Een zoon geboren

 

"En de HEERE gaf haar dat ze zwanger werd en een zoon baarde. Toen zeiden de vrouwen tegen Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten om u vandaag een losser te geven. Moge zijn naam beroemd worden in Israël." (Ruth 4:13b en 14)

 

Hij is geboren en het is een zoon! Hoe zal dat geweest zijn, dat deze zoon is geboren. Ja zeker, Jezus' geboorte, hoe zal dat voor Maria geweest zijn? Zij wist dat ze straks de Zoon van God in haar armen zou vasthouden, zij zou moeder worden van de Zoon van God. Hoe dat geweest is, het is niet te bevatten. Maar Ruth, hoe zal het voor haar geweest zijn dat een zoon uit haar geboren werd? De overeenkomsten zijn heel groot, het kind van Ruth en het Kind van Maria. Beide waren ze gericht op de redding van de wereld. En daarmee is deze dag een bijzondere dag.

 

 

 

Ik weet niet hoe jij Kerst beleefd. Eerlijk gezegd heb ik niet zo veel met al dat sentimentele gedoe van Kerst. De meest vreemde verhalen over herders, over Maria, over een stal en een kribbe, terwijl heel veel van al die verhalen niet klopt. Herders die helemaal niet zo lief waren, Bethlehem waar iedereen gewoon druk was met de inschrijving volgens het keizerlijk bevel, maar wat echt geen weerstand betekende tegen de komst van Jezus. Kerst en Jezus. En dan nu ook maar Kerst en Obed, de vader van Isaï en de opa van David. En David de verre voorouder van Jezus.

 

Het gaat vandaag niet om het sentiment, het gaat vandaag niet om het gevoel, maar vandaag gaat het om God, Die gedacht heeft aan Zijn genade, om God Die Zijn welbehagen in mensen zichtbaar maakt. Hoe Hij dat zichtbaar maakt? Vandaag in de eerste plaats in de geboorte van Obed, de zoon van Ruth. Want door de dood van Elimelech en zijn zoons, was de weg naar Jezus bijna geblokkeerd geweest. De lijn richting Jezus leek onmogelijk. Totdat Boaz kwam en Ruth loste en daarmee de lijn van de zoon van Elimelech, via Ruth voortzette. En er werd een zoon geboren, Obed. Het betekent 'dienaar'.

 

Hij is het die de hoop weer zou geven aan Israël en hij wordt geboren als dienaar, omdat via hem de weg naar Jezus uiteindelijk geopend zou blijven. God grijpt in, en waar alles onmogelijk lijkt, daar En dan, jaren later, wordt er weer een Kind geboren. Weer onmogelijk, weer niet logisch, want ook Maria was niet een vrouw die eigenlijk zwanger kon zijn. Maar God gaat door. En ik geloof dat we vandaag gewoon even stil moeten staan bij het wonder dat God is door blijven gaan omdat Hij behagen heeft in jou en mij. God baant de weg voor Zijn Zoon, en Hij komt in Zijn Zoon Zelf naar deze aarde om jou en mij te redden. Uiteindelijk zelfs nog meer: Omdat Hij als een Boaz jou wil hebben en door jou en mij heen, ons zo wil vervullen met Hemzelf, dat wij Zijn woorden, Zijn boodschap en Zijn tekenen gaan doorgeven. Kerst, het feest van God Die heeft omgezien naar ons.

 

Gebed: Jezus, U bent het Licht in mijn leven, maar U bent het ook Die bewijst dat God altijd zal doorgaan, ook als wij stoppen. Het wonder is dat U nooit bent gestopt en dat U behagen in mij had en daarom de weg baande en Zelf kwam.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom