In Christus: jij bent zout

 

"U bent het zout van de aarde, maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen te worden en door de mensen vertrapt te worden." (Mattheüs 5:13)

 

Soms zit je na te denken over woorden van God en soms denk je ook al van alles uit. Zo ook vandaag. Eigenlijk had ik een lijn uitgezet over alle onderdelen van de identiteit in Christus. Maar soms krijg je toch het gevoel dat wat je wilde uitwerken nog even moet wachten omdat een ander onderdeel toch eerst moet. Logisch is het misschien niet, omdat de dingen die 'uitvoerende' onderwerpen zijn misschien wat later zouden moeten langskomen. Toch geloof ik dat voor vandaag het zout van de aarde belangrijk is. Jezus zegt tegen Zijn discipelen: Jullie zijn het zout van de aarde. Natuurlijk is dit niet letterlijk bedoeld, maar figuurlijk.

Het is duidelijk dat Jezus dit niet tegen de grote menigte zegt, maar Hij zegt dit alleen tegen Zijn discipelen. Eerst heeft Hij hen verteld wat de grondwet van het Koninkrijk van Zijn Vader is. En al deze zaligsprekingen hebben te maken met de houding van een discipel in het leven. Het is eigenlijk leven als kinderen van het Koninkrijk. En als vervolg daarop zegt Jezus: Jullie zijn het zout van de aarde.

 

Ik wil je vragen om hier even bij stil te staan. Deze uitspraak van Jezus spreekt Hij dus uit tegen degenen die Hem geloven. Doorgetrokken naar ons nu, spreekt Hij tegen degenen die in Hem zijn. Zout zijn in deze wereld geldt niet voor ongelovige kerkgangers. Het is goed als ze goed willen leven, maar dat is niet zijn als het zout. Dat is doen alsof en als je bedenkt dat zout zijn in deze wereld, leven vanuit het Koninrijk is, dan besef je gelijk dat dit zonder geloof niet kan.

 

Maar in Christus, door het geloof in Hem, ben jij het zout van de aarde. Hij bent datgene dat deze wereld haar smaak geeft. De wereld zonder leven, zonder Jezus, zonder hoop is een smaakloze wereld, en Jezus zegt tegen jou: Jij bent als plaatsvervanger van Mij, degene die smaak mag gaan geven aan deze wereld. Door Mij, ben jij degene die Mijn Koninkrijk op aarde mag gaan uitleven, zodat deze wereld weer smaak krijgt. 

 

Zonder het Koninkrijk en de tekenen daarvan is deze wereld een troosteloze wereld, maar waar gelovigen de zaligsprekingen werkelijk gaan uitleven, daar maken wij het verschil in deze wereld. Door in Christus te mogen zijn, heb je een hele bijzondere positie gekregen. Eigenlijk is het waar we mee begonnen: Als je in Christus bent, stroomt Zijn levenssap door jou heen en daardoor ben jij het zout. En laat dat zout niet verwateren, want dan wordt het waardeloos. Meng het niet met iets anders, maar laat je zout puur en zuiver zijn. 

 

En daarbij, verwonder je ook maar over deze uitspraak van Jezus. Nee, zout zijn is niet makkelijk, het is totaal wat anders dan wat in de wereld normaal is, maar het is ook hemels en niet van deze aarde. Maar waar de hemel op aarde zichtbaar wordt door jou, krijgt de aarde haar smaak.

 

Gebed: Heere Jezus, ik dank U voor het feit dat U mij ziet als iemand die deze wereld smaak geeft. Ik wil de zaligsprekingen in mijn leven uitleven, zodat deze wereld door mij Uw smaak krijgt.

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom