Abrams angst

 

"En het gebeurde, toen hij op het punt stond om Egypte binnen te gaan, dat hij tegen zijn vrouw Sarai zei: Zie toch, ik weet dat je een vrouw bent die knap is om te zien. Als de Egyptenaren je zien, dan zullen ze zeggen: Dat is zijn vrouw! Dan zullen ze mij doden en jou in leven laten." (Genesis 12:11 en 12)

 

Abram is ondertussen in het land gekomen waar God hem wilde brengen en waarover God Zijn belofte uitsprak dat dit het land zou zijn voor Abram en zijn nageslacht. Dit land is het land waar het volk moet komen te wonen waar Abram het begin van is. Gods belofte voor Abram was sterk en groot. Als er iemand op dit moment beschermd was op aarde dan was Abram dat. Want Abram was door God uitgekozen om Zijn volk te gaan worden. En God belooft dit land aan zijn nageslacht. Maar dan moet er wel eerst nageslacht zijn, want Abram en Sara hebben nog geen kinderen. Dus om deze belofte in vervulling te laten gaan zal er wel iets moeten gebeuren en zal Abram ook nog eens moeten blijven leven.

En dan komt er hongersnood in het beloofde land. Dat lijkt wel wat vreemd, want als we bedenken dat God later zal zeggen, als Hij Israël uit Egypte komt halen dat dit land, waar Abram nu is, het land zal zijn dat overvloeit van melk en honing, dan lijkt deze hongersnood wel wat vreemd. En ook de reden van deze hongersnood wordt verder niet genoemd. Het enige dat we lezen is dat Abram naar Egypte gaat, want daar is wel te eten.

 

En bedenk dan eens de belofte die hij had gekregen voor zijn nageslacht. Als er iemand wel kinderen moest krijgen en terug moest keren naar dat land, dan was Abram het. Maar dan slaat de angst bij hem toe en hij wordt ineens bang omdat Sara een knappe vrouw is. En Abram dacht: "Als ze zien dat ik haar man ben, dan vermoorden ze mij misschien wel omdat ze met Sara wat willen." En dan neemt hij het besluit om zich voor te doen als de broer van Sara. Hij gaat er al vanuit dat Sara minimaal toch wel verkracht zal worden en hij wil voorkomen dat hijzelf om het leven wordt gebracht. Abram kiest er voor om niet de beschermde plaats in te nemen voor zijn vrouw.

 

Dit is ongeloof aan Gods beloften. Dit is zelf gaan bedenken wat jij moet doen om God minimaal toch wel te helpen dat Zijn plan door kan gaan. En wat een ongelofelijke stomme keus maakt Abram op het moment dat hij angst gaat toelaten. Hij gaat handelen uit angst, loopt God voor Zijn voeten en juist hierdoor dreigt Gods plan juist te mislukken, want hij raakt Sara bijna kwijt. Angst voor gevaar, angst voor dingen die buiten onze controle terecht dreigen te komen maken dat als we niet uitkijken hele domme keuzes gaan maken. En de oorzaak? De situatie maken we groter dan Gods trouw en liefde!

 

Gebed: HEERE, U bent altijd trouw aan Uw verbond, U vervult altijd UW beloften en ik wil geloven dat U altijd groter ben dan welke situatie ook in mijn leven. Ik maakt U groter, zodat elke situatie in mijn leven kleiner wordt dan U.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom