Barmhartige Hogepriester

 

"Want waarin Hij Zelf geleden heeft, toen Hij verzocht werd, kan Hij hen die verzocht worden, te hulp komen" (Hebreeën 2:18)

 

Jezus is in alles aan ons gelijk geworden. Ja, zeg je, dat weet ik wel, want dat was nodig zodat Hij mijn zonden kon verzoenen. Er moest toch een Mens sterven voor mijn zonden? En inderdaad is dit waar. Dat is de ene kant van het werk van Jezus. En toch laat de tekst van vandaag ons wat anders zien dat ook van belang is. En vooral als je weet dat je vergeving hebt ontvangen is dit eerste voor de verwondering wel goed, maar praktisch kun je daar niet zo heel veel meer mee. Er is nog een tweede aspect dat naar voren komt.

Hij werd ons in alles gelijk om een barmhartig en getrouw Hogepriester te zijn. Het is opmerkelijk dat deze Hogepriester ook barmhartig is en niet alleen getrouw. Niemand meer dan een hogepriester mocht dichter bij het hart van God komen dan hij. Hij mocht het Heilige der heilige binnen en hij nam de verzoening mee tot aan het hart van God. Hij mocht daar alleen binnengaan met het brandoffer en met het zondoffer. Het eerste als overgave aan God en het tweede vanwege de zonden.

 

Eigenlijk kwam de hogepriester op dat moment met alles dat hem bezighield bij het hart van God. Of eigenlijk, alles wat het volk bezighield. Maar er is een Hogepriester gekomen die nog verder gaat. Jezus is de Hogepriester die volmaakt is in alles en Hij heeft de zonde verzoend door Zijn lijden. En tegelijk blijft Hij ook een barmhartig Hogepriester die met alles wat ons bezighoudt, telkens komt tot in het Vaderhart van God. 

 

Jezus in de hemel is de Hogepriester die het allerheiligste is binnengegaan met in handen alles dat ons bezighoudt en moeite geeft. Van zonden tot zorgen, van vreugde tot aanvechting. Jezus is namelijk ons in alles gelijk geworden, niet alleen met betrekking tot onze zonden, maar ook zodat Hij weet wat het voor een broer of zus is om mee te maken dat we meemaken. Jezus heeft alles meegemaakt zoals wij alles meemaken. Er is bij Jezus niets dat onbekend is aan het aardse leven. Zelfs de verzoekingen van satan zijn Hem niet vreemd. En juist die verzoekingen waren ook onderdeel van Zijn lijden. En ook de verzoeking om de zwaarste gehoorzaamheid aan Zijn Vader te volbrengen, daarvan weet Hij hoe zwaar dit was. Zelfs als jouw gehoorzaamheid zo moeilijk is, dan weet Jezus waar jij het over hebt.

 

En in de hemel bidt Jezus voor jou, maar Hij weet ook precies wanneer jij hulp nodig hebt. Deze Hogepriester brengt niet alleen alle zonden en zorgen aan het hart van God, maar Hij zet Zichzelf, Zijn Geest en de engelen ook nog eens in om jou te helpen waar dit nodig is. Hij kan je ook werkelijk te hulp komen zodra dit nodig is. Maak met vrijmoedigheid gebruik van deze Hogepriester. Hij kent jou, maar Hij kent ook het Vaderhart van God. Bij allebei is Hij thuis. Wat een hulp is er beschikbaar voor jou in al jouw omstandigheden.

 

Gebed: Barmhartige Hogepriester, ik dank U dat U het hart van Uw Vader kent en dat U er bent om mij te verzoenen met Uw Vader, maar ook om mij in al mijn omstandigheden te helpen. Help mij, waar het leven soms zo zwaar is, bescherm mij waar satan tekeer gaat.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom