Geen eeuwig onvolmaakt leven

 

"Toen zei de HEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent. Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven!" (Genesis 3:22)

 

Als je alle vloeken hebt gelezen die God over de mensheid uitspreekt, zou je denken dat het daarna klaar is. Maar er komt nog een conclusie en nog een bijna vergeten daad van God. God trekt uiteindelijk de conclusie dat wij niet meer aan Zijn beeld gelijk zijn, maar wij hebben ons gemaakt als één van God. Wij hebben onszelf op hetzelfde niveau gebracht als God. We hebben ons gelijkgemaakt aan God. Natuurlijk klopt dat niet in Goddelijkheid, maar wel in het onderscheid tussen het goed en het kwaad. Dat was alleen aan God bekend, maar dat hebben wij ons toegeëigend.

Wij kennen nu het goede, maar ook het kwade. Dat is Goddelijk, maar dat kunnen wij niet eens aan. Als je voor de zondeval aan Adam gevraagd zou hebben of hij gezond was, dan zou hij je aangekeken hebben met een blik van: "waar heb jij het over?" Adam wist niet wat het was om gezond te zijn omdat hij niet wist wat ziekte was. Adam wist niet wat pijnloosheid was, omdat hij geen pijn kende. Maar Adam wist ook niet wat goeddoen was omdat hij geen zonde kende. Die onbevangenheid hebben wij opgeofferd door onze zonden. Als God willen zijn heeft ons gevangen genomen in de kennis van het kwade.

 

En het tweede is dat er nog een tweede, belangrijke boom in de hof stond. Naast de boom van kennis van goed en kwaad, was er ook een boom van het leven. Als Adam en Eva van die boom gegeten zouden hebben, waren ze onsterfelijk geweest. En God haast Zich, na het uitspreken van de vloeken om deze boom te beschermen. Om die reden moesten Adam en Eva het paradijs uit en het paradijs wordt verzegeld met engelen.

 

God wil niet dat onvergeven mensen het eeuwige leven zouden hebben. Als God deze boom beschikbaar had gehouden, dan hadden we Gods genade niet meer nodig gehad, dan hadden we eeuwig geleefd. Maar, dan hadden we eeuwig geleefd zonder van onze zonden verlost te hoeven worden en was uiteindelijk hemels geluk er niet gekomen. Ook de bescherming van deze boom is Gods plan. Want door de genade kunnen we in onze eerste staat worden hersteld en in de gemeenschap met God opgenomen worden. Maar zonder die genade hadden we wel eeuwig geleefd, maar altijd op de manier hoe we dat nu doen. 

 

Dit laat zo duidelijk zien dat God ons liefheeft. Dit laat zien dat God ons juist een eeuwig leven in Zijn tegenwoordigheid wil geven. Juist in deze, naar het lijkt daad van straf en wraak, laat God Zijn liefde zien. Ja, inderdaad, degenen die niet willen geloven, worden er slechter van. Maar God heeft ook maar één verlangen: dat iedereen verzoend wordt met Hem, zodat iedereen in de hemel zou komen en daar volmaakt met Hem zou leven. Gods verlangen naar jou is zo onbegrijpelijk groot.

 

Gebed: God almachtig, U beschermt mij tegen een eeuwig leven dat niet volmaakt is. U beschermt mij tegen een eeuwige toekomst waarin ik altijd tegenover U had kunnen blijven staan. Straks zult U mij eten geven van deze boom die U nu nog hebt weggehouden voor ons.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom