"Wie is zij die daar opkomt uit de woestijn, leunend op haar Liefste?" (Hooglied 8:5a)

De vraag komt nu voor de tweede keer: "Wie is zij die daar opkomt uit de woestijn?" Deze vraag klonk eerder ook al, maar toen was de bruid omgeven door rook, wierook en mirre. Maar nu, vlak voor het moment van het huwelijk wordt deze vraag nog een keer gesteld. Het zijn weer de dochters van Jeruzalem die deze vraag stellen. Het lijkt wel alsof de bruid haar woning in de woestijn had en telkens komt ze uit de woestijn, naar Jerzualem. Het is duidelijk dat ze niet in de Koningsstad woonde. Wellicht symbolisch, wellicht werkelijk, komt zij uit de woestijn. Gezien haar zwartheid door de zon zou dit goed kunnen kloppen.

Het is wel een opmerkelijke plaats voor de bruid van de Koning om de woestijn als afkomst te hebben. Dat heeft niet veel met Koninklijke waardigheid te maken. Maar als we dan bedenken waar wij vandaan komen dan zijn deze woorden niet minder op ons van toepassing. Want moeten we niet heel vaak zeggen dat het leven als de toekomstige bruid van Christus op aarde vaak een woestijnleven is? Het is echt de hemel nog niet en de dorheid doet meer aan de woestijn denken dan aan het paradijs. Maar dat is het ook precies, het is ook het paradijs nog niet en ook de hemel nog niet.

Maar hoe komen we straks nu aan op de bruiloft? Er staat nergens in de Bijbel dat we als gelovigen zelf richting de hemel moeten zien te komen. Net zo min als dat de bruid uiteindelijk voor de laatste keer uit de woestijn moet komen. Haar weg waardoor ze uiteindelijk uit de woestijn komt, mag ze afleggen terwijl ze leunt op haar Liefste. Dit is een beeld dat twee kanten heeft.

De ene kant is dat de bruid zich overgeeft aan haar Liefste. Ze maakt zichzelf helemaal afhankelijk van Hem die zij liefheeft. Ze leunt op Hem, ze is helemaal afhankelijk en steunt niet op haar eigen kracht. Zo zien de dochters van Jeruzalem de bruid uit de woestijn komen, zoals de engelen de gelovigen op weg zien gaan naar de hemel waar de bruiloft straks zal zijn. Maar de andere kant is ook waar: Haar Liefste is helemaal betrouwbaar. Hij doet er ook alles aan om haar uiteindelijk uit de woestijn te halen en haar straks voor altijd bij Hem Thuis te laten zijn.

Midden in de woestijn, mogen wij helemaal leunen op Jezus. Wij hoeven het niet zelf te doen, onze Liefste helpt ons. Of eigenlijk, onze Liefste doet het helemaal voor ons. Door het lijden heen en door de dood heen, neemt Hij ons mee uit de woestijn. En daar heeft Hij alles voor gedaan wat nodig was, zodat we uiteindelijk echt niet in de woestijn zullen achterblijven, maar als op adelaarsvleugels gedragen worden tot in ons hemels Thuis. Hij zal ons in de bruiloftszaal brengen en wij leunen op Hem. Dat is mijn Liefste, dat is Hij naar Wie mijn hart helemaal uitgaat! En straks... ben ik Thuis! En straks... voel ik nooit geen woestijn meer, maar voel ik eeuwige liefde van mijn Liefste!

Gebed: Mijn Liefste, U haalt mij op uit de woestijn en daarom weet ik zeker dat ik Thuis zal komen. Daardoor twijfel ik niet dat ik als nog zal omkomen in de woestijn, want U staat in voor mijn hele redding.

 

 

 

 

 

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu