Verwachten - In de verte

 

"Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden  dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren." (Hebreeën 11:13)

 

Wat een verwachting hebben al deze mensen gehad die de schrijver van de Hebreeënbrief in eerste instantie noemt. De eerste serie gelovigen hebben allemaal met verwachting geleefd, ze hebben uitgezien naar alles wat zou komen. Het beloofde land, de Messias en alles wat daarmee samenhangt. Verwachting en gelovig uitzien, dat tekende hun leven. En de vraag die wij elkaar mogen stellen is of ook wij zo verwachten en uitzien. Als we om ons heen kijken, dan lijkt niets er op dat het ooit helemaal goedkomt. Je blijft uitzien en hopen, maar voor je gevoel is het hopen op iets dat nooit lijkt te komen.

Waar is de belofte van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde? Het is daarom wel goed dat de schrijver deze tekst er even tussenin zet. Want ook al deze oude gelovigen hebben de vervulling van de beloften echt verwacht, en toch kwamen ze aan het einde van hun leven en het was nog niet gebeurd. Als Eva haar eerste zoon ontvangt, denkt ze dat hij de man is die de verlossing zou brengen, maar er zijn nog honderden jaren overheen gegaan. En uiteindelijk zijn ze allemaal gestorven en wel alles vanuit de verte gezien, maar ze ontvingen het nog niet.

 

Hoe onmogelijk moet dat ook voor hen hebben gevoeld, misschien nog wel meer dan voor ons, want zij waren nog niet verzoend met God door de Messias. Zij konden alleen maar kijken en hopen op Iemand die in de toekomst moest komen, terwijl wij weten en geloven dat Hij al gekomen is en dat de verzoening en het begin van het herstel van alle dingen al gekomen is. En weet je wat deze mensen deden? Ze hebben de belofte gezien, geloofd en begroet. Als het ware hebben ze de Messias nog niet kunnen zien, maar Hem al wel begroet.

 

Wij zien Jezus nog niet terugkomen. Wij zien nog niet dat alles aan Zijn voeten onderworpen is, al is het wel zo. Maar wij ervaren nog maar al te vaak iets anders. Maar wij kunnen ook een keus maken om Hem te begroeten. Om ons uit te strekken naar Hem die komen gaat en we begroeten Hem nu al in ons verwachten. Jezus, U bent welkom bij ons! En we weten als Hij komt dat de nieuwe aarde ons thuis zal worden. Maar nu zijn we nog als vreemdelingen op aarde. We wonen er op aarde maar bij.

 

Alleen dat doen we niet wanhopig wachtend en verwachtend, maar dat doen we in het geloof dat het zeker anders zal worden. In geloof weten we dat straks alle gebrokenheid verdwenen zal zijn. Zover is het nu nog niet. Maar we begroeten het al wel, want dat geeft ons hoop en verwachting. Dat geeft ons leven kleur en uitzicht, zelfs als wij ook ons hoofd moeten neerleggen voordat Jezus is gekomen.

 

Gebed: Heer, ik begroet Uw komst op de wolken van de hemel, ik dank U dat U zult komen, zelfs als ik het nu nog niet zie.

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 14

 

​1 Simson ging naar Timna. En toen hij in Timna een vrouw uit de dochters van de Filistijnen had gezien,
2 ging hij weer terug om het zijn vader en zijn moeder te vertellen. Hij zei: Ik heb in Timna een vrouw gezien uit de dochters van de Filistijnen. Welnu, neem haar voor mij tot vrouw.
3 Maar zijn vader zei tegen hem, evenals zijn moeder: Is er onder de dochters van je broeders en onder heel mijn volk geen vrouw, dat je weggaat om een vrouw te nemen van die onbesneden Filistijnen? Maar Simson zei tegen zijn vader: Neem háár voor mij, want zij is in mijn ogen de juiste.
4 Nu wisten zijn vader en zijn moeder niet dat dit van de HEERE was, dat hij een aanleiding zocht tegen de Filistijnen. Want de Filistijnen heersten in die tijd over Israël.
5 Zo ging Simson met zijn vader en zijn moeder naar Timna. En toen zij bij de wijngaarden van Timna kwamen, zie, een jonge leeuw kwam hem brullend tegemoet.
6 Toen werd de Geest van de HEERE vaardig over hem, zodat hij hem uiteenscheurde, zoals men een bokje uiteenscheurt, zonder dat hij iets in zijn hand had. Maar hij vertelde zijn vader en moeder niet wat hij gedaan had.
7 Hij ging verder en sprak met de vrouw. En zij was in Simsons ogen de juiste.
8 Toen hij na enkele dagen terugkeerde om haar tot vrouw te nemen, week hij van de weg af om het kadaver van de leeuw te zien. En zie, er zat een bijenzwerm in het lichaam van de leeuw, met honing.
9 Hij nam die honing in zijn handen en liep al etend verder. Hij liep naar zijn vader en zijn moeder en gaf hun er wat van, en zij aten ook. Hij vertelde hun echter niet dat hij de honing uit het lichaam van de leeuw genomen had.
10 Toen ook zijn vader bij de vrouw aangekomen was, richtte Simson daar een maaltijd aan, want zo deden de jongemannen.
11 En het gebeurde, zodra zij hem zagen, dat zij dertig metgezellen uitkozen,  die bij hem zouden blijven.
12 En Simson zei tegen hen: Laat mij u toch een raadsel opgeven. Als u mij dat binnen de zeven dagen van deze bruiloft goed kunt uitleggen en kunt ontdekken wat het betekent, zal ik u dertig stel onderkleren geven, en dertig stel bovenkleren.
13 Maar als u het mij niet kunt uitleggen, dan moet u míj dertig stel onderkleren en dertig stel bovenkleren geven. Daarop zeiden zij tegen hem: Geef uw raadsel op en laat het ons horen.
14 Hij zei tegen hen: Eten kwam uit de eter, en zoetigheid kwam uit de sterke. En drie dagen lang konden zij het raadsel niet uitleggen.
15 Toen gebeurde het op de zevende dag dat zij tegen de vrouw van Simson zeiden: Haal uw man over om ons het raadsel uit te leggen. Anders zullen wij u en het huis van uw vader met vuur verbranden. Hebt u ons uitgenodigd om ons ons bezit te ontnemen of zo?
16 Toen ging de vrouw van Simson bij hem zitten huilen en zei: Je haat mij alleen maar en houdt niet van mij. Je hebt mijn volksgenoten een raadsel opgegeven en het mij niet uitgelegd. En hij zei tegen haar: Zie, ik heb het mijn vader en mijn moeder niet eens uitgelegd, zou ik het jou dan wel uitleggen?
17 En zij huilde bij hem op de zevende dag dat zij deze maaltijd hadden. Zo gebeurde het op de zevende dag dat hij het haar uitlegde, want zij bleef bij hem aandringen. Vervolgens legde zij het raadsel uit aan haar volksgenoten.
18 Toen zeiden de mannen van de stad tegen hem, op de zevende dag, voordat de zon onderging: Wat is zoeter dan honing? En wat is sterker dan een leeuw? En hij zei tegen hen: Als u niet met mijn kalf had geploegd, zou u de betekenis van mijn raadsel niet hebben ontdekt.
19 Toen werd de Geest van de HEERE vaardig over hem: hij ging naar de Askelonieten en sloeg dertig man van hen dood. Hij nam hun kleren en gaf een stel daarvan aan elk van hen die het raadsel hadden uitgelegd. Hij was echter in woede ontstoken en keerde weer terug naar het huis van zijn vader.
20 En de vrouw van Simson werd de vrouw van zijn metgezel, die hem vergezeld had.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom