Priester om ook Koning van de vrede te zijn

 

"Deze Melchizedek... een priester van de Allerhoogste God." (Hebreeën 7:1b)

 

Op het moment dat Abraham terugkwam van de strijd, maar tegelijk ook door de koning van Sodom werd opgewacht, kwam Melchizedek, de Koning van de vrede en schonk als het ware Abraham de overwinning door hem te zegenen en te ontmoeten als de koning van de vrede. De koning van Sodom probeert er daarna nog het beste uit te halen, maar het feit dat de overwinning toegekend wordt aan Abraham door Melchizedek is opmerkelijk. Zo kwam Jezus ook als Koning van de vrede. Maar er was meer. Melchizedek was ook een priester van de allerhoogste God. En dit is een lastig punt.

Een koning en een priester kon iemand nooit tegelijk zijn. In Israël kwamen immers de priesters uit de Levieten en de koning uit de stam van Juda. Dus de vergelijking tussen Melchizedek en Jezus lijkt niet te kloppen. Volgens de wet van God kon dit niet. En toch geldt juist dit voor Jezus wel. Natuurlijk was Jezus geen priester die de letterlijke offers bracht, maar Jezus was priester die met Zijn Eigen leven de verzoening aanbracht.

 

En toch staat de verzoening ook bij het priesterschap van Melchizedek niet centraal. Daar wordt namelijk met geen woord over gerept. De priester Melchizedek wordt priester genoemd van de allerhoogste God en waar wordt dit mee in verband gebracht in Genesis 14? Met het feit dat hij als priester Abraham brood en wijn bracht nadat hij terugkwam van de strijd.

 

De koning van de vrede brengt Abraham als priester brood en wijn. Jezus is priester naar de orde van Melchizedek. Dat is het wat Jezus voor jou doet. Hij komt je midden in de strijd van dit leven Zijn vrede brengen. Hij roept je Zijn vrede toe. Maar Hij voorziet je ook nog eens van brood en wijn. En in de tijd van Abraham was dat de eerste levensbehoefte, terwijl Jezus het brood en de wijn doortrekt naar Zijn lijden en sterven. Of eigenlijk zegt Jezus hiermee: Brood en wijn is de eerste levensbehoefte in het hele geestelijke leven.

 

Jezus is gekomen als Koning van de vrede en die vrede biedt Hij jou aan, maar Hij komt met meer. Want wat zou jij aan vrede hebben als je geen leven zou hebben. Wat heb je aan vrede als die vanwege zonden niet is te ontvangen? Wat heb je aan vrede als jouw leven geen vrede kan ontvangen omdat de toorn van God op je leven rust? Je zou er niets aan hebben, maar Jezus kwam als Priester en als Koning. 

 

Jouw eerste levensbehoefte is Zijn lijden en sterven en met dat Hij je Zijn vrede brengt, geeft Hij die eerste levensbehoefte er ook helemaal bij! Is dat dan babyvoedsel? Als het alleen dat verzoeningswerk zou zijn wel, maar dit heeft hier juist betrekken op het Koninkrijk van de vrede wat Jezus komt brengen. Want het Koningschap van Jezus heeft alles te maken met het volwassen zijn in het geloof.

 

Vrede en genade, vrede mogelijk gemaakt omdat Jezus met genade kwam. En de vrede van God, die is echt met jou, als jij gelooft dat Jezus jou Verlosser is! Leef dan ook echt vanuit die vrede.

 

Gebed: Jezus, U bent mijn Vredevorst. U bent het waardoor ik nooit meer zal twijfelen aan de vrede die U brengt. Uw vrede is getekent met Uw lijden en sterven. En Uw vrede is zeker omdat U als Koning leeft!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom