Leven na kerst - Intense aanbidding

 

"Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader." (Filippenzen 2:11)

 

We sluiten vandaag het jaar 2015 af. Weer een jaar waarin God ons heel veel heeft gegeven. Hij liet ons groeien in geloof, in vertrouwen, maar ook in verwondering en aanbidding. En hoe meer we Jezus volgens, hoe meer we zullen ervaren dat verwondering en aanbidding gaat overheersen. Jezus heeft Zichzelf helemaal gegeven, dat kunnen wij onmogelijk bevatten wat dat is. Ons verstand komt daarvoor te kort. Kerst en Pasen zijn voor ons niet te bevatten, zo groot als dat de gave van Jezus voor ons is. Gisteren zagen we dat daarom Hij van Zijn Vader de Naam krijgt boven alle namen. Niemand is meer van Jezus. Hij is de allerhoogste en de grootste!

 

 

 

Wij buigen vol ontzag neer, maar onze tong kan niet zwijgen van de aanbidding voor Jezus! En straks mogen wij, omdat wij in Christus zijn, met Hem ook nog eens heersen op de troon. Maar er is maar ene Naam de allerhoogste: Jezus! Hij is het antwoord op elke situatie, op elke zonde, op elke nood, op elke ziekte. Jezus komt alle lof en aanbidding toe. Kerst kreeg de afgelopen dagen een diep vervolg in de navolging van gehoorzaamheid van Jezus. Dat was pittig. Maar als we zien hoe diep Jezus ging, dan zeggen wij niets meer als het gaat over het opgeven van ons eigenbelang, onze eer en onze plaats. Jezus ging de diepste, meest tegenstrijdige weg die te bedenken was.

 

Wij aanbidden, zeker nadat we deze dagen iets van deze diepte hebben gevoeld, maar straks zal alles en iedereen voor Hem buigen. In de hemel, de engelen en de demonen, op de aarde, gelovigen en ongelovigen, koningen en slaven, religieuze hoogvliegers en herders en ook onder de aarde. De doden zullen opstaan, de hel zal zich openen in het grote slotakkoord van deze wereld: Iedereen en alles zal buigen, gewilllig of gedwongen, allemaal zullen ze buigen en belijden dat Jezus Heer is.

 

Wij sluiten vandaag het jaar af en kijken terug en vooruit. Jezus is Heer! Overal en altijd! Dat maakte dat wij het afgelopen jaar gedragen werden en het komende jaar mogen uitzien naar Zijn bescherming en nabijheid, want Jezus zal degenen voor wie Hij zo diep ging, nooit loslaten. Niemand kan ons uit Zijn hand roven. Wat er ook gebeurd niet en juist door deze wetenschap zal onze lofprijzing en aanbidding groeien. Dat gaat niet altijd vanzelf, maar wij kiezen ervoor om zo het nieuwe jaar in te gaan. Wij zullen blijven belijden: Jezus is Heer! En onze knieën zullen buigen voor de Koning van de koningen! Tot in alle eeuwigheid zal onze mond niet meer zwijgen van Jezus.

 

Nog wel één ding: er zijn er om ons heen die als het niet veranderd straks gedwongen moeten buigen. Weet je, wij hoeven ze niet te dwingen, wij hoeven ze ook niet bang te maken, maar onze mond zal niet zwijgen van de liefde en bewogenheid van Jezus! Hem zij de glorie en de eer tot in eeuwigheid!

 

Gebed: Vader, ik dank U voor Uw Zoon, Jezus ik dank U voor Uw komst en Uw leven, Heilige Geest, ik dank U voor Uw aanwezigheid in mijn lichaam. Almachtige God, U aanbid ik tot in eeuwigheid!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom