Wordt volwassen!

 

"Over hem hebben wij veel dingen te zeggen, die moeilijk zijn om uit te leggen, omdat u traag geworden bent in het horen. Want hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God." (Hebreeën 5:11 en 12a)

 

Er zijn mensen die heel veel dingen in Gods Woord moeilijk vinden om te begrijpen. Sommige mensen vervangen zo ongeveer het Woord en ruilen het in voor belijdenisgeschriften. Dan kennen ze de menselijke uitleg op het Woord beter dan het Woord zelf. Anderen begrijpen niet waar het over gaat en wat de diepere laag is achter Gods woorden. Hoe dan ook, ik denk dat we vandaag ook een keer eerlijk daarover wat dingen moeten zeggen, omdat de schrijver van de Hebreeënbrief dit ook doet.

Het einde van hoofdstuk 5 gaat niet over Jezus. Dat de schrijver hier zegt dat hij over hem veel te zeggen heeft, gaat hier over Melchizedek. Hij heeft zojuist gezegd dat Jezus een bijzondere Hogepriester is. Hij is er eentje naar de orde van Melchizedek. En dit is een lastig onderwerp. En zo zijn er nog wel meer lastige onderwerpen. Sommige mensen kunnen eindeloos lang over hun zonden debateren, maar zeggen wie Jezus is en wat de heerlijkheid van God is, dat kan niet. Als je tegen sommige mensen zegt dat Jezus is gekomen om in ons Zijn Koninkrijk te vestigen, dan kunnen ze je soms aankijken met een blik van: "Jezus kwam toch alleen maar voor mijn zonden?"

 

Hoe dan ook, hoe is het mogelijk dat wij dingen te moeilijk lijken te vinden? Waarom blijft het Woord van God nog steeds zo'n gesloten boek, terwijl de meest ingewikkelde boeken wel gelezen worden? En dan roepen we al heel snel dat de Bijbel zo moeilijk is. Dat een kind dat zegt dat mag nog wel, maar als je volwassen bent geworden is dat nog maar de vraag. Want wat is de bedoeling van God met betrekking tot Zijn Woord? We moeten doorgroeien naar volwassenheid om onderwijs te geven aan degenen die nog kind zijn. En gezien je leeftijd zou je al een leraar hebben moeten zijn. En toch ben je nog steeds een kind.

 

Wat maakt dat velen in het geloof niet verder komen dan een kind? Er is onkunde over de grondbeginselen van de woorden van God. Het blijft gaan over de bekering van dode werken en geloof in God, over de leer van de dopen, de handoplegging, opstanding uit de doden en het oordeel. Dit noemt de Bijbel het babyvoedsel. Velen blijven eindeloos bezig met het drinken van melk en zijn nog niet toegekomen van vast voedsel. Velen blijven bezig met hun geestelijke geboorte en komen niet uit de luiers. Bezig blijven met je zonden en de vergeving is geestelijk het gedrag van een baby. Om Gods Woord echt te begrijpen is het nodig te geloven dat je leeft door het geloof in Jezus en vanaf nu verder te gaan om dieper onderwijs te ontvangen. Zolang je blijft twijfelen over de grondbeginselen is verdere groei onmogelijk. En gezien de tijd, had je waarschijnlijk al volwassen moeten zijn.

 

Gebed: Vader God, ik geloof in alle grondbeginselen van Uw Woorden en het is mijn diepste verlangen om in mijn volwassenheid te staan om een leraar te zijn van Uw woorden en zo een zegen te mogen zijn voor anderen.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom