Aan Gods rechterhand

"Heeft Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen" (Hebreeën 1:3e)

 

Ondanks dat de 40-dagentijd al is begonnen, staan we vandaag nog even stil bij de plaats van de Zoon op dit moment. Want het is door het intense, diepe lijden heen, tot heerlijkheid gegaan. Dwars door de dood heen, werd Hij verhoogd. En als er iets is dat in de brief aan de Hebreeën duidelijk wordt dan is het de lijdensweg waar Jezus voor heeft gekozen, maar ook de heerlijkheid die daarvan het gevolg was.

 

God heeft tot ons gesproken in het laatste van de dagen door de Zoon. Maar de Zoon die op aarde was, is daar niet gebleven. Sterker nog, de brief aan de Hebreeën maakt meer dan duidelijk dat de Zoon niet meer op aarde is, maar nu in de hemel is aan de rechterhand van Zijn Vader. En ook dat is een onderwerp in deze brief. Want de Zoon, die Zelf de reiniging van jouw zonden tot stand bracht is niet gestopt toen de reiniging een feit was. Want daarna heeft Hij Zich gezet in de hemel.

 

Dat is geen plaats die Hij gekregen heeft, maar het is een plaats waar Hij Zichzelf heeft gezet.  Dat is dus niet een plaats waar Hij toevallig terecht is gekomen, maar het is een bewust gekozen plaats waar de Zoon Zich heeft gezet nadat Hij de reiniging van jouw zonden Zelf tot stand heeft gebracht. Het werk was namelijk na de reiniging van de zonden nog niet klaar.

 

De Zoon is ook nu nog niet klaar. Op dit moment is Hij de rechterhand van God, Die in het laatste van de dagen sprak door de Zoon. En degene die aan iemands rechterhand staat is diegene die de grootste vertrouwenspersoon en raadgever is. Die plaats heeft de Zoon ingenomen nadat het werk voor Hem op aarde volbracht was. En Zijn spreken gaat gewoon door. Zijn Geest liet Hij komen toen Hij Zich zette aan Vaders rechterhand.

 

En nu Hij Zich daar heeft gezet, is Hij daar voortdurend bezig om voor al de gelovigen te bidden. Het gaat in de hemel door, Zijn werk is niet gestopt. En in de laatste dagen waarin wij leven spreekt God nog steeds door de Zoon, maar de Zoon spreekt ook nu nog op een andere manier. Hij spreekt in de hemel aan de rechterhand van Gods Majesteit. Hij spreekt in de hemel de pleit uit voor al de Zijnen. Hoe bijzonder is dit, dat Hij die Zichzelf helemaal overgaf tot in de dood, Zijn werk dat Hij op aarde deed voor Zijn Vader in de hemel in herinnering brengt. 

 

Nu bidt Hij, voortdurend voor jou, als jij gelooft in Hem. God sluimert niet en Hij slaapt niet, maar dit geldt ook voor Jezus in de hemel. Zijn gebed en Zijn adviezen aan Zijn Vader voor de Zijnen gaat dag in dag uit door. De Zoon spreekt hier en daar. En hoe satan je ook kan aanklagen, besef en geloof dat de Zoon Zich in de hemel heeft gezet om voor jou te pleiten, om Zijn kracht daar vrij te zetten voor jou hier op aarde.

 

Gebed: Zoon van God, dank U wel dat U voor mij bidt. Uw werk gaat door tot op de laatste dag van deze wereld. En straks mag ik U alle lof, eer, dank en aanbidding brengen in de hemel. Ik krijg daar straks een plaats van U, en U zette Uzelf daar al neer om er voor Mij te zijn.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom