Abram - Gensis 12, 13 en 15

 

Wie vertrouw jij? Wat is vertrouwen? Wat heb je nodig om iemand te vertrouwen? Wanneer vertrouw je iemand wel, en wanneer niet? Abram woont met zijn familie in Ur der Chaldeeën. Abram zijn vader had allerlei goden, dus waarschijnlijk had Abram nog nooit van God gehoord.

 

Toch heeft God Abram wel gezien, en Hij heeft een plan voor hem. Hij praat tegen Abram, zoals hij ook tegen Noach praatte. “Abram, je moet hier weg gaan. Je mag je vader, je vrouw Sarai en je neef Lot meenemen. Je broer en verdere familie  moet je hier laten. En je moet naar het land gaan wat ik ze zal wijzen. Ik zal jou tot een groot volk maken. Ik zal bij jou zijn, en voor je zorgen. Vertrouw je daarop Abram?”

En nu..? Abram kent de God die tegen hem spreekt eigenlijk helemaal niet en zijn familie achterlaten en ergens heengaan wat hij nog niet weet en niet kent..? Wat zou jij doen?

 

Abram doet het. Hij vertrouwt op God en op wat God zegt. En zo gaan ze op reis, eigenlijk achter God aan. Eerst gingen ze richting Haran, om daarna naar Kanaän te gaan. “Dit is het land dat Ik voor jou uitgezocht heb Abram. Aan al jou kinderen zal ik dit land geven en hier mogen jullie wonen”, zei God. En zo woonde Abram en Lot bij elkaar in Kanaän, het land dat God hun gegeven had.

 

Nu was Abram een rijke man. Hij had veel schapen, koeien, geiten en God zorgde voor hem, dus hij werd ook steeds rijker. Maar ook Lot was rijk. En hij werd ook steeds rijker. In het begin ging het wel goed, maar de herders van Abram wilden het beste land voor hun schapen en andere dieren hebben, maar de herders van Lot wilden dit ook. En ze begonnen ruzie met elkaar te maken. Ik was hier eerst, zoek jij maar een ander plekje! Ja, maar Abram is machtiger, dus jullie hebben niets te zeggen, wegwezen! De ruzies werden steeds erger en op een gegeven moment kon het zo niet langer.

 

“Lot, kom eens. Dit gaat zo niet. Onze herders vechten om het land en ze komen er niet uit. Maar wij zijn toch familie? Wij horen geen ruzie te maken. En daarbij, dit land is groot genoeg. We moeten verhuizen. Als jij naar links ga, ga ik naar rechts, ga jij naar rechts, ga ik naar links. Zover, dat onze herders geen last meer van elkaar hebben. Jij mag kiezen. Links of rechts?”

 

Lot keek eens goed om zich heen. Rechts was een mooi stuk land met bergen en bos. Ja dit was mooi, maar links.. Ja, dat was toch wel heel mooi. Daar was de Jordaan, een mooie rivier, met mooi groen gras, en twee mooie steden. Sodom en Gomorra.

 

Als ik nou daarheen ga, dan heb ik een stad om te wonen en dan heb ik heerlijk gras voor mijn dieren. Dat is toch eigenlijk wel het mooiste wat je kunt bedenken. “Ik weet het, Abram, ik kies links. De kant van de Jordaan.” En zo ging Lot naar de steden en de Jordaan, en Abram ging richting de bergen en het bos.

 

En weer kwam God bij Abram. “Ik zal voor je zorgen en zal je heel veel kinderen geven. Heel jouw nageslacht zal zo veel zijn als het stof op de aarde. Ga het land in, en maak het tot jouw land, Abram.”

 

En zo woonde Abram in Kanaän, met zijn vrouw en zijn vee en de herders. En Abram geloofde God op Zijn woord, maar een ding vond hij wel lastig. God had het steeds over zijn kinderen, zijn nageslacht dat hij zou krijgen en heel groot zal zijn. Maar.. Hij heeft nog niet eens een kind. En hij en zijn vrouw zijn allebei al oud, dus hoe kun je dan nog een kind krijgen?

 

En Abram blijft daar niet mee lopen, maar gaat er mee naar God. “God, wij kunnen geen kinderen meer krijgen. Dus zal mijn dienstknecht Eliezer zeker kinderen krijgen voor mij?” “Nee Abram, Eliezer zal niet voor jou kinderen krijgen. Jij en Sarai zullen zelf een kind krijgen. Echt waar”, zo zegt God tegen hem. “Ga eens naar buiten? Kijk eens naar de sterren en tel ze eens? Dat lukt natuurlijk niet, maar zo groot zal jouw nageslacht zijn”, zegt God.

 

En Abram, hij gelooft en vertrouwt op God. Waarom? Omdat God het zegt.

Tijd met God

Met Jezus opgestaan

 

"Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God,  Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven." (Galaten 2:20)

Met de Heer begraven en weer opgestaan. De zin van die lied zullen velen lezers herkennen. En juist nu het weer Pasen is geworden, ligt voor ons gevoel natuurlijk de nadruk op ‘opgestaan’. En tegelijk, is het de vraag in hoeverre wij dit ook echt ervaren, beleven en vooral hoe wij dit leven. Klopt het dat ons leven een opstandingsleven is? Of leven wij nog meer bij Golgotha, dan bij het open graf? Want dat is wel een groot verschil.
Lees meer...

Aanmelden 'Tijd met God'

Meld je aan voor het gratis mailabonnement 'Tijd met God'. 
Aanmelden mailabonnement

Bijbelgedeelte

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij 'Tijd met God' van dit moment.

 

Galaten 2:15-21

 15 Wij, die van nature Joden zijn, en geen zondaars uit de heidenen,
 16  weten dat een mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken van de wet, maar door het geloof in Jezus Christus. En ook wij zijn in Christus Jezus gaan geloven, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden uit het geloof van Christus en niet uit werken van de wet.  Immers, uit werken van de wet wordt geen vlees gerechtvaardigd. 
 17 Maar als wij, die in Christus verlangen gerechtvaardigd te worden, ook zelf zondaars blijken te zijn, is Christus dan een dienaar van de zonde? Volstrekt niet!

Lees meer...

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Aanbevolen

Youtube-kanaal

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom