"Wij hebben er ook reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen. Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen" (Numeri 13:33)

Na een lange woestijnreis met allerlei hindernissen en oponthoud is het volk Israël uiteindelijk bij de grens van het beloofde land gekomen. Maar het land staat niet leeg, het beloofde land is in bezit van een ander volk. Ondanks dat het land was beloofd aan Israël, was het uiteraard niet leeg blijven staan toen Jakob met zijn kinderen daar vertrok. De overwinning is er zeker nog niet. En om verder te kunnen komen zullen ze het land in bezit moeten nemen. En daarom stuurt Mozes 12 verspieders het land in om te kijken hoe het land eruit ziet. Het land dat God hen had beloofd.

En dan komen ze terug. En eigenlijk is de boodschap zo simpel als het maar zijn kan: Dit wordt nooit wat. Dit land komen we nooit in. Er zijn reuzen in dat land, zo groot. Dit land innemen om daar als Gods volk te leven? Nee, dat kan niet! En eigenlijk... daar staan we als volk, in de woestijn en geen land om te wonen. En je hoort de klacht al aankomen: waren we maar in Egypte gebleven.

Maar even wat anders: geloof jij, dat jij de overwinning kunt halen tegen alle reuzen in jouw leven? Want eigenlijk is dat de vraag die ook wij vandaag naar ons toe krijgen. Reuzen in je leven die ervoor zorgen dat je de overwinning met Jezus niet kunt vieren en niet in de overwinning kunt leven. Reuzen die je beroven van het recht dat je door de overwinning van Jezus aan het kruis gekregen hebt, om vrij te zijn. Misschien wel de macht van zonden of de macht van satan in je leven. Misschien zijn er banden in je leven, waardoor de overwinning over duivel en zonde onmogelijk lijkt. Misschien zijn er banden waardoor je niet echt vrij met God kunt leven. En eigenlijk is het allemaal ongeloof. Want de overwinning die Israël moet gaan behalen is niet een strijdoverwinning, maar een geloofsoverwinning.

Het gaat er niet om dat het volk het land moet gaan overwinnen, ze moeten het land opeisen. Het is het land dat God hen heeft beloofd en Hij zou hen er brengen. Dat was het enige antwoord dat ze hadden moeten geven toen die verspieders terugkwamen. En als jij jouw leven bekijkt en denkt: het gaat niet lukken en echt de vrijheid met Jezus gaat niet lukken, dan doe je hetzelfde als Israël. De reuzen, alle onmogelijkheden in je leven, dat Zijn Gods mogelijkheden waar Hij jou door geloof zal laten zien dat geen reus te groot is voor Hem.

Er zit één gevolg aan het blijven staan voor de reuzen. Dit ongeloof heeft ene grote consequentie: Je zult in de woestijn blijven. Dorheid en droogheid in je relatie met God zullen een feit blijven. Want je kunt hierdoor niet de overwinning, de melk en de honing proeven. Maar waar jij in geloof de strijd aangaat met de reuzen in je leven, daar zal God Zelf de vrijheid en de overvloed aan je geven.

Gebed: HEER, in U is de overwinning. Elke reus in mijn leven zeg ik aan dat U hebt overwonnen en omdat ik in U geloof, eis ik de overwinning op die U mij geeft! Elke reus in mijn leven, breng ik onder de heerschappij van Jezus!

 

 

 

 

 

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu