Verwachten - Abraham (2)

 

"Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is." (Hebreeën 11:9 en 10)

 

De vraag van gisteren was of jij wilt gehoorzamen aan Gods stem en of God een nieuwe weg met je zou mogen inslaan. Abraham ging op pad toen God het vroeg. En de tekst die dan volgt is een tekst over vreemdelingschap. En met dat ik over deze tekst zat na te denken, zag ik ineens dat we deze tekst vaak maar voor de helft lezen. Wij benadrukken meestal wel het vreemdelingschap, maar niet het feit dat Abraham als vreemdeling juist thuis kwam. Was Abraham eigenlijk wel een vreemdeling en zijn wij eigenlijk wel vreemdelingen?

Deze vraag klinkt misschien wel een beetje apart, want wij zijn toch wel in de wereld en niet van de wereld? Wij zijn toch hemelburgers en leven hier toch als vreemdelingen? Het is de vraag of dat dit alles is wat we hierover kunnen zeggen. Sterker nog, het verhaal heeft twee kanten. Wat gebeurde er met Abraham? In Ur was het thuis van Abraham, tot het moment dat God hem riep en hem meenam naar het beloofde land. God koos Abraham uit om met hem Zijn volk te beginnen, maar Hij bracht hem ook naar het land dat het land zou zijn van Gods volk.

 

Je moet je eens afvragen waar Abraham terecht kwam? Hij kwam in een vreemd land dat hij niet kende, hij kwam ook in een land waar hij een vreemde was. Dat is zeker en hij was vanaf het begin anders. Dat is ook hoe wij anders zijn op deze aarde. In verwachting, leef je als een vreemdeling. Maar wat is de andere kant van het verhaal? Abraham werd door God naar Zijn land en naar het land dat Abrahams thuis zou worden. Natuurlijk was hij er een vreemdeling, maar het was wel het land dat God aan hem en zijn nakomelingen gaf als hun thuis. En terwijl hij daar was, verwachte hij het hemelse Jeruzalem, de stad die fundamenten had.

 

Maar hoe zit dat dan bij ons? Zijn we nu vreemdeling op aarde of niet? Ja, we zijn vreemden voor de wereld om ons heen, maar bedenk dit: Jij bent hier op aarde wel thuis. Sterker nog, deze aarde is in Christus jouw aarde. Degenen die niet geloven zullen straks van de aarde verdwijnen, maar degenen die geloven niet! We hebben het wel altijd over leven in de hemel, dat geldt wellicht op dit moment vooral voor de zielen van hen die al gestorven zijn, maar wij zullen straks voornamelijk op de nieuwe aarde leven. En die aarde is niet nieuw, maar die wordt herstelt. Dus als vreemdeling tussen alle mensen, leef jij wel op de plaats die al als erfdeel aan je is gegeven. Straks mogen wij eeuwig en volmaakt leven op deze aarde die herstelt is van alle gebrokenheid. Want wij verwachten de stad die fundamenten heeft. Wij verwachten de geestelijke stad, de verzameling van gelovigen, gefundeert op Jezus Christus, maar die straks wel leven op de vernieuwde aarde. Dat is verwachten en uitzien.

 

Gebed: Heer, eigenlijk leef ik nu al op de plek die U voor mij hebt gegeven. Net als Abraham heeft U mij al gebracht waar ik straks eeuwig mag leven, al zal het dan allemaal heel anders zijn.

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 14

 

​1 Simson ging naar Timna. En toen hij in Timna een vrouw uit de dochters van de Filistijnen had gezien,
2 ging hij weer terug om het zijn vader en zijn moeder te vertellen. Hij zei: Ik heb in Timna een vrouw gezien uit de dochters van de Filistijnen. Welnu, neem haar voor mij tot vrouw.
3 Maar zijn vader zei tegen hem, evenals zijn moeder: Is er onder de dochters van je broeders en onder heel mijn volk geen vrouw, dat je weggaat om een vrouw te nemen van die onbesneden Filistijnen? Maar Simson zei tegen zijn vader: Neem háár voor mij, want zij is in mijn ogen de juiste.
4 Nu wisten zijn vader en zijn moeder niet dat dit van de HEERE was, dat hij een aanleiding zocht tegen de Filistijnen. Want de Filistijnen heersten in die tijd over Israël.
5 Zo ging Simson met zijn vader en zijn moeder naar Timna. En toen zij bij de wijngaarden van Timna kwamen, zie, een jonge leeuw kwam hem brullend tegemoet.
6 Toen werd de Geest van de HEERE vaardig over hem, zodat hij hem uiteenscheurde, zoals men een bokje uiteenscheurt, zonder dat hij iets in zijn hand had. Maar hij vertelde zijn vader en moeder niet wat hij gedaan had.
7 Hij ging verder en sprak met de vrouw. En zij was in Simsons ogen de juiste.
8 Toen hij na enkele dagen terugkeerde om haar tot vrouw te nemen, week hij van de weg af om het kadaver van de leeuw te zien. En zie, er zat een bijenzwerm in het lichaam van de leeuw, met honing.
9 Hij nam die honing in zijn handen en liep al etend verder. Hij liep naar zijn vader en zijn moeder en gaf hun er wat van, en zij aten ook. Hij vertelde hun echter niet dat hij de honing uit het lichaam van de leeuw genomen had.
10 Toen ook zijn vader bij de vrouw aangekomen was, richtte Simson daar een maaltijd aan, want zo deden de jongemannen.
11 En het gebeurde, zodra zij hem zagen, dat zij dertig metgezellen uitkozen,  die bij hem zouden blijven.
12 En Simson zei tegen hen: Laat mij u toch een raadsel opgeven. Als u mij dat binnen de zeven dagen van deze bruiloft goed kunt uitleggen en kunt ontdekken wat het betekent, zal ik u dertig stel onderkleren geven, en dertig stel bovenkleren.
13 Maar als u het mij niet kunt uitleggen, dan moet u míj dertig stel onderkleren en dertig stel bovenkleren geven. Daarop zeiden zij tegen hem: Geef uw raadsel op en laat het ons horen.
14 Hij zei tegen hen: Eten kwam uit de eter, en zoetigheid kwam uit de sterke. En drie dagen lang konden zij het raadsel niet uitleggen.
15 Toen gebeurde het op de zevende dag dat zij tegen de vrouw van Simson zeiden: Haal uw man over om ons het raadsel uit te leggen. Anders zullen wij u en het huis van uw vader met vuur verbranden. Hebt u ons uitgenodigd om ons ons bezit te ontnemen of zo?
16 Toen ging de vrouw van Simson bij hem zitten huilen en zei: Je haat mij alleen maar en houdt niet van mij. Je hebt mijn volksgenoten een raadsel opgegeven en het mij niet uitgelegd. En hij zei tegen haar: Zie, ik heb het mijn vader en mijn moeder niet eens uitgelegd, zou ik het jou dan wel uitleggen?
17 En zij huilde bij hem op de zevende dag dat zij deze maaltijd hadden. Zo gebeurde het op de zevende dag dat hij het haar uitlegde, want zij bleef bij hem aandringen. Vervolgens legde zij het raadsel uit aan haar volksgenoten.
18 Toen zeiden de mannen van de stad tegen hem, op de zevende dag, voordat de zon onderging: Wat is zoeter dan honing? En wat is sterker dan een leeuw? En hij zei tegen hen: Als u niet met mijn kalf had geploegd, zou u de betekenis van mijn raadsel niet hebben ontdekt.
19 Toen werd de Geest van de HEERE vaardig over hem: hij ging naar de Askelonieten en sloeg dertig man van hen dood. Hij nam hun kleren en gaf een stel daarvan aan elk van hen die het raadsel hadden uitgelegd. Hij was echter in woede ontstoken en keerde weer terug naar het huis van zijn vader.
20 En de vrouw van Simson werd de vrouw van zijn metgezel, die hem vergezeld had.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom