Dochtertje van Jaïrus - Lukas 8

 

Jezus was aan de overkant van het meer geweest, en kwam nu weer terug. Ondertussen wist iedereen wie Jezus was en wist iedereen ook waar hij was. Dus toen hij weer bij de kant kwam stonden ontzettend veel mensen hem op te wachten. Ook een man die heel bezorgd kijkt. De mensen kennen hem wel, dat is Jaïrus, het hoofd van de synagoge, van de kerk toen. Hij wil blijkbaar heel graag naar Jezus toe, want zodra Jezus uit de boot stapt rent Jaïrus naar Hem toe, valt op zijn knieën en zegt: “Jezus, alstublieft! Ik heb gehoord dat u zieke mensen beter kunt maken. Mijn dochtertje is zo ziek, dat we niet weten of ze wel blijft leven. Wilt u alstublieft komen om haar beter te maken?” De mensen kijken geschrokken, Jaïrus dochtertje? Maar Jaïrus en zijn vrouw hebben maar één kind, en dat is een meisje van 12 jaar. En dat is nu zo ziek. Hopelijk gaat Jezus mee. En Jezus gaat mee. Maar echt snel gaat het niet.

 

Er lopen heel veel mensen om Jezus heen, en hoewel ze het heel erg vinden voor Jaïrus zijn er nog meer mensen die ook zieke hebben of zelf ziek zijn en die willen ook bij Jezus komen. Dus er lopen heel veel mensen te duwen en te trekken rondom Jezus.

 

Zo loopt er ook één vrouw bij die niet zoveel zegt en niet zo wil opvallen, maar wel steeds dichter bij Jezus komt. Wie is deze vrouw? Hoe ze heet weten we niet, maar deze vrouw is al 12 jaar ziek. En al 12 jaar zo ziek, dat ze eigenlijk niets normaals meer kan doen, want altijd is ze ziek. Maar heeft ze er dan niets aan gedaan? Jawel ze is bij alle dokters uit de buurt geweest, en toen die het niet wisten naar nog meer dokters, al haar geld heeft ze uitgegeven aan de dokters en medicijnen maar niets helpt. Eigenlijk is het alleen nog maar erger geworden. En deze vrouw had de moed al aardig opgegeven. Tot ze hoorde over Jezus. Wat hij allemaal deed. Dat hij een man liet lopen die al 38 jaar niet meer kon lopen. Maar als Jezus dat kan, dacht de vrouw, dan kan hij misschien mij ook wel beter maken. Maar weetje, het is zo druk bij Jezus, daar kom ik natuurlijk nooit tussen. Toch geloof ik dat Jezus mij beter kan maken. Maar daarvoor hoef ik Hem niet te spreken. Als ik nou de zoom, de onderkant, van zijn mantel aanraak, dan is het genoeg. Dan kan ik al gezond worden!

 

Wauw, ondanks dat ze al 12 jaar ziek was en niemand haar kon helpen, geloofde deze vrouw toch dat als ze Jezus aan zou raken, dat ze dan gezond zou zijn. En zo worstelt deze vrouw zich door de menigte richting Jezus en raakt Jezus mantel aan. En dan…

Ze voelt het, ze is beter. Jezus heeft haar beter gemaakt! Ze kan wel juichen en springen, maar in plaats daarvan draait ze zich om en wil weer ongemerkt weglopen. Thuis gaat ze dan wel juichen en springen. Maar op dat moment hoort ze achter zich: “Wie heeft mij aangeraakt?”

Ze schrikt zich een ongeluk. Jezus heeft het gemerkt, en nu moet ze straks alles gaan vertellen en dat wil ze helemaal niet. Alle mensen hoeven dat helemaal niet te weten.

 

De discipelen van Jezus kijken Jezus verbaasd aan. “Wie heeft u aangeraakt? Ja iedereen heeft u aangeraakt! Er lopen hier super veel mensen, dus iedereen kan u wel aangeraakt hebben?” “Nee ik voelde dat er kracht van mij wegging, in iemand anders. Iemand heeft mij aangeraakt.” En Jezus kijkt om zich heen. Jaïrus staat ongeduldig te wachten, kom nou mee! Straks is mijn meisje dood! Maar Jezus blijft staan en kijkt rond.

 

De vrouw weet dat ze geen kant op kan, en komt naar voren. Ook zij valt op haar knieën en vertelt het hele verhaal aan Jezus en aan alle mensen er om heen. Wat zou Jezus doen? Zou hij boos zijn? Maar Jezus is helemaal niet boos. “Vrouw, wees maar niet zo bang. Omdat je geloofd heb, daarom ben je weer beter geworden. Ga maar naar huis, je bent weer gezond!” Dat hoeft Jezus geen tweede keer te zeggen.

Ondertussen loopt Jaïrus onrustig heen en weer, is Jezus nou eindelijk klaar met die vrouw. Heel fijn voor haar dat ze genezen is, maar Jezus zou mee gaan naar zijn dochtertje. En dan ineens ziet hij iemand aankomen, iemand die bij hem thuis woont. Waarschijnlijk een knecht of een goede vriend, maar die man kijkt heel verdrietig. Jaïrus blijft verstijfd staan. Het zal toch niet...

 

“Jaïrus, laat Jezus maar met rust, hij hoeft niet meer te komen. Je dochtertje is overleden. Het is te laat.” Jaïrus laat zijn hoofd zakken en denkt na. Had Jezus nu maar doorgelopen, dan… En wat moeten ze nu, zonder dochtertje? “Jaïrus, wees niet bang, geloof dat ik wonderen kan doen. Kom we gaan verder.” Jaïrus kijkt Jezus aan. Wat bedoelt hij, dat hij nog iets wil gaan doen? Maar ze is toch al dood? Dan is het toch klaar? Maar Jezus loopt verder en Jaïrus volgt. Wat moet hij anders?

 

Na een poosje komen ze bij het huis van Jaïrus. Het is er een hele drukte. Er lopen allemaal vrouwen te huilen en sommige vrouwen maken hele droevige muziek. Ik die tijd was dat gewoon. Als er iemand was overleden maakte ze hele droevige muziek en huilde ze met z’n alle om degene die was overleden. En zo ook bij dit meisje. Maar Jezus hoeft al die mensen niet.

 

Hij zegt tegen ze: “Waarom huilen jullie? Stop er maar mee hoor! Dit meisje slaapt!” De mensen kijken Jezus verbaasd aan en beginnen dan te lachen. “Sorry hoor, maar wij weten echt wel het verschil tussen iemand die slaapt en iemand die dood is. En dit meisje ademt niet meer, dus ze is dood.” Maar ondanks dat ze Jezus niet geloven, gaat iedereen toch weg. Jezus neemt 3 discipelen mee naar binnen en Jaïrus. En zo komen ze in de kamer van het meisje.

 

Daar zit de vrouw van Jaïrus verdrietig voor zich uit te staren. Wat moeten ze nu, hun enige kind? Eigenlijk had ze Jezus helemaal niet meer verwacht.

Jezus loop naar het bed van het meisje pakt haar hand vast en zegt: “Meisje, sta op!” En er gebeurt een wonder. Het meisje doet haar ogen open, gaat zitten, kijkt iedereen in de kamer aan, en loopt zo naar haar moeder toe.

 

Jaïrus en zijn vrouw weten niet wat er gebeurt. En de discipelen ook niet trouwens. Dit meisje was echt dood, en nu leeft ze weer! Hoe kan dat nou? Ze hebben zoveel vragen dat ze alles vergeten. Dus Jezus helpt hen een beetje. “Geef dat meisje wat te eten, ze moet aansterken.”

En zo is Jezus niet alleen sterker dan ziekte, maar ook dan de dood. Jezus is sterker dan alles en iedereen. Niets houdt Hem tegen.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom