Verwachten - Israël (2)

 

 

"Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, nadat ze tot zeven dagen toe omringd waren geweest." (Hebreeën 11:30)

 

Alle ontberingen van het woestijnleven slaat de schrijver van de Hebreeënbrief nu even over. In de woestijn is er van alles gebeurd en ook in jouw woestijn zal het niet altijd eenvoudig zijn. Sterker nog, in de woestijn wisselt het tussen geloof en ongeloof, tussen hoop en wanhoop. Maar uiteindelijk is Israël wel bij de grens van het beloofde land gekomen. En als jij uit de woestijn komt, in het land van geloof ingaat, wil dat in dit leven niet zeggen dat al je strijd is gestreden. Want ook op het moment dat je het land mag innemen, kom je nog wel problemen tegen.


Israël dacht er ondertussen te zijn en ze hadden, nadat het veertig jaar eerder, al gruwelijk misgegaan was door hun ongeloof, nu hoop op het land dat hun zou toekomen. Maar op het moment dat de verspieders terugkomen, beseffen ze wel dat de stad Jericho een serieuze uitdaging zal gaan worden. Israël verwachtte dat ze het land van God zouden ontvangen, maar hoe dat ozu gaan wisten ze niet. In Gods ogen was het land al in bezit van Israël, ze moesten het alleen nog in bezit nemen, maar was er eigenlijk niet te doen. Als Israël dit had geloofd, was er misschien geen slachtoffer gevallen. En hier bij Jericho doen ze wat ze moeten doen: Luisteren naar God als de strijd zich aandient. 

 

Niet iedere strijd in het Oude Testament was dezelfde manier van strijden voor, maar het volk Israël geloofde dat als ze zeven keer om de muren van Jericho liepen dat uiteindelijk de muren zouden vallen. Niet vanwege hun werk, maar omdat God de overwinning al had gegeven. Maar wat in de verwachting van Israël fysieke werkelijkheid was, is voor ons de geestelijke werkelijkheid.

 

Ik weet niet welke bolwerken jij in je denken hebt, die onoverwinnelijk lijken te zijn. Maar zoals Israël juichte voor een stad die al overwonnen was, al stond elke muur nog overeind, zo zegt God tegen ons: Juich voor de overwinning op elke geestelijke vijand, al zit je nog midden in de strijd. Want zoals Israël fysiek in de strijd was, zo zitten wij geestelijk in de strijd. Elke strijd uit het Oude Testament is een weerspiegeling van de geestelijke strijd voor de Nieuw Testamentische gelovige.

 

Het grootste wonder is dat de strijd al gestreden is, als zijn de vijanden er nog en al zijn de bolwerken er ook nog in ons denken. De strijd is niet voorbij, maar al wel gewonnen en waar wij in die overwinning durven te gaan staan in geloof, daar zullen de muren van de bolwerken ook werkelijk aan stukken vallen en komt Jezus zichtbaar in ons leven als Overwinnaar naar voren. Het enige wat wij moeten doen, is Zijn overwinning opeisen in de geestelijke strijd. De strijd is uiteindelijk niet van Israël en ook niet van ons, maar het is Gods strijd in deze wereld waarin Hij de leiding heeft. Hij vraagt alleen geloof voor de muren in ons denken, zodat ze door Zijn kracht zullen vallen.

 

Gebed: Heer, ik prijs en ik loof U voor de overwinning en ik eis de overwinning, ook in mijn leven helemaal op. Ik aanbid U omdat U het hebt gedaan en ik sta geen enkel bolwerk in mijn denken meer toe.

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 14

 

​1 Simson ging naar Timna. En toen hij in Timna een vrouw uit de dochters van de Filistijnen had gezien,
2 ging hij weer terug om het zijn vader en zijn moeder te vertellen. Hij zei: Ik heb in Timna een vrouw gezien uit de dochters van de Filistijnen. Welnu, neem haar voor mij tot vrouw.
3 Maar zijn vader zei tegen hem, evenals zijn moeder: Is er onder de dochters van je broeders en onder heel mijn volk geen vrouw, dat je weggaat om een vrouw te nemen van die onbesneden Filistijnen? Maar Simson zei tegen zijn vader: Neem háár voor mij, want zij is in mijn ogen de juiste.
4 Nu wisten zijn vader en zijn moeder niet dat dit van de HEERE was, dat hij een aanleiding zocht tegen de Filistijnen. Want de Filistijnen heersten in die tijd over Israël.
5 Zo ging Simson met zijn vader en zijn moeder naar Timna. En toen zij bij de wijngaarden van Timna kwamen, zie, een jonge leeuw kwam hem brullend tegemoet.
6 Toen werd de Geest van de HEERE vaardig over hem, zodat hij hem uiteenscheurde, zoals men een bokje uiteenscheurt, zonder dat hij iets in zijn hand had. Maar hij vertelde zijn vader en moeder niet wat hij gedaan had.
7 Hij ging verder en sprak met de vrouw. En zij was in Simsons ogen de juiste.
8 Toen hij na enkele dagen terugkeerde om haar tot vrouw te nemen, week hij van de weg af om het kadaver van de leeuw te zien. En zie, er zat een bijenzwerm in het lichaam van de leeuw, met honing.
9 Hij nam die honing in zijn handen en liep al etend verder. Hij liep naar zijn vader en zijn moeder en gaf hun er wat van, en zij aten ook. Hij vertelde hun echter niet dat hij de honing uit het lichaam van de leeuw genomen had.
10 Toen ook zijn vader bij de vrouw aangekomen was, richtte Simson daar een maaltijd aan, want zo deden de jongemannen.
11 En het gebeurde, zodra zij hem zagen, dat zij dertig metgezellen uitkozen,  die bij hem zouden blijven.
12 En Simson zei tegen hen: Laat mij u toch een raadsel opgeven. Als u mij dat binnen de zeven dagen van deze bruiloft goed kunt uitleggen en kunt ontdekken wat het betekent, zal ik u dertig stel onderkleren geven, en dertig stel bovenkleren.
13 Maar als u het mij niet kunt uitleggen, dan moet u míj dertig stel onderkleren en dertig stel bovenkleren geven. Daarop zeiden zij tegen hem: Geef uw raadsel op en laat het ons horen.
14 Hij zei tegen hen: Eten kwam uit de eter, en zoetigheid kwam uit de sterke. En drie dagen lang konden zij het raadsel niet uitleggen.
15 Toen gebeurde het op de zevende dag dat zij tegen de vrouw van Simson zeiden: Haal uw man over om ons het raadsel uit te leggen. Anders zullen wij u en het huis van uw vader met vuur verbranden. Hebt u ons uitgenodigd om ons ons bezit te ontnemen of zo?
16 Toen ging de vrouw van Simson bij hem zitten huilen en zei: Je haat mij alleen maar en houdt niet van mij. Je hebt mijn volksgenoten een raadsel opgegeven en het mij niet uitgelegd. En hij zei tegen haar: Zie, ik heb het mijn vader en mijn moeder niet eens uitgelegd, zou ik het jou dan wel uitleggen?
17 En zij huilde bij hem op de zevende dag dat zij deze maaltijd hadden. Zo gebeurde het op de zevende dag dat hij het haar uitlegde, want zij bleef bij hem aandringen. Vervolgens legde zij het raadsel uit aan haar volksgenoten.
18 Toen zeiden de mannen van de stad tegen hem, op de zevende dag, voordat de zon onderging: Wat is zoeter dan honing? En wat is sterker dan een leeuw? En hij zei tegen hen: Als u niet met mijn kalf had geploegd, zou u de betekenis van mijn raadsel niet hebben ontdekt.
19 Toen werd de Geest van de HEERE vaardig over hem: hij ging naar de Askelonieten en sloeg dertig man van hen dood. Hij nam hun kleren en gaf een stel daarvan aan elk van hen die het raadsel hadden uitgelegd. Hij was echter in woede ontstoken en keerde weer terug naar het huis van zijn vader.
20 En de vrouw van Simson werd de vrouw van zijn metgezel, die hem vergezeld had.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom