Het loon dat jij meebrengt

 

"En wie een van deze kleinen slechts een beker koud water te drinken geeft omdat hij een discipel is, voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon beslist niet verliezen." (Mattheüs 10:42)

 

Als je het hoofdstuk uit Mattheüs uitleest, waar we vorige week aan begonnen over dat Jezus niet is gekomen om vrede te brengen maar het zwaard, dan eindigt dit hoofdstuk met twee verzen die op het eerste gezicht totaal onbegrijpelijk zijn. Jezus had gezegd dat als jij ergens in Zijn Naam binnenkomt, dan ontvangt met Jezus en als ze Jezus ontvangen dan ontvangen ze God de Vader. Het opmerkelijke is dan dat Jezus met nog twee teksten verder gaat. Wie een profeet ontvangt, die zal het loon van een profeet ontvangen, wie een rechtvardige ontvangt zal het loon van een rechtvaardige ontvangen, en dan ook nog iets over een beker koud water. Als je gewend bent om teksten los van elkaar te lezen is er geen touw aan vast te knopen.

 

 

Wat bedoelt Jezus nu eigenlijk te zeggen. Als we in Zijn Naam komen, dat daarmee Jezus Zelf binnenkomt, dat begrijpen we wel. Maar wat heeft dit met een profeet en met een rechtvaardige te maken? En wanneer ontvangen wij dan dat loon? En zeker die laatste vraag kwam bij mij als eerste op toen ik deze tekst las. Maar door op die manier het te betrekken op jezelf, dan kom je er niet uit wat Jezus bedoelt. Jezus is namelijk gewoon door blijven praten over de gelovige die in de Naam van Jezus ergens binnenkomt.

 

De profeet en de rechtvaardige, dat is namelijk dezelfde als de 'u' van "Wie u ontvangt, ontvangt Mij". Het loon dat Jezus bedoelt is het loon dat jij, als gelovige meebrengt op het moment dat je ergens binnenkomt. Besef dus dat als je in de Naam van Jezus ergens komt, of gewoon als je begint te beseffen dat je Jezus vertegenwoordigd en in dat besef contacten aangaat, dat je ook als profeet binnenkomt. Jezus was ook in Zijn bediening een profeet en daardoor jij niet minder.

 

Dat zelfde geldt voor de rechtvaardige. Wellicht moeten we dit ook gewoon lezen met de tegenstelling van een goed persoon tegenover een slecht persoon. Als wij een zegen mogen zijn en jij Jezus leven leeft en zo met mensen omgaat en hen Jezus brengt, dan ontvangen ze je ook als een rechtvaardige. Het loon is dat er niet iemand binnenkomt die het slechte met hen voorheeft, maar het beste.

 

En uiteindelijk is er voor iedereen die ons wil ontvangen en daarmee Jezus wil ontvangen, al is het maar als het geven van een glas water, dan is er een beloning in de eeuwigheid. Gisteren zijn we dit jaar begonnen door te zeggen dat als je door Jezus gezonden wordt, je niet bezorgd moet zijn. Zo mocht je beginnen aan het nieuwe jaar, maar besef dit jaar ook wat je doet, besef hoe je contact legt met mensen. Want namens Jezus, dan breng je Hem ook werkelijk mee en als ze je ontvangen, is het loon er voor hen. Dan luistert het wel heel nauw hoe we gezien worden. Maar er is loon voor hen die in ons, Jezus willen ontvangen!

 

Gebed: De roeping die U mij geeft is heel hoog! Ik wil U vragen om bescherming tegen elke verkeerde houding, waardoor ik het beeld van U zou kunnen beschadigen en de contacten die U mij geeft.

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom