Hem tegemoet in de wolken

 

"Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht." (1 Thessalonicenzen 4:17)

 

Jezus komt dus terug. Er komt nog een Kerstfeest dat alles wat geweest is nog zal overtreffen. Het zal dus beginnen met het geluid van een bazuin. Paulus maakt dan in deze brief onderscheid tussen de kinderen van het Licht, die Jezus verwachten en de kinderen van de duisternis, voor wie Jezus plotseling, als een dief in de nacht zal komen. Eigenlijk zegt Paulus tegen die laatste groep helemaal niets. Hij spreekt de gemeente van Thessalonica aan die grote zorgen had over de wederkomst. Want ze waren bang dat ze geliefden gingen missen.

Wat was er aan de hand? De gemeente in Thessalonica leefde met zoveel verwachting richting de wederkomst, dat ze eerst al gestopt waren met werken, want ze verwachtten Jezus elk moment. Vervolgens kwam de vraag hoe het zat met degenen die al gestorven waren, want die zouden de wederkomst niet meemaken. Sterker nog, men dacht dat zij er in de hemel niet bij zouden zijn. En dan legt Paulus uit hoe het zal zijn als Jezus voor de tweede keer op aarde neerdaalt. Deze keer niet meer als baby in de kribbe, maar als Koning van hemel en aarde.

 

Als de bazuin klinkt, zullen eerst de doden opstaan die in Christus gestorven zijn. Allen die overleden zijn, gelovend in Jezus zullen opstaan. De andere doden zullen nog blijven liggen. En dan zullen degenen die nog leven en degenen die zijn opgestaan, met elkaar Jezus tegemoet gaan in de wolken. Er zijn mensen die van deze tekst maken dat dit een opname van de gelovigen zal zijn en dat er dan een duizendjarig vrederijk begint waarin de ongelovigen een tweede kans krijgen. Die tweede kans komen we in de Bijbel nergens tegen. En het woord voor 'ontmoeting met de Heere in de lucht' is een woord dat betekent 'tegemoet gaan om te ontmoeten, maar degene die komt is nog niet op zijn plaats aangekomen'. Jezus komt dan dus naar de aarde en voordat Hij er is, ontmoeten wij Hem al in de lucht. En met elkaar komen we dan weer op aarde terug waar het gericht zal plaatsvinden.

 

Niemand van de gelovigen die leven of hebben geleefd zal ontbreken op dit moment. Wij zullen met elkaar Jezus welkom heten op aarde. Wij zullen Hem ontvangen als onze Koning. En vanaf dat moment zullen wij altijd bij Hem zijn. Wij zullen vanaf dat moment nooit meer zonder Jezus zijn. Op aarde niet, of in de hemel niet, of op welke manier de wereld er dan zal uitzien. Want ook dat is niet echt duidelijk in de Bijbel. En met deze woorden mogen we elkaar troosten. Misschien moeten we al eerder afscheid nemen van elkaar omdat de dood er tussen komt. Maar laten we niet treuren zonder hoop. We zullen straks met elkaar, als we in Christus zijn, verenigd, Hem tegemoet gaan in de wolken. Wat een dag is dat om naar uit te zien. De tijd weten we niet, de dag ook niet, maar wij leven in het licht en daarom zal Hij niet als een dief in de nacht voor ons komen.

 

Gebed: Heere Jezus, wij verwachten vol verlangen U, Heer, ja om U is ons hart verblijdt. U komt straks niet alleen op aarde, maar wij zullen U een escortte geven, een Koninklijk ontvangst.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom