Kerstfeest in de toekomst

 

"Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan." (1 Thessalonicenzen 4:16)

 

Kerst in Bethlehem is een bijzonder moment geweest. Het was een moment van aanbidding van Gods onbegrijpelijke genade en liefde voor ons. Dat Hij geboren wilde worden in een stal. Dat onze Bruidegom als kind wilde komen en alles van ons leven wilde overdoen en wilde reinigen door Zijn lijden en sterven. Maar toen Hij tweeduizend jaar geleden geboren werd had dat uiteindelijk wel een veel groter doel dan dat toen zichtbaar was. We hebben nagedacht over de Advenstsverwachting van de bruid. Kerst is dan de vervulling van de belofte dan Jezus zou komen. Maar er is meer.

Misschien kunnen we zeggen dat het verlangen dat we in Hooglied hebben gelezen ook het verlangen van Israël naar God was en vooral van de Messias. Dat is vervuld in de kribbe van Bethlehem. Maar ons verlangen strekt zich uit naar een nog veel groter Kerstfeest. Waar Jezus als Kind kwam in de kerstnacht, zal er nog een nacht volgen waarin Hij nog een keer gaat komen.

 

Als een dief in de nacht, zo zal Jezus straks komen. Op die nacht komen we de komende dagen nog wel terug. Voor nu is het goed om eerst stil te staan bij Kerstfeest in de toekomst. En dan Kerstfeest als het feest van Jezus die komt. Niet een Kerstfeest zoals we nu vieren door terug te kijken en ons te verwonderen vanwege Gods oneindige genade, maar Kerstfeest van de komst van Jezus om ons als gelovigen op te halen van deze aarde. Want waar Jezus in de Kerstnacht neerdaalde uit de hemel in de gedaante van een kind, zal Jezus straks vanuit de hemel neerdalen in Zijn verheerlijkt, hemels lichaam. Kerst zal niet een telkens herhalend feest zijn waarbij we de herinnering ophalen hoe Jezus mens werd, maar uiteindelijk zal het uitlopen op een veel groter Kerstfeest.

 

In de Kerstnacht verkondigde een engel de grote blijdschap, maar straks als Jezus weer opnieuw komt, zal er geen verkondigende engel zijn, maar een engel met een bazuin. Hij zal als een heraut vooruit gaan om Jezus' komst aan te kondigen. En dat is nodig op die dag. Jezus werd bij Zijn geboorte niet onthaald voor Zijn Kerk, maar dat zal straks totaal anders zijn. Straks zullen wij door de bazuin opgeroepen worden om Hem op aarde welkom te heten. Dat is de toekomst waar wij naartoe gaan. Het zal voor Jezus geen komst in vernedering zijn, maar Hij zal straks als Overwinnaar op aarde komen. En wij zullen delen in Zijn overwinning. Wij zien uit naar die dag, die straks komen zal, als Jezus komt. Wij zullen Hem straks allemaal zien. Ook als we voor die tijd sterven, dan zullen de gelovigen eerst, apart worden opgewekt omdat de komst van Jezus persoonlijk, levend mee te maken. Er zal straks een geluid klinken, die de doden in Christus zal laten opstaan. En zowel de levenden als de opgestane doden zullen klaar staan om Jezus te ontvangen. 

 

Gebed: Koning Jezus, op de dag van Kerst gedenken we Uw komen als kind, maar zien we tegelijk uit naar Uw komst als onze Koning! U bent welkom in ons midden. Kom Koning Jezus en laat mij klaarstaan voor Uw komst.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom