Leven na kerst - Eigen belang opgeven

 

"Maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent, dezelfde liefde hebt, één van ziel bent en één van gevoelen. Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf." (Filippenzen 2:2 en 3)

 

Als... dan... Dat is waar het Paulus om gaat en dat is waar het ook ons om moet gaan als we vanuit kerst willen leven. Want als het dan zo is dat er bemoediging is in Christus, maar ook eenheid door Zijn Geest, dan moet dit toch wel gevolgen hebben. Sommige mensen krijgen nogal wat kriebels als je vertelt dat je iets zou moeten. Want dat zou wettisch zijn, maar degenen die mij kennen weten dat ik niets heb met ook maar enige vorm van wettiscisme. En de 'als... dan' zin van Paulus heeft hier ook eigenlijk niets mee van doen. Want bij een wettische vorm moet je iets doen om iets voor elkaar te krijgen. Dan zijn we verkeerd bezig, maar bij Paulus is eigenlijk het ene, het gevolg van het andere. 

 

 

 

Als het zo dat er bemoeding is in Christus, alleen al in het feit dat Hij gekomen is, Zichzelf heeft vernederd, dan moet dit voor ons, als volgelingen van Hem ook gevolgen hebben. Het kan namelijk nooit zo zijn dat een dienstknecht meer is dan zijn heer. En dat geldt ook in alles voor ons ten op zichte van Jezus. Dus als jij Jezus volgt, je vol verwondering hebt gebogen voor de kribbe van Bethlehem en echt beseft hebt wat daar is gebeurd, is er dan nog een stap in je leven te bedenken waarbij je iets moet loslaten, waar je nog over na zou moeten denken?

 

Paulus vraagt dat, als er bemoediging en eenheid is met Christus, om dan zijn blijdschap volkomen te maken. Paulus vraagt dus niet dat je aan een paar regels gaat voldoen, maar Paulus vraagt aan zijn gemeente of zij hem blij willen maken in het beeld dragen van Jezus. En daarbij gaat het eigenlijk om twee kernwoorden: eenheid en je eigenbelang opgeven. En laten dat nu juist de woorden zijn die ons stiekem wel heel wat pijn doen. Eenheid is al niet makkelijk, maar het opgeven van je eigenbelang, dat doet echt pijn. Maar als er bemoediging is in Christus, als het een bemoediging is dat Jezus daar lag in die kribbe, terwijl Hij in de hemel thuishoorde, wat betekent dat voor ons eigenbelang?

 

Eigenlijk is het dan ineens heel eenvoudig, maar tegelijk ook heel moeilijk: Laat gewoon je eigenbelang los, en ga de ander dienen. Niet om slaafse onderdanigheid, maar de ander dienen tot opbouw. Dienen zodat die ander mag groeien. En dat dienen, dan moeten we leren om net als Jezus, soms iets los te laten waar we ons heel confortabel bij voelen. Jezus verliet de hemel, hoe confortabel was dat? En hier op aarde leefde Hij in gebrokenheid, terwijl de hemel volmaakt was. En waarom? Omdat Hij daarmee jou en mij wilde dienen. Hij wilde ons dienen, zodat de relatie met God hersteld kon worden. Wil jij je eigenbelang opgeven, zodat een ander ook kan groeien? Ga vandaag eens gewoon invullen wat voor jou heel belangrijk is, maar waar je uiteindelijk zonder zou kunnen, zodat als er iets voorvalt, je weet waarin jij wat mag opgeven, zoals Jezus alles opgaf.

 

Gebed: Jezus, U komst in de kribbe was meer dan Uw eigenbelang opgeven. U ontledigde Uzelf helemaal. U gaf alles op voor mij. Leer mij om op U te lijken ook als het om mijn eigen belang gaat.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom