Verschil tussen mens en satan

 

"En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen." (Genesis 3:15)

 

Dit is toch wel zo'n beetje een van de bekendste teksten uit de Bijbel, wat moet je hier nu nog over schrijven? Misschien dat het verleidelijk is om deze tekst maar over te slaan. Toch doen we dat niet, omdat ik geloof dat er meer over te zeggen is dan alleen dat hier staat dat Jezus straks zal komen en satan uiteindelijk zal overwinnen. Een tekst die troost geeft, terwijl alles voorbij zou moeten zijn. Maar in deze tekst zit nog iets, waar we meestal niet bij stilstaan.

Er is namelijk in deze tekst nog iets opmerkelijks. Misschien heb jij het jezelf ook weleens afgevraagd: als we straks in de hemel zijn, wie garandeerd ons dan dat het niet weer fout kan gaan? Want ook daar hebben wij een wil en dan kunnen we toch weer verkeerd kiezen?

 

Er is een verschil tussen de gevallen mens en de gevallen engelen en dus ook satan. Voor satan en zijn demonen is nooit meer redding mogelijk. Wat maakt dan het verschil tussen de mens en satan? Bij satan kwam het kwaad uit hemzelf voort. Satan had het kwaad in zich. Hoe dat zo gekomen is, weten we niet en dat is ook niet belangrijk, maar de opstand in de hemel kwam voort uit satan zelf.

 

De zondeval van de mens is niet uit de mens zelf voortgekomen, maar vanwege de verleiding door satan. De overwinning van Jezus op satan maakt dat wij kunnen bidden: Verlos ons van de boze. Dat kan satan nooit bidden, want hij is de boze zelf. En daardoor is er voor een mens vergeving nodig, maar voor satan niet. Het nageslacht van de vrouw zal wel in zijn lopen worden aangetast door satan. De hiel zal vermorzeld worden, maar Jezus, als het nageslacht bij uitstek, zal uiteindelijk satan de kop vermorzelen. Satan zal definitief ten onder gaan, terwijl de mens slechts de hiel vermorzeld zal worden.

 

Satan zal uiteindelijk geen redding vinden omdat hij het kwaad zelf is. Maar voor de mens, die door de verleiding gevallen is, is er redding. En daardoor zal er op de nieuwe aarde en in de nieuwe hemel geen kans meer zijn waardoor het nog een keer fout kan gaan. Er zal straks geen mogelijkheid meer zijn om verleid te worden. Dat is wat dit overbekende vers ons ook leert. Satan zal uiteindelijk vermorzeld worden en er is voor hem geen redding mogelijk. Hij is al verdoemd en daar zal nooit meer iets in veranderen. Als je er zo bij stilstaat, geeft deze tekst antwoord op een aantal vragen die soms zomaar in je gedachten kunnen opkomen. Met onze wil, zullen wij straks vrij zijn op de manier hoe God het bedoelde. En dan zal er geen verleiding meer zijn die dat kapot kan maken.

 

Het is goed om te beseffen dat satan de grote verliezer zal zijn. Al zijn rechten zal hij straks verliezen als hij ongaat in de poel van vuur. Door het geloof zullen wij uiteindelijk straks echt vrij zijn en beschermd tot in eeuwigheid.

 

Gebed: God almachtig, U hebt door Uw Zoon satan vermorzeld. Niets zal mij straks ooit verleiden en ik zal delen in Uw overwinning. Satan is reddeloos verloren en mij redde U.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom