Boaz trouwt Ruth

 

"Zo nam Boaz Ruth en zij werd hem tot vrouw." (Ruth 4:13a)

 

Vandaag is de laatste Adventsdag, vanavond is het Kerstavond en morgen vieren we Kerst. We hebben de afgelopen weken meegelopen met Ruth en Boaz. We hebben in Boaz heel wat trekken van Jezus gezien. Boaz was een soort profetische voorafspiegeling van Jezus. En uiteindelijk zal het straks als Jezus terugkomt er op uitlopen dat Jezus in het geestelijk huwelijk zal treden met Zijn gelovigen. Daar loopt het op uit! Bij Boaz loopt het ook uit op het huwelijk. Nadat Boaz Ruth heeft gelost en alle getuigen die hebben gezien, wordt Ruth de vrouw van Boaz. En wat voor een vrouw.

 

 

 

We hebben in deze weken al heel wat over Ruth voorbij zien komen. Toch is het goed om even te beseffen en om te blijven beseffen dat het huwelijk van Boaz en Ruth zeker geen vanzelfsprekend huwelijk was. Ruth was niet de vrouw die eigenlijk bij Boaz paste. Ze was in de eerste plaats een heidense vrouw. Met een Moabitische mocht je niet trouwen. Ze hoorde niet bij het volk van Juda, ze was eigenlijk een vreemdeling. Ze paste ook niet bij het volk van Juda. Ze was anders.

 

Ruth had andere goden gediend, andere gedragsregels geleerd. Ruth was een vrouw met een totaal andere cultuur. Ruth en Boaz het paste eigenlijk helemaal niet. Ruth was arm, had niets meer en kon slechts leven door het werk van de armen te doen. Dat was Ruth, terwijl Boaz een herenboer was, met veel land, met veel aanzien. Boaz had veel onderdanen, waaronder ook veel dienstmeisjes. Die dienstmeisjes waren hoger in rang dan Ruth. En uiteindelijk kiest Boaz voor Ruth. De onaanzienlijke, de andere, het heidense meisje.

 

Dat is bijzonder, maar heb je ook jezelf even ingevuld in dit verhaal. Want wie ben jij en wie ben ik, ten aanzien van Jezus? Wij horen helemaal niet bij het volk van Jezus, wij zijn een vreemdeling van een andere cultuur, een ander land, met andere goden. Het is helemaal niet logisch dat Jezus terugkomt om mensen zoals wij, geestelijk ten huwelijk te nemen. Er klopt eigenlijk helemaal niets van. Wij passen helemaal niet bij Jezus, daarbij is de rijkdom van Jezus en de armoede van ons zo groot in verschil dat het niet logisch is dat Jezus, Zijn rijkdom verlaat om arm te worden om bij ons te passen. Jezus verlaat Zijn land in de hemel, en komt naar ons toe om één van ons te worden om met ons het huwelijk aan te kunnen gaan. Jezus wordt eigen aan onze cultuur, maar Hij werd er nooit één mee. Jezus heeft gezien welke afgoden wij dienden. En uiteindelijk kiest Jezus er voor om ons te lossen, vrij te zetten van elke schuld, elke zonde, elke macht van deze wereld. Jezus kijkt en ziet ons en zegt: "Ik kan Mijn ogen niet van jou afhouden"

 

Misschien, wachten op Jezus komst is er maar één ding waar we ons echt over moeten verwonderen: Jezus kwam om jou en mij, maar elke logica, elk redelijk argument waarvoor Hij dit deed ontbreekt aan onze kant. Jezus koos Zelf voor een bruid die het niet waard was, maar die Jezus het waard maakte.

 

Gebed: Jezus, ik ben gewoon stil, dat U voor mij hebt gekozen. Ik kan geen enkele logica ontdekken dat U, de Allerhoogste, kiest voor iemand zoals mij, maar U doet het en ik verlang naar U.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom