"Zo gingen zij samen verder, tot zij in Bethlehem kwamen. En het gebeurde, toen zij Bethlehem binnenkwamen, dat de hele stad over hen in rep en roer raakte, en de vrouwen zeiden: Is dit Naomi?" (Ruth 1:19)

Als Ruth dan echt haar keus heeft gemaakt, dan stopt Naomi met haar overtuigen dat Ruth beter in Moab kan blijven. Ruth gaat mee, ondanks dat ze de gevolgen heeft gezien van een gezin dat onder Gods oordeel vandaan probeerde te kruipen. Het heeft Ruth niet afgeschrikt en ze gaat toch mee. De God van Naomi, is ook haar God. En begrijpen we dit? Wij denken vaak dat we alleen de positieve dingen van God moeten gebruiken, maar bij Ruth heeft zeker ook het oordeel van God een rol gespeeld in haar eerste ontmoetingen met de God van Israël. 

Ruth vertelt niet wat haar precies aanspreekt in God. En eigenlijk is het ook heel bijzonder als je de loop van het verhaal leest. Naomi was echt niet een vreugdevolle christin. Ze was echt geen blijmoedig gelovige. Ze was somber, misschien zelfs wel depressief over alles wat haar was overkomen. Op een bepaalde manier ziet Ruth, door al die somberheid heen, toch perspectief in de God van Israël. Dat is toch niet logisch?

Uiteindelijk geloof ik dat God Zelf een perspectief laat zien, onafhankelijk van alle situaties. En hoe dan ook, de les die Naomi geeft, nadat Ruth haar keus heeft uitgesproken is niet: "Nou, Ruth, dat moeten we maar eens even laten overwinteren, dat geloof van jou." Of: "We zullen wel eens kijken wat dat geloof van jou doet en of het echt is." Naomi stopt met spreken. Die zin staat er niet voor niets. Naomi zwijgt en ze gaan samen verder. Naomi gaat samen met Ruth, terug naar de God in wie ze wel is teleurgesteld, maar die ze wel toebehoort. En dat doet ze samen met Ruth, zonder Ruth iets te vertellen waardoor ze Ruths geloof zou afbreken.

Ze gaan samen verder. En ook dat 'samen' heeft ons heel wat te zeggen als iemand de keus maakt om met ons op te lopen in geloof. Dat doe je niet veroordelend, maar daar mag je naast lopen, zelfs als je zelf soms het vertrouwen op God bent kwijtgeraakt. Maar dan komt het moment dat ze in de stad aankomen. Misschien is Naomi ontvangen als een randkerkelijke die terugkeert. En dan neemt ze ook nog eens een heidense vrouw mee. De schrik in de stad lijkt groot. De vraag of dit Naomi is, is zodanig dat het lijkt dat men flinkt schrikt hoe Naomi eruit ziet. Dit is Naomi geworden die God de ruimte niet had gegeven in haar leven en er vandoor was gegaan, terwijl Gods oordeel over het land ging.

Dit is het gevolg van niet willen leven onder Gods gezag. Er zitten alleen wel twee kanten aan, want God bebruikt dit ook ten goede. Hij haalt daarmee Ruth op. Hoe dubbel het ook is. En laat dat maar even voor wat het is. Dit is Gods plan. Naomi gaat samen met Ruth terug en onder Gods leiding weglopen is erger dan een hongersnood. Als we die twee lessen eruit meenemen, kunnen we vooruitkijken naar wat we mogen verwacht. Advent in Bethlehem, want Naomi komt daar aan tijdens de gerstenoogst.

Gebed: Jezus, op weg naar Bethlehem, laat U het licht van Uw tegenwoordigheid al schijnen. Op weg naar Bethlehem dringen de stralen van Uw warmte zich al aan.

 

 

 

 

 

Eindeloos gelukkig

Eindeloos gelukkig worden begint door te wandelen in de bestemming die God voor jou heeft op aarde om uiteindelijk, door het geloof in Jezus, straks eindeloos gelukkig in de hemel te leven met God. 

Bijbelonderwijs

Om de Bijbel begrijpen willen wij je helpen door de Bijbel op een praktische manier uit te leggen. Het is ook mogelijk om je aan te melden voor een gratis mailabonnement op 'Tijd met God'.

Geloofsopbouw

Bij geloofsopbouw gaat het erom dat je groeit in discipelschap. We geven je handvaten om je geloof echt te leven en we proberen je op allerlei manieren te prikkelen om na te denken over allerlei zaken.

Trainingen

Naast onderwijs via internet geven we ook trainingen op locatie om je als discipel van Jezus toe te rusten. Dit kunnen (s)preekbeurten, korte trainingen of langere trainingen zijn voor verschillende doelgroepen.

Recentste 'Tijd met God'

Jij bent een beheerder van de gaven van de Geest

Thema: Eerste brief van Petrus

"Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God." (1 Petrus 4:10)

Als het dan lang genoeg is geweest dat we als heidenen hebben geleefd en het de bedoeling is om vanaf onze bekering en wedergeboorte naar de wil van God te leven, hoe dan? Petrus geeft natuurlijk praktische aanwijzingen genoeg. Gastvrijheid is belangrijk, vurige liefde voor elkaar, liefde die een menigte van zonden zal bedekken en ga zo maar door. Allemaal heel praktisch en zo toepasbaar. Al is dat ook nog lastig genoeg omdat we heel snel weer aan het verdienen dreigen te gaan, in plaats dat het echt uit dankbaarheid leven is. Toch is er even één ding waar ik speciaal de vinger bij wil leggen. Petrus zegt: "Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God". 

We moeten de ander dienen, maar waarmee? Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met het beste dat wij hebben, of dat wij de ander moeten dienen met dat wat we in ons karakter hebben meegekregen, maar Petrus zegt dat de anderen moeten dienen met de genadegave die ons is gegeven. Het woord dat hij hier gebruikt voor 'genadegave' is het Griekse woord 'charisma'. In dat woord zit ook het woord 'charis' dat we vertalen met 'genade'. Het gaat dus om genadegaven van God. Petrus zegt dus niet dat we de ander moeten dienen met iets van onszelf, maar hij zegt dat wij de ander moeten dienen met genadegaven van God. Je voelt hem natuurlijk al aankomen dat het hier om de gaven van de Geest gaat. Ook Paulus gebruikt ditzelfde woord ook in de bekende hoofdstukken uit de Romeinenbrief en uit de Korinthebrief.

Dat maakt gelijk duidelijk dat de gaven van de Geest dus niet iets zijn voor jezelf, maar het zijn gaven die je krijgt om anderen te dienen. Wij zijn heel erg geneigd om ons leven als gelovige te richten op wat wij er aan hebben. Je komt veel mensen tegen die op zondag in de kerk zitten om daar iets te ontvangen, maar het principe van het Koninkrijk is dat we uitdelen van wat we ontvangen hebben. Als het dan gaat over de gaven van de Geest die wij moeten gebruiken om de anderen te dienen, dan zegt Petrus daarbij dat we dit moeten doen als goede beheerder van de veelsoortige genade van God.

De gaven van de Geest zijn onderdeel van de veelsoortige genade van God. Dat in de eerste plaats. Maar wij worden ook aangesteld als beheerders van die genadegaven. Een beheerder zorgt goed voor dat wat aan zijn zorgen is toevertrouwd. Nu geeft God ons de gaven van Zijn Geest, maar daarbij ligt er een hele grote verantwoordelijkheid bij ons. Wat doe jij met de gaven die de Geest je geeft? Zorg je er goed voor? Of zorgen we er voor dat door ons gedrag, de gaven juist niet meer aan onze zorgen worden toevertrouwd, omdat we er niets mee doen? Het is Gods verlangen dat we de anderen er mee dienen en er ook zuinig op zijn. Dat betekent niet dat je uit angst niets moet doen, maar het betekent ook dat je er bewust mee bezig moet zijn en de ander mag het ontvangen. En dan loopt het uit op dat God wordt verheerlijkt en Christus alle heerlijkheid en eer toekomt.

Gebed: Heer, dank U voor Uw gaven en ik wil er zorgvuldig en goed mee omgaan om de anderen te dienen en U te eren.

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom.
IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

© 2019 Eindeloos gelukkig - All Rights Reserved | Hosted by www.sth.nu