Wachten op de HEER

 

"Wacht op de HEERE, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de HEERE." (Psalm 27:14)

 

De ene kant van het verhaal van David is dat hij heel erg duidelijk heeft gemaakt dat God Zijn redding is en zijn bescherming. Hij maakt duidelijk dat hij dus voor niemand bang hoeft te zijn, wat hem ook overkomt. Zelfs als hij als een wees achterblijft, hoeft hij niet te vrezen, zelfs als vijanden hem naar het leven staan of valse getuigen tegen hem opstaan. En tegelijk zegt David niet dat dit niet zal gebeuren. Wat doe je, als het kwaad je dus toch lijkt te treffen?

 

Eigenlijk is dit wel een vraag waar we van tijd tot tijd wel mee geconfronteerd worden. Het is de vraag of het dan mogelijk is dat als je genoeg op God zou vertrouwen er geen kwaad meer zou zijn dat je kan treffen. Maar die gedachte kunnen we nergens in de Bijbel terugvinden. Kijk alleen al naar Job. Het blijkt dus dat ondanks dat God je heil is, dat er nog steeds wel tegenstanders kunnen zijn, dat er nog steeds valse getuigen kunnen zijn en dat je zelfs door vrienden verlaten kan worden. Dat je niet bang hoeft te zijn omdat God je licht en je heil is, sluit niet uit dat er niets is wat je kan overkomen.

 

Maar hoe ga je er mee om als er toch dingen gebeuren, waar je eigenlijk al zo bang voor was. Misschien is het moeilijk om relaties aan te gaan omdat het al zo vaak is misgegaan. Zelf heb ik ooit gezegd dat ik geen vriendschappen meer aan zou gaan, maar dit is echt niet wat God vraagt. Zo wil Hij niet dat we met onze teleurstellingen omgaan. David zegt in deze psalm, na alle tegenslag die hij heeft benoemd, hele andere dingen. David kijkt eerst terug op alle goedheid die hij al van God heeft ontvangen. Het zicht op al die goedheid maakt dat David zegt dat hij nog steeds niet is vergaan. En wat doet David dan in het heden? Hij wacht op de HEER!

 

David zegt eigenlijk: "Wat er ook gebeurd, ik geloof dat God mijn licht en mijn heil is, zelf als mij dingen overkomen die vanuit het kwaad voortkomen, maar dat maakt niet dat God voor mij zou veranderen. Hij blijft mijn licht en mijn heil. En omdat ik Gods goedheid heb gezien en geloof dat ik die goedheid telkens weer zal zien, daarom heb ik hoop. En het enige dat ik doe is wachten op het moment dat de HEER die goedheid ook in mijn situatie zal geven.

 

David zegt niet hoe lang hij moet wachten, maar hij zegt dat hij slechts zal wachten. Hij zal wachten op Gods tijd! Dat heeft niets met ongeduld te maken, maar met geloof dat God het zal doen in zijn situatie. Wachten op God vraagt soms heel veel van je, soms zelfs pijnlijke offers of pijnlijke ervaringen waarbij het kwaad soms heel dichtbij komt en ons soms zelfs treft, maar dan nog blijven we hopen op Gods goedheid. Niet een hoop waarvan we zeggen dat we er het beste van zullen hopen, maar zekere hoop op de trouw van God!

 

Gebed: Vader, ik zal op U wachten, hoe mijn situatie ook is, ik wil geloven dat Uw goedheid er altijd voor mij zal zijn, ook als ik het nog niet zie.