Timotheüs - Iedereen is te redden

 

 "Maar daarom is mij barmhartigheid bewezen, opdat Jezus Christus in mij, de voornaamste van de zondaars, al Zijn geduld zou tonen, tot een voorbeeld voor hen die later in Hem zouden geloven tot het eeuwige leven." 

 

Het is een bemoediging voor iedereen in de bediening van Jezus Christus om te zien hoe God Paulus heeft ingezet in het Koninkrijk. Dit maakt dat er niemand kan zijn die kan zeggen dat het voor hem voor voor haar niet kan. Maar tegelijk, is Paulus nog niet helemaal klaar met zijn gedachten over Gods keuze voor hem. Het gaat in de bediening immers ook niet alleen over de bediening van een apostel, maar het gaat in de bediening uiteindelijk ook en vooral om degenen die je als bedienaar mag bereiken.

Hoeveel hopeloze gevallen zullen er zijn op deze wereld, als het het om redding en behoud? Zijn er mensen die behouden zouden willen worden, maar voor wie dat behoud niet mogelijk is? En zelfs, zouden er mensen zijn voor wie wij hopen op hun redding, terwijl ze zelf echt niet richting God kijken, waarvoor het hopeloos is? Natuurlijk hangt er ook wat af van het punt of wij de genade van God willen aanvaarden, maar als je nu mensen in je omgeving hebt, die dit niet willen, is het dan echt een hopeloze zaak? Paulus maakt één ding heel erg duidelijk: Nee, dan is het nooit, maar dan ook nooit hopeloos. Kijk dan nog een keer naar Paulus. Zocht Paulus Jezus? Is er één moment geweest dat Paulus, voor zijn bekering verlangde naar een relatie met Jezus? Die was er nooit. Hij was misschien wel de vijandigste persoon op de hele wereld.

 

Zelf zegt Paulus dat hij de voornaamste, de grootste van alles zondaren was. Niemand was erger dan hij. Hij noemde dat wel onwetendheid, maar tegelijk, als er iemand was die de boekrollen had bestudeerd, dan was Paulus het wel. Dus Paulus had, op basis van de getuigenverklaringen al lang moeten weten dat Jezus de Messias was. Maar willen en wetens ging Paulus door met zijn vernietigende werk. Satan was goed op dreef om Paulus te gebruiken om alles kapot te maken wat Jezus opbouwde.

 

Misschien is dit ook wel het geheim van de kracht van Jezus: Alles wat satan voor de ondergang gebruikt, dat keert Jezus uiteindelijk om. Jezus zet Paulus tot een voorbeeld. Want als Paulus gered kan worden, die de grootste van de zondaren is, welke zondaar kan dan zeggen dat het niet kan voor hem of voor haar? En Paulus wil dit, wat Jezus wil bereiken met zijn redding, meegeven aan Timotheüs als hij in zijn bediening staat. Het doel van de bediening is immers dat Gods Koninkrijk vol zal worden. Dat het hier op aarde zo zal zijn dat elke zondaar gered zou worden. Daarom is het zo belangrijk dat we weten hoe groot het wonder bij Paulus was. Bedenk dat nooit iemand kan zeggen dat het voor hem of voor haar niet kan. Het kan altijd, iedereen die reageert op de stem van Jezus, iedereen die kiest om Jezus te volgen in geloof, die kan gered worden. Er is geen uitzondering, en daar ik Paulus het voorbeeld van!

 

Gebed: Dank U Jezus, dat U ons Paulus als voorbeeld geeft, als hoop voor mensen die U op ons pad brengt, die twijfelen of het voor hen mogelijk is om gered te worden.

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom