zorgen voor morgen moeten bewaren en ons geen zorgen moeten maken voor morgen, maar ondertussen is het bijna een onmogelijkheid om zo te denken. En dan zeggen we tegen elkaar: kom op, niet bang zijn, we gaan ervoor. En misschien klinkt dit allemaal een beetje plat en lijkt het allemaal wel erg makkelijk. En ik denk dat het dat ook vaak is. Maar nu Jozua...

Het lijkt wel, als we het eerste hoofdstuk doorlezen alsof God wel begrijpt dat het voor Jozua wel een hele moeilijke weg is die hij nu met dit volk moet gaan. In vers 3 belooft God dat elke voet die hij zal zetten op het beloofde land, dat zal ingenomen zijn. In vers 5 zegt God dat niemand hem zal tegenhouden en dat God met hem zal zijn. En in vers 6 zegt God dat Jozua het volk dit land zal geven. En dan zou je denken: Nu hoeft Jozua niet meer bang te zijn.

 

En dan komt vers 9. God wijst nog even terug op de geboden en die dingen die Hij geboden heeft aan het volk, maar daarna spreekt God nog een keer bemoedigende woorden tegen Jozua. En het klinkt bijna hetzelfde als dat wij soms tegen elkaar zeggen: "Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet bang". Wat een woorden zijn dit. Toch niet bang zijn, terwijl je zulke verschrikkelijke vijanden tegenover je hebt. En dan kun je honderd keer te horen hebben gekregen dat overal waar jij je voeten neerzet, je het land zult innemen, maar dan zou er toch nog van alles kunnen gebeuren. 

 

En er zou van alles kunnen gebeuren als het een missie zou zijn die niet bij God vandaan komt. Dan zou het mis kunnen gaan, maar nu is het een missie van God en als het volk gehoorzaam is, zal God met hen zijn. Zelfs overal waar het volk heen zal gaan. En dat geldt voor het volk, maar God spreekt het uit tegen Jozua persoonlijk. Zo mag Jozua de leidersstaf opnemen en met God erbij, kan hij de vijand aan.

 

Ik weet niet voor welke missie jij strijd. Als je voor je eigen missie en je eigen succes strijd zou het wel eens een onmogelijke taak kunnen worden. En ik zal niet zeggen dat als je op je werk iets moet doen dat je niet bang hoeft te zijn. En ook dan is het goed om God bij alles te betrekken. Maar als de missie waar je voor gaat, de missie is van Gods Koninkrijk, dan hoef je niet bang te zijn. Zelfs als alles tegen je zal zijn, want als je in gehoorzaamheid aan Gods geboden leeft en de missie van het Koninkrijk wil uitvoeren, dan geldt het dat God erbij is en dat we echt mogen opstaan. Sta op, want God is erbij als jij verlangt dat Zijn Koninkrijk zal doorbreken.

 

Gebed: Heere God, U bent er bij als ik gehoorzaam en als ik Uw missie wil volgen. En ik verlang om land in te nemen voor Koning Jezus. Onbevreesd wil ik op de vijand aan, omdat ik in Uw overwinning deel.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom