Leven na kerst - De ander is belangrijker

 

"Maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is." (Filippenzen 2:3b en 4)

 

Dat eigenbelang niet goed is, dat kunnen we ergens nog wel begrijpen. Natuurlijk is eigenbelang wel iets waar we ons erg snel wel op richten, maar dat Paulus dit schrijft is niet zo heel vreemd. Het komt ook behoorlijk als egoïsme over. Als er dan bemoediging is in wie Christus is en in hoe Hij op aarde aanwezig was, dan is er naast dat eigenbelang nog wel meer te zeggen dan alleen dit. Want eigenbelang was iets dat Jezus totaal niet had, Hij gaf Zichzelf helemaal. Maar als het gaat over de gezindheid van Christus gaat Paulus nog wel een flinke stap verder.

 

 

 

We worden opgeroepen om nederiger te zijn dan de ander. Het zou eigenlijk een soort strijd moeten zijn wie de minste is. Dit zou de gemeente van Jezus Christus moeten tekenen. Als ons persoonlijk het nederig worden van Jezus ons al bemoedigd, hoeveel te meer zouden wij dan anderen bemoedigen door zelf in nederigheid te leven. Dat is als het goed is geen moeilijke opgave meer op het moment dat we gewoon even stilstaan bij Jezus. Kijk eens hoe Jezus naar deze aarde kwam, kijk gewoon eens wat Hij losliet en kijk eens waarvoor Hij dat deed. Was het nodig? Jezus had anders kunnen en mogen kiezen. Hij had het niet hoeven te doen voor ons.

 

Dat is wel wat wij vaak zeggen als het over minder zijn dan de ander gaat. En zeker als die ander niet zuiver is geweest, gedrag heeft laten zien dat niet leuk was, dan heeft die ander het toch niet verdiend? Maar Paulus zegt dan dat we de ander zelfs uitnemender moeten achten dan onszelf. Misschien kun je het beter vertalen met 'belangrijk' dan jijzelf. En daarbij is het belangrijk om niet alleen ook te hebben voor dat wat van onszelf is, maar ook dat wat van een ander is. Eigenlijk betekent het dat je in alles ondergeschikt wil zijn aan die ander, en daarmee de ander wil dienen.

 

En is dit dan belangrijk? Als iemand echt in nood zit, is dit nog wel op te brengen, maar wat nu als het gaat om een collega die net als jij een gooi doet naar promotie? Of iemand die over jou heeft geroddeld waardoor jij in een kwaad daglicht bent komen te staan? Ben jij bereid om de ander hoger te achten dan jezelf?

 

Uiteindelijk lukt dat alleen maar als we de woorden die hierna over Jezus gaan volgen, diep tot ons laten doordringen. Paulus gaat namelijk hierna heel scherp neerzetten waar Jezus voor heeft gekozen met Zijn komst naar deze aarde. Het gaat uiteindelijk namelijk om dezelfde gezindheid als die van Christus. Want als we ons bemoedigd weten en één weten door Christus, dan kunnen we die bemoediging èn die éénheid alleen doorgeven als we dezelfde gezindheid dragen als Christus. Dan lijken die eerste verzen uit dit hoofdstuk bijna bizar, maar vanaf morgen zullen we zien dat we alleen maar de voetstappen van Jezus hoeven te drukken en ben jij daartoe bereidt?

 

Gebed: Jezus, de woorden uit dit hoofdstuk zijn eigenlijk bijna onmogelijk om te volbrengen. Kerst is mooi, kerst is ook zo tot de verbeelding sprekend, maar dat dit er het gevolg van is, dat kost mij regelmatig een keer gtoed slikken, maak mij bereidt!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom