Boaz lost onder vele getuigen

 

"Dus zei de losser tegen Boaz: Koopt u het voor uzelf. En hij trok zijn schoen uit. Toen zei Boaz tegen de oudsten en heel het volk: U bent vandaag getuigen dat ik van de hand van Naomi alles gekocht heb wat van Elimelech is geweest, en alles wat van Chiljon en Machlon geweest is." (Ruth 4:8 en 9)

 

Het is voor de anonieme losser wel heel duidelijk: Hij wil best de akker van Naomi kopen. Je erfbezit uitbreiden dat wil iedereen wel. Maar dat dit erfbezit ook betekent dat zijn naam gaat verdwijnen en deze stap betekent dat zijn naam op zal gaan in de naam van Elimelech, dat kan echt niet. Die keus zal hij nooit maken. Boaz was een rijke boer, maar toch wil hij deze keus wel maken. Het is best wel bijzonder hoe dat bij Boaz ligt. Maar op dit punt is het voor de andere losser wel duidelijk: Hij gaat deze grens niet over.

 

 

 

Het was in die tijd een gewoonte dat als iemand uiteindelijk afstand deed van het erfbezit dat diegene zijn sandaal uitdeed en die aan de ander gaf. Wat de achtergrond hiervan is, is niet helemaal duidelijk, maar nadat het gebruik is uitgelegd in het vers daarvoor, gaat het verhaal verder dat hij ook daadwerkelijk de sandaal aan Boaz geeft. Daarmee is het duidelijk dat Boaz verder kan met Ruth.

 

Op dit moment is er niemand meer die aanspraak kan maken op het erfbezit van Elimelech. Ruth hoort daar onlosmakelijk bij. En nu is duidelijk dat niemand aanspraak meer kan maken op Ruth. Ruth is hiermee officieel gelost. En dat gebeurt niet zomaar in een hoekje van de straat, maar dit gebeurt onder vele getuigen. Boaz lost Ruth, zoals Jezus ons lost. Als er niemand meer is die aanspraak wil maken op ons, dan neemt Jezus Zijn verantwoordelijkheid. Deze hele wereld redden, eigendom worden van de hele wereld? Dat wilde satan zelfs wel, maar dat hij daarmee ons erbij kreeg om ons te redden, het Beeld van God redden, dat nooit. Wel de wereld, maar niet Gods Beeld.

 

En toen Jezus kwam en niemand aanspraak wilde maken op onze complete redding, toen zei Jezus: "Ik doe het, en niet met een sandaal, maar met Mijn bloed!" Niet met een symbool, maar met Zijn komst naar deze wereld en het offer van Zijn leven. Dat is een losprijs die in schril contrast staat met die van Boaz. En zoals Boaz iedereen in de poort erbij riep tot getuigen, zo heeft Jezus Zijn offer ook niet in een hoekje gebracht. Zijn lossen van ons, deed Hij onder velen getuigen. Van kribbe tot kruis waren velen Zijn getuigen dat Hij de Christus was.

 

Uiteindelijk was moest zelfs de hel getuigen zijn dat Jezus de keus had gemaakt om onze Losser te zijn. De hel en de hele legermacht van satan zal straks nooit kunnen zeggen dat ze niet wisten van Jezus' offer. Hun aanklachten moeten zelfs stoppen omdat ze met eigen ogen hebben gezien dat Jezus heeft gekozen voor ons. Iedereen, mensen, engelen en demonen, ze zijn getuige van Jezus' keus voor ons. En daarmee is er geen twijfel dat iedereen die in Hem gelooft, ook echt gelost is door Jezus.

 

Gebed: Jezus, in het hele universum is er niemand die onwetend is van Uw keus voor mij. Engelen en de legermacht van satan, ze weten wat U deed. U kocht de wereld terug, maar ook mij en zoveel anderen die in U geloven. 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 15

 

1 En het gebeurde na enkele dagen, in de dagen van de tarweoogst, dat Simson zijn vrouw bezocht met een geitenbokje. En hij zei: Laat mij bij mijn vrouw de kamer binnengaan. Haar vader stond hem echter niet toe om naar binnen te gaan.
2 Want haar vader zei: Ik dacht  werkelijk dat je haar zeer haatte. Daarom heb ik haar aan je metgezel gegeven. Is haar jongste zuster niet knapper dan zij? Laat zij toch in haar plaats voor jou zijn.
3 Toen zei Simson tegen hen: Ik ben deze keer onschuldig tegenover de Filistijnen, als ik hun kwaad doe.
4 En Simson ging op weg en ving driehonderd vossen. Hij nam fakkels, keerde staart aan staart en maakte in het midden tussen elke twee staarten een fakkel vast.
5 Hij stak de fakkels aan  en liet ze door het staande koren van de Filistijnen lopen. Zo stak hij zowel de korenhopen als het staande koren in brand, alsook de wijngaarden en olijfbomen.
6 Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zei: Simson, de schoonzoon van de man uit Timna, omdat die zijn vrouw genomen en haar aan zijn metgezel gegeven heeft. Toen trokken de Filistijnen daarheen en verbrandden haar en haar vader met vuur.
7 Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
8 En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.  Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen.
9 Toen trokken de Filistijnen op, sloegen hun kamp op tegen Juda en verspreidden zich in Lechi.
10 En de mannen van Juda zeiden: Waarom bent u tegen ons opgetrokken? En zij antwoordden: Wij zijn opgetrokken om Simson te binden, om met hem te doen, zoals hij met ons heeft gedaan.
11 Daarop kwamen drieduizend man uit Juda naar de kloof van de rots Etam en zij zeiden tegen Simson: Wist u niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dit dan aangedaan? Maar hij zei tegen hen: Zoals zij bij mij gedaan hebben, zo heb ik bij hen gedaan.
12 En zij zeiden tegen hem: Wij zijn gekomen om u te binden en over te leveren in de hand van de Filistijnen. En Simson zei tegen hen: Zweer mij dat ú mij niet zult doodsteken.
13 Daarop zeiden zij tegen hem: Nee, wij zullen u namelijk alleen binden en u in hun hand overleveren. Doden zullen wij u echter zeker niet. En zij bonden hem vast met twee nieuwe touwen en voerden hem mee van de rots.
14 Toen hij bij Lechi kwam, kwamen de Filistijnen hem juichend tegemoet. Maar de Geest van de HEERE werd vaardig over hem, en de touwen die om zijn armen zaten, werden als vlas dat door het vuur verbrand is. En zijn boeien vielen zomaar van zijn handen. 
15 En hij vond een verse ezelskaak. Hij stak zijn hand uit, nam die en sloeg er duizend man mee dood.
16 Toen zei Simson:
   Met een ezelskaak heb ik één hoop, twee hopen,
      met een ezelskaak heb ik duizend man doodgeslagen.
17 En het gebeurde, zodra hij uitgesproken was, dat hij de kaak uit zijn hand wierp; en hij noemde die plaats Ramath-Lechi. 
18 Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei: Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven. Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze  onbesnedenen vallen?
19 Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit. Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op. Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende, die tot op deze dag in Lechi is.
20 En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom