Stoppen om te rusten en te genieten

 

"Toen God op de zevende dag Zijn werk dat Hij gemaakt had, voltooid had, ruste Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken." (Genesis 2:2)

 

Op de zevende dag voltooit God het werk. Het zou nog kunnen dat de legermacht van de hemel en van de aarde nog op de zevende dag tot stand kwam. Letterlijk staat er dat God op de zevende dag Zijn werk dat Hij gemaakt had, voltooid had, stopte Hij met maken. In ieder geval is God op die zevende dag gestopt. En al die tijd dat God aan het werk was, was God gewoon in de eeuwigheid zonder tijd. Vanuit God bezien dat het niet over dagen, maar alles wat er gebeurde vond plaats in het eeuwige. Vanuit onze begrippen van tijd is het duidelijk dat God echt over dagen spreekt en niet over 6 periodes. En dan op de zevende dag is God klaar.

En wat gaat God dan doen? Hij hoeft niets meer te doen, want alles is op dat moment volmaakt God, alles zoals Hij het in gang heeft gezet is goed. Misschien een vraag tussendoor: hoe denk jij over de zondag, de dag waarop wij verplicht zijn om te rusten? Is dat iets dat een plicht is, een moeten wat eigenlijk lastig is en hoe vul je dat dan in? God deed over die zevende dag niet moeilijk. God vroeg Zichzelf niet af wat Hij toch moest doen op die zevende dag.

 

God legt Zichzelf ook geen plicht op, maar God begint als eerste op deze dag met rusten en genieten. En overigens, ik weet niet of het je opvalt: Waar God stopt met rusten na Zijn werk, begint de mens met rusten vòòr zijn werk. Wij mogen beginnen vanuit de rust. En wat deed God terwijl Hij rustte? God heeft al zes dagen lang, telkens gezegd dat wat Hij maakte, goed was. Zeer goed, zelfs. En op de zevende dag stopt God met maken. En dat was voor God ook geen dag van rust, want God kent geen dagen, God blijft gewoon eeuwig. Daarom staat er in de grondtaal ook niet dat God rustte, maar Hij stopte met maken. 

 

En voor ons zegende Hij die zevende dag en zette die dag apart. God zet vanuit de eeuwigheid een dag apart in onze tijd omdat Hij wil dat wij doen wat Hij deed: Stoppen met werken. Dat is in de schepping ingeschapen. Wij zijn niet geschapen als mensen die zeven dagen kunnen werken. Zelfs voorgangers in de kerk niet. We zijn geschapen om zes dagen te werken en daar is niets mis mee. Maar we zijn ook geschapen om ene dag te stoppen met werken en op die ene dag te doen wat God heeft gedaan: Zijn werk bewonderen en genieten van de werken van Zijn handen. God geeft ons niet alleen een dag om stoppen met werken, maar ook een dag om echt te genieten van Zijn werk en bovenal van Hemzelf. Eén dag waarop dit elke week mag. En eigenlijk blijft er maar ene vraag over: waarom zouden wij tegen deze scheppingsorde in willen gaan? Leef vanuit de rust en heb vrede met God.

 

Gebed: God almachtig, dank U wel dat U ons leert om vanuit de rust te gaan werken. En ik wil echt genieten van U en Uw werk. Leer het mij om echt een dag te stoppen met werken om echt op U gericht te zijn.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom