Timotheüs - Zoon in het geloof

 

"Paulus, een apostel van Jezus Christus, overeenkomstig het bevel van God, onze Zaligmaker, en van de Heere Jezus Christus, onze hoop, aan Timotheüs, mijn oprechte  zoon in het geloof: genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, onze Vader, en van Christus Jezus, onze Heere." (1 Timotheüs 1:1 en 2)

 

Wat heeft de kerk in onze tijd nodig om te groeien en om te bloeien? Misschien is dit niet de meest logische vraag die je zou kunnen bedenken als je de brief van Paulus aan Timotheüs gaat lezen. Is dit echt een vraag die past bij deze brief? Als je de thema's ziet, lijkt dit in eerste instantie misschien niet zo, maar als je begint vanuit de verhouding die Paulus en Timotheüs met elkaar hadden, dan wordt het toch wel een ander verhaal. Vooral de eerste verzen van deze brief zijn ook belangrijk voor onze tijd.

De brief van Paulus aan Timotheüs begint zoals Paulus meestal begint. Hij schrijft dat hij door Jezus Christus een apostel is en daarvoor is aangesteld en geroepen. Maar dan komt er een vervolg in deze brief, die hij in de andere brieven niet noemt. Dat is natuurlijk logisch, omdat deze brief is geschreven aan Timotheüs en niet aan een gemeente. Maar tegelijk laat hij wel zien hoe hij naar Timotheüs kijkt. Hij noemt hem: zijn geliefde zoon in het geloof. En als je straks verder leest in deze brief, dan vervolgt Paulus met het punt dat hij Timotheüs in één van de gemeenten die hij gesticht heeft, achter heeft gelaten.

 

Kennelijk hebben Paulus en Timotheüs in die gemeente van Efeze samen de eerste opbouwwerken gedaan. En daarna is Paulus verder gegaan en heeft hij Timotheüs daar achter gelaten. De leeftijd van hem weten we niet, maar uit meerdere teksten blijkt dat Timotheüs nog erg jong was. Zo jong zelfs dat hij daar kennelijk commentaar op kreeg. Wellicht is dat in de tijd dat Paulus er nog was niet zo'n groot probleem geweest, maar nu Paulus er niet meer is, wordt dit een heel stuk lastiger.

 

Maar wat doet Paulus? Paulus heeft geloof gehad in de jonge Timotheüs. Zelfs zoveel geloof dat hij het beheer over de gemeente in Efeze aan hem had overgedragen. Paulus noemt hem zijn zoon in het geloof, maar dat betekent ook dat Paulus voor hem zijn vader in het geloof was. Het heeft hem dus waarschijnlijk geestelijk ook echt als een kind aan de hand genomen! En daarna durft vader Paulus het aan om de jonge Timotheüs in de bediening te plaatsen. 

 

Tegelijk is dat wat ook de kerk in onze tijd zo hard nodig heeft. Dat we jongeren aan de hand nemen in geloof en als dat geloof heeft geworteld, we hen niet alleen voeden met theorie, maar dat we hen met vrijmoedigheid durven in te zetten in de bediening. Veel te veel wil de oudere generatie, uit angst voor andere vormen, de jongeren zo lang mogelijk aan de zijlijn zetten, maar Paulus leert ons hier wat anders. En tegelijk laat hij als geestelijk vader, zijn geestelijke zoon niet los en aan zijn lot over, maar coached hij hem heel liefdevol.

 

Gebed: Vader, Uw kerk heeft niet alleen volwassen leiders nodig, maar ook jonge, misschien soms wat onbezonnen, jongeren. Geef mij onderscheid, geef mij inzicht om hierin goede keuzes te maken.

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom