De schepping - Genesis 1 en 2

Hoe is de wereld ontstaan? Wie heeft alles om ons heen gemaakt en wie heeft jou gemaakt? De christenen geloven dat God dat heeft gedaan.

Aan het begin van deze wereld was er niets. In de Bijbel staat dat de aarde woest en leeg en alles was donker. Toen ging God de wereld scheppen. Niet met klei of zand of ander materiaal, maar uit het niets. Daarom zeggen wij ook scheppen en niet maken. Voor maken heb je iets nodig. God zei dat er iets moest komen en het was er!

 

De eerste dag

Licht; er was nu een dag en een nacht

De tweede dag

De hemel en de aarde

De derde dag

Land en zeeën gescheiden, planten en bomen

De vierde dag

Zon, maan en sterren

De vijfde dag

Vissen, grote zeedieren en vogels in alle soorten

De zesde dag

Dieren op het land en de mens

 

Na elke dag dat God iets had geschapen zag God het en Hij zag dat het prachtig was. Het was precies goed zoals Hij het had bedacht. God heeft het ook niet voor niets in deze volgorde geschapen. Er moest eerst licht komen, en daarna de aarde en land, om daar planten en dieren op te laten leven.

 

Als allerlaatste heeft God de mens gemaakt. En dit keer niet door wat God zei. God heeft de eerste mens gemaakt uit het stof van de aarde. Hij heeft een man gevormd en daar het leven in geblazen. De eerste mens noemde hij Adam.

Toen moest Adam alle dieren een naam gaan geven. Bij de schepping was alles perfect, dus Adam wist precies hoe hij de dieren moest noemen. Wij denken misschien, waarom noem je een dier wat in bomen slingert een aap, en een dier met een lange nek een giraf? Maar Adam wist dit precies. Maar toen hij de dieren een naam aan het geven was, merkte hij dat alle dieren samen waren, maar hij was nog alleen. Toen zag God dat Adam niet alleen moest zijn en hij liet Adam in een diepe slaap vallen.

 

Hoe precies weten we niet, maar God haalde een rib uit Adam en maakte hier een vrouw voor Adam van. Toen Adam weer wakker werd had hij van God een vrouw gekregen, die eigenlijk een beetje uit hem zelf kwam. En zo leefde Adam en Eva als de eerste mensen op aarde en ze leefde heel dicht bij God.

 

Nu denk je misschien, waar woonde ze dan? God had een mooie tuin voor hen gemaakt met heel veel bomen waar heerlijke vruchten aanhingen die ze konden eten. Daarbij hoefden ze niet bang te zijn voor wilde dieren want bij de schepping was alles nog goed, at niemand elkaar op en hoefde Adam en Eva zich dus ook niet te beschermen.

Ze mochten van alle bomen in die tuin eten, alleen van één boom had God gezegd dat ze niet mochten eten. De boom van kennis van goed en kwaad.

 

Als er 100 bomen staan en van 99 mag je wel eten, lijkt het niet zo moeilijk om die ene boom mis te houden, maar uiteindelijk hebben Adam en Eva er toch van gegeten. Waarom en hoe dat is gegaan hoor je in de volgende les.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom