Timotheüs - Loslaten

 

"Ik herinner u eraan hoe ik u, toen ik naar Macedonië reisde, ertoe opgeroepen heb in Efeze te blijven om sommigen te bevelen geen andere leer te onderwijzen." (1 Timotheüs 1:3)

 

Het is soms heel lastig om te doen wat Paulus hier doet. Coaching in de kerk is iets heel moois. Anderen laten groeien in geloof en in bediening is misschien wel het mooiste dat je mag meemaken als volwassen gelovige. Maar er zit wel een andere kant aan, die nooit makkelijk is. Het is prachtig als God je met iemand laat oplopen die jij mag leiden, die je mag onderwijzen, die je mag leren om een discipel te zijn, maar er komt een moment dat je diegene ook weer los moet durven laten.

Misschien is dit wel het moeilijkste bij coaching. Echt coachen in de bediening betekent dat afstand houden er niet bij is. Paulus is als een vader voor Timotheüs geweest. Dat laat zien dat Paulus heel veel van zichzelf aan Timotheüs heeft laten zien. En de band die ontstaan is, is heel erg hecht geweest. En dan komt het moment dat je weet dat God vna je vraag om zelf verder te gaan en de ander in zekere zin los te laten, omdat het tijd is om te gaan vermenigvuldigen. Het is tijd dat de gezamelijke bediening, twee bedieningen gaan worden. Dit is altijd de bedoeling van Jezus geweest. Hij heeft nooit gewild dat we als een hechte club christenen bij elkaar zouden blijven en altijd bezig zouden zijn om elkaar te verwarmen. Natuurlijk zijn er momenten dat je dit nodig hebt, maar besef dat als God je met iemand laat oplopen, dat God ook een moment zal kiezen om te zeggen: "Nu mag je hem of haar zelf op pad sturen." 

 

En is dit spannend? Ja, dit is megaspannend! Want hoe zal het gaan? En hoe ga je op dat moment ook zelf weer om met de lege plaats naast je? Ik zeg wel eens: "Ik heb doorlopend één of twee mensen naast mij lopen waar ik een coach voor mag zijn en die intensief met mij optrekt." En dat is echt zo, maar al heel vaak heb ik mensen op een niveau mogen brengen waarop ze zelf verder mochten in de bediening en ik ook weer moest loslaten en hooguit nog wat op afstand iets kon betekenen. En de lijn is altijd open, maar het wordt dan wel anders. En het bijzondere is, dat als je voor deze manier van leven wilt openstaan, dat God je altijd weer nieuwe mensen geeft die je een stap verder mag brengen. Alleen ben jij bereid om die ander ook telkens weer los te laten om een ander de kans te geven om ook te mogen groeien?

 

Paulus is verder gegaan naar Macedonië. Misschien stonden Paulus en Timotheüs samen op het strand toen Paulus het viasioen had gehad van 'kom over en help ons' en heeft Paulus gezegd: "Mijn zoon, het is nu tijd dat jij het hier in Efeze zelf mag gaan doen en ik mag verder." En de vraag aan jou is of jij bereid bent om op deze manier een geestelijke vader of moeder te zijn en deze keuzes te maken voor het Koninkrijk van God?

 

Gebed: Heer, misschien is het wel het bijzonderste dat ons kan overkomen dat wij mogen loslaten nadat we iemand hebben mogen brengen op het niveau waar U diegene wilde hebben. Dank U wel voor zo'n prachtige taak en wilt U helpen om telkens ook weer los te laten.

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom