Hoe ver wil een redder gaan?

 

"Maar Boaz zei: Op de dag dat u het land van de hand van Naomi koopt, koopt u ook Ruth, de Moabitische, de vrouw van de gestorvene, om de naam van de gestorvene over zijn erfelijk bezit in stand te houden." (Ruth 4:5)

 

Terwijl Ruth door Naomi tot rust wordt gemaand, laat Boaz er geen gras over groeien. Zodra de ochtend is aangebroken gaat Boaz naar de stadspoort. Hij gaat naar de plaats waar belangrijke beslissingen werden genomen. In de poort van de stad zaten vaak de oudsten van de stad en als er onder getuigen iets moest worden beloofd of beslist dan gebeurde dat in de stadspoort. Overigens werden daar ook de aanklachten ingediend. En hoewel Ruth er niet bij is, is ze er eigenlijk natuurlijk wel helemaal bij betrokken. En daar in de poort komt Boaz met zijn voorstel.

 

 

 

Hij heeft de andere losser opgezocht en hem erbij geroepen. Blijkbaar kent hij hem niet bij naam, want in het eerste vers wordt duidelijk dat hij die naam niet kent. Het gaat dus om een losser waarvan Boaz wel weet dat hij er is, blijkbaar hem ook wel van gezicht kent, maar verder weet hij niets van hem af. Hun levens, ondanks dat er een familielijn moest zijn, kruisten elkaar dus niet.

 

Boaz lijkt slechts een soort tussenpersoon voor Naomi te zijn, alsof hij, namens haar het erfland aanbiedt. Het lijkt dat het er vooral om gaat dat dit land niet buiten de familie van Elimelech terecht gaat komen. En het lijkt alsof Boaz het stuk land aanbiedt zonder dat hij die andere man ook maar het gevoel geeft dat hij het graag zou willen hebben. En die andere losser wil het stuk maar wat graag hebben. Maar dan komen de kleine letters er nog even bij. Dan zal hij ook Ruth erbij moeten kopen. Het gaat dus niet alleen om een stuk land, maar ook om Ruth en de naam van haar overleden man. Die naam moet voortgezet worden. En inderdaad, als hij dit zou doen, dan zou zijn naam verloren gaan.

 

Maar we zitten hier gelijk op het verschil tussen Jezus en alle andere verlossers en wereldredders die er zijn. Want als Jezus met ons in de poort komt, dan komt Jezus met ons voor de rechtbank en zegt Hij: Verlossing betekent eigenlijk dat de naam van de verlosser, van de redder uiteindelijk zal moeten verdwijnen. De redder van de mens zal moeten sterven en zijn naam verliezen zodat niet alleen de aarde, maar ook de mens zal leven. De naam van de mens mag namelijk niet uitgewist worden. Het gaat om de reddding van die mens waarbij de redder zichzelf overheeft, zelfs als zijn naam daardoor van de aardbodem zal verdwijnen.

 

Boaz begon zijn aanbod met heel veel ruimte, maar uiteindelijk gaat het niet om het land, maar om Ruth en om de naam van het geslacht van Elimelech. Boaz wist al wat hij wilde. Boaz wilde zover gaan dat Ruth en hij het nageslacht van Elimelech zouden gaan voortzetten. Jezus wist wat Hij wilde, Hij wilde jouw naam en mijn naam op aarde behouden. Zelfs al moest dat ten koste van Hemzelf gaan. En er is uiteindelijk geen andere redder die zover wilde gaan.

 

Gebed: Jezus, U ging tot het uiterste, de dood, de hel, alles had U er voor over, zelfs toen U helemaal vernietigd werd, ging U door om mij te redden en mijn naam te behouden op aarde!

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanmelden 'Elke dag 5 minuten met God'

Wil je dagelijks de overdenkingen 'Elke dag 5 minuten met God' in je mailbox ontvangen? En als extra ook een opwekkingslied uit de rubriek 'Opwekking overdacht'?
Klik dan op deze link

Quote

God zegen over jouw plannen vragen is geen garantie voor zegen. God plan zoeken voor jouw leven is een garantie voor zegen.

Tweets Theo de Koning @TJD_de_Koning

Bijbelgedeelte 'Elke dag 5 minuten met God'

Onderstaand Bijbelgedeelte behoort bij de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

 

Klik hier voor de 'Elke dag 5 minuten met God' van vandaag.

  

Richteren 13

 

1 Maar de Israëlieten  deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2 En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
3 Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
4 Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen  wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
5 Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren.  En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6 Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld. 
7 Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
8 Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
9 En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
10 Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
11 Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
12 Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
13 En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
14 Zij mag niets eten wat van de wijnstok  afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
15 Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
16 Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
17 En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
18 Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers  wonderlijk!
19 Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
20 Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
21 En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
22 En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker  sterven, want wij hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
24 Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam  Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
25 En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol.

www.eindeloosgelukkig.nl

Eindeloos gelukkig - Copyright © 2015. All Rights Reserved.

IBAN rekeningnummer: NL81 RABO 0301 9254 53 t.n.v. T.J.D. de Koning inzake 'Eindeloos gelukkig' te Nieuw-Lekkerland

Eindeloos gelukkig is financiëel geheel afhankelijk van giften. Elke gift is daarom van harte welkom